Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Welke toekomst voor de schapen en de bokken?
    De Wachttoren 1995 | 15 oktober
    • Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden en zeggen: ’Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en u gevoed, of dorstig en u iets te drinken gegeven?

  • Welke toekomst voor de schapen en de bokken?
    De Wachttoren 1995 | 15 oktober
    • Mattheüs 25:34-

  • Welke toekomst voor de schapen en de bokken?
    De Wachttoren 1995 | 15 oktober
    • Integendeel, Jezus noemde de schapen tweemaal „rechtvaardigen” (Mattheüs 25:37, 46). De schapen moeten dus personen zijn die Christus’ broeders over een langdurige periode hulp hebben geboden — actief hebben ondersteund — en zo’n mate van geloof aan de dag hebben gelegd dat zij een rechtvaardige positie voor het aangezicht van God zijn gaan innemen.

      11 In de loop der eeuwen hebben velen zich net als Abraham in een rechtvaardige positie verheugd (Jakobus 2:21-23). Noach, Abraham en andere getrouwen behoren tot de „andere schapen” die leven in het Paradijs onder Gods koninkrijk zullen beërven. In recente tijden hebben nog miljoenen meer de ware aanbidding als andere schapen opgenomen en zijn samen met de gezalfden „één kudde” geworden (Johannes 10:16; Openbaring 7:9). Deze personen met een aardse hoop erkennen Jezus’ broeders als gezanten van het Koninkrijk en zijn hun derhalve te hulp gekomen — zowel letterlijk als geestelijk. Jezus beschouwt datgene wat de andere schapen voor zijn broeders op aarde doen, als voor hem gedaan. Zulke personen die in leven zijn wanneer hij komt om de natiën te oordelen, zullen als schapen geoordeeld worden.

      12. Waarom zouden de schapen kunnen vragen hoe zij Jezus vriendelijk hebben bejegend?

      12 Als de andere schapen thans het goede nieuws samen met de gezalfden prediken en hen helpen, waarom zouden zij dan vragen: „Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en u gevoed, of dorstig en u iets te drinken gegeven?” (Mattheüs 25:37) Er zouden verschillende redenen voor kunnen bestaan. Dit is een gelijkenis. Door middel van deze gelijkenis toont Jezus zijn diepe bezorgdheid voor zijn geestelijke broeders; hij voelt met hen mee en lijdt met hen. Jezus had eerder gezegd: „Wie u ontvangt, ontvangt ook mij, en wie mij ontvangt, ontvangt ook hem die mij heeft uitgezonden” (Mattheüs 10:40). In deze illustratie breidt Jezus het beginsel uit en toont hij aan dat wat er voor zijn broeders wordt gedaan (goed of slecht) zelfs tot in de hemel reikt; het is alsof het voor hem in de hemel wordt gedaan. Ook beklemtoont Jezus hier Jehovah’s maatstaf voor het oordeel door duidelijk te maken dat Gods oordeel, hetzij gunstig of ongunstig, zowel deugdelijk als rechtvaardig is. De bokken kunnen niet met het excuus aankomen: ’O, als wij u maar persoonlijk hadden gezien.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen