Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Ons geweten oefenen zodat het meer voor ons doet
    De Wachttoren 1976 | 1 december
    • Behoud daarom, zoals Petrus vermaande, „een goed geweten, zodat zij die geringschattend over uw goede gedrag in verband met Christus spreken juist in datgene waarin zij [de immorele wereld] ten nadele van u spreken, beschaamd mogen worden” (1 Petr. 3:16). Met een rein en rechtschapen geweten zullen Jehovah’s dienstknechten er aldus ijverig mee bezig blijken te zijn het Koninkrijksgetuigenis te geven, terwijl zij geduldig wachten totdat de Heer Jezus Christus zich bij het begin van Jehovah’s grote dag van wraak zal openbaren.

  • Is er verlichting in zicht?
    De Wachttoren 1976 | 1 december
    • Is er verlichting in zicht?

      WANNEER u door een tunnel of een gevaarlijk, dicht bebost gebied gaat, is het een grote opluchting als u het licht van de open ruimte vóór u ziet. U zou dan wel een kreet van blijdschap willen slaken.

      Nog welkomer dan dit is de soort van verlichting die God de mensheid gaat verschaffen, en degenen die oprecht verlangen naar vrede, rechtvaardigheid en juiste toestanden voor zichzelf en hun medemensen, kunnen die verlichting vóór zich zien. Op dit moment loopt de mensheid als het ware door een gevaarlijk gebied, en het zou een reden zijn om een kreet van vreugde te slaken als er verlichting in zicht was. Er is evenwel geloof voor nodig om te zien dat verlichting nabij is. Het is echter niet moeilijk dit geloof te verkrijgen als u onderzoekt wat God heeft gezegd en gedaan.

      Ten einde ons geloof en onze vertroosting te vergroten, heeft God laten optekenen wat hij heeft gedaan voor de natie die eens door een speciale wet van hem geregeerd werd (Rom. 15:4). Hij heeft met deze natie in feite als een voorbeeld gehandeld, om te tonen wat voor God hij is en hoe zijn bestuur over de gehele aarde onder zijn Messiaanse koninkrijk zal zijn (1 Kor. 10:11). Deze wet had „een schaduw . . . van de toekomstige goede dingen” (Hebr. 10:1). „De werkelijkheid [van wat die schaduwen vertegenwoordigden] behoort de Christus toe”, dat wil zeggen, onder Christus’ heerschappij zullen deze dingen blijvende werkelijkheden voor de mensen op aarde zijn. — Kol. 2:17.

      HET JUBELJAAR

      God gaf de natie Israël uit de oudheid een voortreffelijk begin toen hij hen in het Beloofde Land bracht. Zij hadden alles waardoor zij welvarend konden zijn en een evenwichtige economie konden hebben. Maar zelfzucht en andere zwakheden van de onvolmaakte mensheid brachten hen in moeilijkheden. De natie had de neiging naar een toestand af te drijven die wij thans vaak zien — waarin de rijkdom in handen van enkelen is en er heel veel arme mensen zijn. Evenals thans brachten de mensen toentertijd ongewenste toestanden over zichzelf.

      Hoe hield God deze neiging tot nationaal verval in bedwang? Hoe hielp hij die mensen op een wijze die ons een voorbeeld verschafte? Dwong hij de rijken hun rijkdom aan de armen te geven? Neen. Dit zou niet juist zijn geweest. Hij stelde datgene in wat het jubileum of jubeljaar werd genoemd.

      Wij weten allen wat in hedendaagse termen een jubileum is. Het is een vreugdevolle viering, meestal aan het eind van een vastgesteld aantal jaren. Het Hebreeuwse woord voor jubileum werd op soortgelijke wijze gebruikt. Fundamenteel betekent het „een langgerekt geluid”. Het begin van het jubeljaar werd aangekondigd door een luid geluid dat werd voortgebracht door op een ramshoorn te blazen. Het jubeljaar hield dus bovendien de gedachte in aan een vreugdevolle uitroep, want het jubeljaar was een jaar van vrijheid. — Lev. 25:9, 10.

      Wat vond er in het jubeljaar plaats dat het tot zulk een blijde gebeurtenis maakte? Welnu, door financiële tegenslagen kon een man verplicht zijn geweest zijn erfelijke bezitting te verkopen ten einde zijn schulden af te betalen. Of het kon zijn dat een gezin — of enkele leden ervan — zich wegens schulden in slavernij aan een welvarende nabuur had verkocht. In Israël werd een Hebreeuwse „slaaf” als een loonarbeider behandeld, maar niettemin was vrijheid heel wat wenselijker. Het jubeljaar was dus een tijd om zich werkelijk te verheugen. Iedere man werd in zijn eigen erfdeel hersteld. Zijn land werd hem gratis teruggegeven en alle Hebreeuwse slaven werden vrijgelaten om in het land dat hun door God als erfdeel was gegeven, hersteld te worden. — Lev. 25:28, 39-41.

Nederlandse publicaties (1950-2027)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen