-
De Voornaamste Gevolmachtigde van de goddelijke heerschappij volgenDe Wachttoren 1973 | 15 februari
-
-
in water. Dit is Gods wil, die wij bij onze opdracht aan Hem hebben beloofd te doen. Vóór onze waterdoop moeten wij een openbare bekendmaking of belijdenis met onze mond tot redding doen, ten einde hierdoor openlijk te kennen te geven wat wij in ons hart geloven. Alleen door zo te handelen komen wij op de weg van eeuwige redding, die God door bemiddeling van Christus mogelijk heeft gemaakt.
-
-
Het verband tussen de waterdoop en reddingDe Wachttoren 1973 | 15 februari
-
-
Het verband tussen de waterdoop en redding
1. (a) Hoe wordt in 1 Petrus 3:20, 21 het door de Vloed heen brengen van acht menselijke zielen in verband met de christelijke doop? (b) Hoe wordt de doop onderscheiden van het water?
DE APOSTEL Petrus maakt in hoofdstuk drie van zijn eerste brief melding van de verhouding die er tussen de waterdoop en redding bestaat. Na verteld te hebben dat Jezus in de geest is opgewekt en tot de geesten in de gevangenis heeft gepredikt, vervolgt Petrus met te zeggen: „Het geduld van God wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark werd gebouwd, waarin weinigen, namelijk acht zielen, veilig door het water werden heengevoerd. Ook nu wordt gij gered door dat wat hiermee overeenkomt, namelijk de doop (niet het wegdoen van de vuiligheid van het vlees, maar het verzoek aan God om een goed geweten), krachtens de opstanding van Jezus Christus” (1 Petr. 3:20, 21). Het is niet het water dat redt. De doop is niet het doopwater. De doop is het door het water heengaan door erin ondergedompeld te worden. De doop is een daad, geen water.
2. (a) Wat leidde ten tijde van de Vloed tot Noachs redding, zoals in Hebreeën 11:7 wordt getoond? (b) Welke beslissende stap moest Noach, hoewel hij vóór de Vloed met God wandelde, doen ten einde gered te worden?
2 Noach werd niet door het water van de Vloed gered. In Hebreeën 11:7 lezen wij hoe hij werd gered: „Door geloof heeft Noach, nadat hem een goddelijke waarschuwing was gegeven aangaande dingen die nog niet werden gezien, godvruchtige vrees aan de dag gelegd en een ark gebouwd tot redding van zijn huisgezin; en door dit geloof heeft hij de wereld veroordeeld, en hij is een erfgenaam geworden van de rechtvaardigheid die overeenkomstig geloof is.” Zelfs vóór de Vloed was Noach „een rechtvaardig man. Hij betoonde zich onberispelijk onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde met de ware God” (Gen. 6:9). Maar de tijd brak aan dat Noach een belangrijke beslissing moest nemen. Dit gebeurde toen God hem waarschuwde voor dingen die in zijn geslacht zouden komen en hem opdroeg een enorme ark te bouwen. Dit vereiste geloof en gehoorzaamheid van de zijde van Noach. De vraag was nu: Zou Noach Gods wil doen? Hij besloot deze uiterst belangrijke taak in zijn leven op zich te nemen. Daarom droeg hij zich aan God op om Zijn wil te doen, ja, hij verbond zich hiertoe. Dit leidde tot redding voor hem en zijn huisgezin. Zij werden in die ark gered.
3. (a) Waarvan was die levenreddende ark dus een symbool met betrekking tot Noach en zijn huisgezin? (b) Wat verkregen die acht zielen innerlijk wegens hun gehoorzaamheid die voortsproot uit hun geloof?
3 Die ark werd dus een symbool van Noachs opdracht van zichzelf aan God om Zijn wil te doen en van het feit dat hij die goddelijke wil met geloof en in gehoorzaamheid ten uitvoer bracht. Deze ark, die een concrete, tastbare, praktische uitdrukking was van zijn opdracht om Gods wil te doen, was datgene waardoor Noach en zeven andere menselijke zielen werden
-