Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Godvruchtige eerbied voor bloed
    De Wachttoren 1986 | 1 september
    • ’Rein van het bloed van alle mensen’

      16. Van welke houding ten aanzien van heilige dienst moeten wij, net als Paulus, blijk geven?

      16 Laten wij echter weer naar de eerste eeuw teruggaan. Er zijn zo’n zeven jaar voorbijgegaan sinds Paulus en Barnabas hebben gehoord hoe Jakobus het verbod inzake afgoderij, bloed en hoererij bekendmaakte. Gedurende die tijd heeft Paulus twee zendingsreizen door Klein-Azië en tot in Oost-Europa gemaakt. Nu, op zijn terugreis door Miléte, is hij in de gelegenheid met de ouderlingen uit Éfeze te spreken, die hem daar komen opzoeken. Hij herinnert hen eraan dat hij zich in hun midden niet gespaard heeft maar ’met de grootste ootmoedigheid des geestes de Heer als slaaf heeft gediend, onder tranen en met beproevingen’. Betonen wij ons in deze tijd net zo zelfopofferend door ons volledig voor Jehovah’s dienst in te zetten? Dat behoort wel zo te zijn. — Handelingen 20:17-19.

      17. Hoe moeten wij, net als Paulus, onze dienst verrichten?

      17 Hoe had Paulus die dienst verricht? Overal waar hij mensen trof, gaf hij getuigenis, voornamelijk bij hen thuis, en ongeacht hun religieuze achtergrond. Hij had zich er niet van weerhouden die ouderlingen te instrueren, en ongetwijfeld hadden zij hem vergezeld terwijl hij „in het openbaar en van huis tot huis” onderwijs gaf. Zij waren niet de enigen die profijt hadden getrokken van Paulus’ ijverige bediening, want hij had ’zowel aan joden als aan Grieken grondig getuigenis afgelegd omtrent berouw jegens God en geloof in de Heer Jezus’. Merk dat woord „grondig” eens op. Gaan wij in deze tijd grondig te werk door erop toe te zien dat allerlei mensen, alle etnische groepen, het getuigenis ontvangen? — Handelingen 20:20, 21; Openbaring 14:6, 7.

      18. (a) Hoe dienen wij er, net als Paulus, op toe te zien dat onze ziel bij het dienen van God betrokken is? (b) Hoe dienen wij, net als Paulus, te werk te gaan naarmate de druk toeneemt?

      18 Het woord „grondig” verschijnt ook in Paulus’ volgende verklaring: „Ik hecht niet de minste waarde aan mijn ziel als zou ze mij dierbaar zijn, indien ik mijn loopbaan en de bediening die ik van de Heer Jezus heb ontvangen, maar mag voleindigen om grondig getuigenis af te leggen van het goede nieuws van de onverdiende goedheid van God” (Handelingen 20:24). Zijn ziel, of leven, zou geen waarde hebben indien hij zijn bediening niet op deze wijze zou volbrengen. Denken wij ook zo over onze bediening? Spreiden wij, naarmate deze laatste dagen ten einde spoeden en druk, vervolging, ziekte of het voortschrijden der jaren hun invloed op ons doen gelden, nog steeds een geest als die van Paulus tentoon door grondig naar huisgezinnen te zoeken die ’het waard zijn’? — Matthéüs 10:12, 13; 2 Timótheüs 2:3, 4; 4:5, 7.

      19. Waarom kon Paulus zeggen: „Ik [ben] rein . . . van het bloed van alle mensen”?

      19 Paulus verwachtte niet dat hij die ouderlingen uit Éfeze nog eens zou terugzien. Doch met volledig vertrouwen kon hij tot hen zeggen: „Ik [roep] u op de dag van heden tot getuigen dat ik rein ben van het bloed van alle mensen.” Wat bedoelde hij? Paulus had geen bloed in oorlogen vergoten. Hij had geen bloed gegeten. Hij had daarentegen buitengewoon grote belangstelling aan de dag gelegd voor het leven van anderen, zoals dit door hun bloed werd vertegenwoordigd. Hij wilde niet dat zij tijdens Gods Oordeelsdag hun leven zouden verliezen omdat hij hun geen grondig getuigenis had gegeven.

  • Godvruchtige eerbied voor bloed
    De Wachttoren 1986 | 1 september
    • Handelingen 20:26,

Nederlandse publicaties (1950-2027)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen