-
Hoe dringend is onze tijd?De Wachttoren 1979 | 1 januari
-
-
Jehovah’s organisatie binnenstromen! Het gebied is veel uitgestrekter dan in de apostolische tijd, toen er minder dan 40 jaar voor nodig was om de laatste waarschuwing aan het verstrooide joodse volk te geven.
15. Waarom zijn „de vier winden” van Openbaring 7 tegengehouden?
15 Waar bevinden wij ons echter in de stroom der gebeurtenissen? Openbaring hoofdstuk 7 vertelt ons dit. Hier zag de apostel Johannes „aan de vier hoeken van de aarde vier engelen staan, die de vier winden van de aarde stevig vasthielden”. Dit zijn winden van vernietiging, want te bestemder tijd zullen ze ’schade toebrengen aan de aarde en de zee en de bomen’. Eerst moeten evenwel de „slaven van onze God” in hun voorhoofd verzegeld worden. Destijds in 1914, toen ’het koninkrijk der wereld het koninkrijk van onze Heer [Jehovah] en van zijn Christus werd’, verlangden deze slaven ernaar dat het einde zou komen, opdat zij naar hun Heer in de hemel vergaderd zouden kunnen worden. Maar neen, Jehovah had hier op aarde nog een werk voor hen te doen. Ook moesten zijzelf worden gelouterd en voor hun toekomstige priesterlijke dienst in Christus’ duizendjarige koninkrijk gereedgemaakt worden. Vandaar dat de „vier winden van de aarde” een tijdlang werden tegengehouden. — Openb. 7:1-4; 11:15.
16. Welke andere groep heeft er voordeel van ontvangen dat de engelen ’de winden stevig vasthouden’, en welke hoop bezitten zij?
16 In zijn overvloedige barmhartigheid en liefderijke goedheid heeft Jehovah deze „slaven” van zijn geestelijke Israël, „het Israël Gods”, gebruikt om een groots werk te verrichten ten behoeve van een andere groep — „een grote schare . . . uit alle natiën en stammen en volken en talen”. Nadat alle 144.000 leden van het geestelijke Israël hun dienst in de hemelen op zich hebben genomen, moet het „koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus” over de mensheid hier op aarde blijven regeren. Welnu, vanaf het midden van de jaren dertig is deze „grote schare” op het toneel verschenen, zodat thans meer dan twee miljoen personen het vooruitzicht hebben voortdurend als aardse onderdanen van het Koninkrijk dienst te verrichten. Zij vormen de kern van de „nieuwe aarde”, een rechtvaardige mensenmaatschappij die onder de soevereiniteit van Jehovah God eeuwig zal blijven leven (Openb. 7:9, 10; 21:1, 3-5; 2 Petr. 3:13). De engelen houden echter nog steeds ’de vier winden van de aarde stevig vast’. Waarom?
17. Om welke reden blijven de engelen ’de winden stevig vasthouden’?
17 De enige reden moet zijn dat Jehovah nog meer werk voor zijn getuigen hier op aarde te doen heeft. Er moeten nog meer leden van de „grote schare” bijeengebracht worden. Dat het bijeenvergaderingswerk nog niet is geëindigd, blijkt wel uit het feit dat miljoenen personen in de afgelopen jaren de viering van het Avondmaal hebben bijgewoond, alsook uit de voortdurende gestadige toename in Getuigen in veel Aziatische landen, eilanden in de wereldzeeën en katholieke landen van Europa. Het is van het grootste belang dat allen van Jehovah’s volk zich tot het einde van dit goddeloze stelsel ijverig op zijn dienst toeleggen. — Mark. 13:10; Ef. 5:15, 16.
18. (a) Welke zifting schijnt nu aan de gang te zijn? (b) Waarom dienen wij nauwlettend aandacht te schenken aan Paulus’ aansporing in 2 Korinthiërs 13:5?
18 En net zoals er in het decennium na 1914 een grote zifting onder het gezalfde overblijfsel heeft plaatsgevonden, schijnt er nu een zifting aan de gang te zijn onder sommigen die belijden tot de „grote schare” te behoren. Vooral voor ons allen in deze kritieke tijd gelden de woorden van de apostel Paulus: „Blijft beproeven of gij in het geloof zijt, blijft bewijzen dat gij goedgekeurd zijt” (2 Kor. 13:5). Hebben wij werkelijk waardering voor onze opdracht aan Jehovah — de intieme verhouding waarin wij tot hem staan en die door Jezus’ slachtoffer mogelijk is gemaakt? Hebben wij waardering voor onze eenheid met de Vader en de Zoon in het grootse werk waaraan wij in deze tijdsperiode een aandeel mogen hebben? Verrichten wij onze dienst uit werkelijke liefde voor Jehovah en voor onze naaste? Of doen wij het alleen maar om er in de strijd van Har–mágedon ’niet ons hachje bij in te schieten’? Als wij tot de „grote schare” behoren, zullen wij God dan helemaal door de „grote verdrukking” heen „dag en nacht” blijven dienen? Of zullen wij onze waakzaamheid laten verslappen en toelaten dat Satan ons door middel van genoegens, immoraliteit of de zorgen des levens overweldigt?
19. (a) Waarom kunnen wij blij zijn dat de engelen ’de winden’ tot nu toe ’stevig hebben vastgehouden? (b) Hoe kunnen wij, zoals in 2 Korinthiërs 13:11 te kennen wordt gegeven, gelijke tred houden met de voorwaartse gang van Gods organisatie in deze tijd?
19 De vier engelen zullen de vier winden van de aarde niet blijven vasthouden. Wij kunnen blij zijn dat zij het tot nu toe hebben gedaan, aangezien dit de redding van miljoenen van de mensheid tot gevolg zal hebben. De tijd loopt echter snel ten einde. Wij moeten wakker en waakzaam blijven en voortdurend met Gods organisatie op aarde voorwaarts gaan. Wat schenkt het ons een vreugde deel te mogen uitmaken van de enige wereldomvattende broederschap die in deze kritieke tijd vrede geniet en Jehovah’s naam in eenheid looft! Om gelijke tred te blijven houden, zullen wij onze persoonlijke houding of ons persoonlijke standpunt af en toe misschien moeten wijzigen. Maar laten wij altijd bereid zijn dit nederig te doen ten einde met een gevoel van dringendheid dienst te verrichten en de vreugde te behouden die wij met geheel Gods volk delen. Het is zoals Paulus aanraadde: „Tenslotte, broeders, gaat voort u te verheugen, hersteld te worden, vertroost te worden, gelijk te denken, vreedzaam te leven; en de God van liefde en van vrede zal met u zijn.” — 2 Kor. 13:11.
-
-
Blijf wakkerDe Wachttoren 1979 | 1 januari
-
-
Blijf wakker
„Waakt en bidt voortdurend, opdat gij niet in verzoeking komt.” — Matth. 26:41.
1, 2. (a) In het raam van welke gebeurtenissen zei Jezus tot zijn apostelen dat zij wakker moesten blijven? (b) Maar hoe reageerden de apostelen?
BIJ welke gelegenheid sprak Jezus die woorden uit? Dat was tijdens de grootste crisis die hij in zijn leven op aarde meemaakte — op de vooravond van zijn verraad, arrestatie, verhoor en terechtstelling. Die dag zou de allerbelangrijkste dag in de menselijke geschiedenis blijken te zijn. De gebeurtenissen die zich nu zouden gaan voordoen, zouden tot redding van de gehele mensheid leiden. Op die dag zou Jezus zijn leven als een slachtoffer geven. Als een Zoon die tot het einde toe getrouw dienst had verricht, zou hij vlak voordat hij de laatste adem uitblies, aan zijn vader kunnen berichten: „Het is volbracht!” — Joh. 19:30.
2 Wat deden Jezus’ apostelen echter? Zij waren zojuist met hun Meester verenigd geweest toen hij de Gedachtenisviering ter herinnering aan zijn dood instelde. Hoewel de betekenis ervan hun ontging, wisten zij dat het een bijzonder ernstige gelegenheid was. Maar toch vielen zij, toen hij daar in de hof van Gethsémane bad, in slaap! Hij had tot hen gezegd: „Mijn ziel is diepbedroefd, tot de dood toe. Blijft hier en waakt met mij.” Niettemin trof hij hen bij zijn terugkeer niet slechts éénmaal, maar driemaal in slaap. Bij de derde keer riep Jezus uit: „Op een tijd als deze slaapt gij en neemt gij rust! Ziet! Het uur is nabijgekomen.” Op dat moment werd hij door zijn vijanden overvallen! — Matth. 26:36-47.
-