Vergaderingen die ons helpen discipelen te maken
WEEK DIE OP 11 FEBRUARI BEGINT
10 min: Lied 63 en plaatselijke mededelingen. Financieel overzicht. Openbare lezing van deze week handelt over de hoofdstukken . . . van het „Gezinsleven”-boek; moedig aan het gedeelte van tevoren te lezen.
20 min: „Laten wij Gods geest vrijelijk werkzaam zijn?”
Lezing door voorzitter (3 min.) over punten in inleidende paragraaf. Laat de teksten goed uitkomen.
Behandel paragrafen 2-6 met zaaldeelname. Haal, indien mogelijk, verscheidene jonge verkondigers van tussen de 16 en 19 jaar, die goed kunnen lezen, op het podium. Geef hun die toewijzing van tevoren, zodat ze voorbereid zijn de teksten vloeiend te lezen. Laat de teksten lezen door de jongeren op het podium en vraag hen en anderen in de zaal commentaar te geven over de toepassing.
Beschouw bij de voorbereiding van dit onderdeel deze punten: Welke goede resultaten zijn in jullie gemeente bereikt door de dingen zo te doen als door de teksten uit paragraaf 2 wordt aangegeven? Heeft iemand in de gemeente een ervaring gehad, waarbij hij besefte dat heilige geest hem naar met schapen te vergelijken personen had geleid? Heilige geest is een sleutel tot het maken van discipelen; moedig verkondigers aan de werking ervan niet te belemmeren door in gebreke te blijven naar personen terug te gaan die belangstelling tonen. Maak velddienstregelingen voor het weekeinde bekend.
20 min: „Hoor wat de geest tot de gemeenten zegt.” Te behandelen door een ouderling met goede onderwijsbekwaamheden.
Korte inleidende bespreking: Openbaring 1:1 helpt ons te begrijpen dat de dingen die in het boek Openbaring staan geschreven, moesten gebeuren in een tijd die toen nog in de toekomst lag. Wanneer zouden ze werkelijkheid worden? Johannes vertelt ons: „Door inspiratie geraakte ik in de dag des Heren” (Openb. 1:10). Heeft betrekking op de tijd sinds 1914, toen ’het koninkrijk der wereld het koninkrijk van onze Heer en van zijn Christus is geworden’ (Openb. 11:15). Wat was een van de eerste dingen die Johannes onder inspiratie zag? Hij zag de Zoon des mensen, Jezus, staande te midden van zeven gouden lampestandaarden of gemeenten, en Jezus had zeven sterren in zijn rechterhand, welke sterren de lichamen van ouderlingen van die gemeenten afbeeldden (Openb. 1:13, 16, 20). Het doel van een lamp op een lampestandaard is licht uit te stralen. De gemeenten moesten dus geestelijk licht uitstralen. Jezus was daar op een inspectietocht om te zien hoe de gemeenten en hun opzieners hiermee bezig waren. Omdat dit speciaal van toepassing is sinds 1914, zijn we er ten zeerste in geïnteresseerd wat de „geest tot de gemeenten zegt” (Openb. 2:7). (Behandel bovenstaande punten in twee minuten)
Zijn wij als de gemeente in Efeze? (Nodig allen uit de bijbel open te slaan bij Openbaring hoofdstuk 2. Zaaldeelname) Wat was in de gemeente te Efeze prijzenswaardig? (Openb. 2:2, 3) Hoe beschermen de ouderlingen ons tegenwoordig tegen „slechte mensen”? Van wat voor zonde moest de gemeente te Efeze berouw hebben? (vs. 4) (Ze hadden het vuur van hun liefde voor Jehovah verloren. Wij moeten opletten dat gebrek aan zulke liefde niet veroorzaakt dat wij onverschillig worden ten aanzien van dienst, of erin tekort schieten Gods naam vrijmoedig bij het geven van getuigenis te gebruiken.) Hoe werd sektarisme, het volgen van een mens, door de Efeziërs bezien? (vs. 6) Hoe kunnen we tonen dat we die zienswijze delen?
Zijn wij als de gemeente in Smyrna? Wat waren enkele dingen die de gemeenteleden in Smyrna hadden overwonnen? (Materialisme, vervolging, verdrukking) (vs. 9-11) Wat betekenen deze dingen voor ons?
Zijn we als de gemeente in Pérgamum? Waarvoor werden zij geprezen? (vs. 13) Hoe bracht Bileam vele van de zonen van Israël tot struikelen, zoals in vers 14 wordt getoond? Wat betekent dat voor ons in deze tijd? Ingeval wij ons hieraan schuldig maken, wat is er dan nodig om het lange zwaard van vernietiging uit Christus’ mond te vermijden? (vs. 16)
Besluit: We moeten ons er steeds bewust van zijn dat we ieder persoonlijk en als gemeente worden geïnspecteerd. We worden doorvorst door Christus die „ogen heeft als een vuurvlam” (vs. 18). Redding spruit niet voort uit het louter met de mond beweren dat men een van Jehovah’s Getuigen is. Laat elk van ons aandacht schenken aan wat de „geest tot de gemeenten zegt”.
10 min: Bespreek kort „Zinvollere velddienstbijeenkomsten”. Deze bijeenkomsten hebben ten doel ons te helpen duidelijk te blijven zien hoe belangrijk het is onze velddienst te verrichten met het oog op het maken van discipelen. Lied 25 en gebed.
WEEK DIE OP 18 FEBRUARI BEGINT
10 min: Lied 74 en plaatselijke mededelingen. Openbare lezing van deze week behandelt de hoofdstukken . . . van het „Gezinsleven”-boek; moedig de gemeente aan de stof van tevoren te lezen. Vraag ook allen de volgende week het „Gezinsleven”-boek mee te nemen naar de dienstvergadering.
20 min: „Gods koninkrijk is de oplossing”. Zaaldeelname. Bij de behandeling van paragraaf 5 kan de voorzitter de rol van huisbewoner op zich nemen; laat de zaal als geheel de verkondiger zijn, door suggesties te geven wat er op verschillende beweringen geantwoord kan worden, hoe de aandacht op het Koninkrijk te vestigen, enzovoort. Vraag bij de behandeling van één onderwerp (misschien misdaad en geweld) schoolgaande verkondigers commentaar te geven. Beklemtoon als hoofdpunt paragraaf 4.
15 min: „Het goede nieuws aanbieden — Spreek over het Koninkrijk”. Gebruik een demonstratie waarbij de verkondiger aan de deur staat. Maak het werkelijkheidsgetrouw; verwerk algemene tegenwerpingen en situaties. Onderbreek de demonstratie bij belangrijke punten en vraag de zaal suggesties te geven of de tegenwerpingen op te lossen. Leg er de nadruk op dat ons doel moet zijn mensen te vinden die geholpen kunnen worden discipelen te worden.
10 min: Commentaar op de jaartekst, Johannes 15:8. Verwijs naar het „Jaarboek van 1979” bladzijde 261, 262. Als de gemeente een cassettebandje heeft van het bijbelboek Johannes, speel dan Johannes 15:1-8 af. Zo niet, laat een broeder het dan goed voorlezen, en bespreek dan in een lezing: (1) Wat de „vrucht” is — het totaal van christelijke vruchten van goede werken en aanwijzingen dat Gods geest elke dag in ons leven werkzaam is, wat ook het deelnemen aan de Koninkrijksprediking inhoudt. (2) Wat wordt bedoeld met „veel vrucht”? — Dat we Jehovah’s aanbidding en dienst tot het allerbelangrijkste in ons leven maken. Vestig de aandacht op plaatselijke regelingen voor de velddienst tijdens de komende dagen.
5 min: Lied 92 en gebed.
WEEK DIE OP 25 FEBRUARI BEGINT
10 min: Lied 71 en plaatselijke mededelingen. Openbare lezing van deze week handelt over de hoofdstukken . . . van het „Gezinsleven”-boek; moedig aan ze van tevoren te lezen.
25 min: „Jehovah’s Getuigen in de twintigste eeuw”, blz. 14, paragraaf 3, tot blz. 17. Kies van tevoren een aantal broeders uit die goede lezers zijn en korte commentaren zullen geven op het materiaal in de brochure. Vraag de groep op het podium te komen. Voorzitter zal vragen aan deze groep stellen. Vraag degene die commentaar geeft, te gaan staan; hij zal een hele paragraaf behandelen, waarbij hij mogelijk verscheidene vragen beantwoordt. Laat teksten duidelijk uitkomen. Laat de persoon na zijn commentaar de hem toegewezen paragraaf aan het publiek voorlezen.
Laat uitkomen dat dit dingen zijn, waarvan we willen dat de mensen in ons gebied ze weten; elk van ons zou toegerust moeten zijn om ze te bespreken. Deze bekwaamheid zal ons helpen om discipelen te maken.
20 min: Terugblik op programma van zaterdag van het internationale „Zegevierend geloof”-congres. (Gebruik alleen wat in de toegestane tijd kan worden behandeld; beklemtoon wat plaatselijk nodig is. Bespreking met zaaldeelname.) Thema voor die zaterdag was: „Heb geloof tot redding van je huisgezin” (Hebr. 11:7). Drie lezingen over het huwelijk in het ochtendprogramma. Lees 2 Timótheüs 3:1-6. Vraag zaal: Hoe werd deze tekst in de bespreking over het huwelijk gebruikt? (De lezing toonde dat deze tekst aangeeft hoe problemen, inclusief huwelijksproblemen, rijzen vanwege deloyaliteit, omdat mensen zichzelf liefhebben, niet bereid zijn tot enige overeenkomst, geen natuurlijke genegenheid hebben; en dat kan inderdaad tot huwelijksproblemen leiden.) Om het hoofd te bieden aan de problemen moedigde een van de ochtendtoespraken gehuwde mannen ertoe aan mannen van God te zijn. Hoe toont iemand dat hij dat is? (Kweekt eigenschappen van Galáten 5:22, 23 aan. Houdt verlangens en hartstochten in bedwang. [1 Kor. 9:27] Een godvruchtige vrouw tracht de goede raad uit Spreuken 31:10, 29-31 op te volgen. Zij is loyaal aan haar echtgenoot [vs. 12], vriendelijk tegenover de nederigen [vs. 20], voorzichtig in haar spraak [vs. 26], en werkt ijverig [vs. 27]. Willen mannen en vrouwen het hoofd bieden aan huwelijksproblemen, dan moeten ze de goede raad van Kolossenzen 3:12-21 volgen.)
Zaterdagmiddag werd het boek „Een gelukkig gezinsleven opbouwen” vrijgegeven. Wat is de goede raad die in hoofdstuk 2, blz. 18, 19, onder het kopje „Ik verander hem wel” wordt gegeven? Geef commentaar op hoofdstuk 3, blz. 30, 31, onder het kopje „Meningsverschillen in een prettige sfeer oplossen”. Vraag toehoorders te vertellen wat zij bijzonder belangwekkend vonden of wat voor hen uit het „Gezinsleven”-boek een praktische hulp is geweest.
5 min: Lied 55 en gebed.
WEEK DIE OP 4 MAART BEGINT
10 min: Lied 108 en plaatselijke mededelingen. Openbare lezing van deze week handelt over de hoofdstukken . . . van het „Gezinsleven”-boek; moedig aan ze van tevoren te lezen. Gemeenten die klaar zijn met deze serie kunnen enkele minuten aan de maandaanbieding besteden.
15 min: „Wat zij doen om het u te vertellen”. Enthousiaste bespreking van materiaal in brochure „Jehovah’s Getuigen in de twintigste eeuw”, blz. 18-22. Lees eerst de paragrafen. Gebruik hiervoor, waar mogelijk, bekwame verkondigers tussen 16 en 19 jaar die, vanuit de zaal paragrafen zullen lezen. Laat van elke paragraaf de hoofdpunten uitkomen door passende vragen te stellen. Gebruik teksten. Beklemtoon dat ons doel in al dit werk het maken van discipelen is.
30 min: Wat doen wij met wat we leren?
Voorbereiding voor dit onderdeel dient RUIM VAN TEVOREN te worden gedaan. Er worden iedere week veel goede velddienstpunten en suggesties om ons in ons dagelijks leven te helpen, in onze „Wachttoren”-studie, onze gemeenteboekstudie en in de openbare lezing behandeld. Gebruiken we wat we leren? Gebruik in dit aandeel 10 minuten voor elk van deze vergaderingen. Wijs in het begin van de maand februari één of twee boekstudiegroepen aan om elk van de drie vergaderingen te behandelen; vraag hen erop uit te zijn gebruik te maken van dingen die ze hebben opgestoken uit wat op de vergaderingen is besproken. Het kan zijn dat ze deze punten gebruiken bij het nemen van persoonlijke beslissingen, bij informeel getuigenis of wanneer ze van huis tot huis werken of nabezoeken doen. We zouden graag in dit programma hun ervaringen horen. Het dient dus geen terugblik op de vergaderingen te zijn, maar dit onderdeel moet laten uitkomen hoe materiaal van de vergaderingen in werkelijkheid gebruikt is.
Voorzitter dient punten uit te kiezen uit het materiaal van de „Wachttoren”, de boekstudie en openbare lezing, dat gebruikt ZOU KUNNEN worden, maar misschien niet is benut, en dit in de drie gedeelten van 10 minuten te verwerken naar de tijd dit toelaat. Vraag broeders en zusters: „Hoe zouden we deze punten hebben KUNNEN gebruiken in de velddienst, in het nemen van beslissingen, in het helpen van onze kinderen, bij het geven van informeel getuigenis, enz.?” Vertel de gemeente dat we dit volgende maand weer gaan doen.
5 min: Lied 64 en gebed.