-
Een bestuur voor de verwezenlijking van Gods voornemenDe Wachttoren 2006 | 15 februari
-
-
Een bestuur voor de verwezenlijking van Gods voornemen
’God voert alles uit zoals hij het wil.’ — EFEZIËRS 1:11, Groot Nieuws Bijbel.
1. Waarvoor zullen alle gemeenten van Jehovah’s Getuigen op 12 april 2006 bijeenkomen?
OP woensdagavond, 12 april 2006, zullen zo’n 16.000.000 mensen bijeenkomen om het Avondmaal des Heren te vieren. In elke vergaderplaats zal een tafel staan met ongezuurd brood, dat Christus’ lichaam voorstelt, en met rode wijn als symbool van zijn vergoten bloed. Die symbolen — eerst het brood en dan de wijn — zullen tegen het einde van een lezing waarin de betekenis van de Gedachtenisviering van Jezus’ dood wordt uitgelegd, onder alle aanwezigen rondgaan. In betrekkelijk weinig gemeenten van Jehovah’s Getuigen zullen een of meer van de aanwezigen er gebruik van maken. In veel gevallen zal niemand van de symbolen gebruik maken. Waarom maken maar weinig christenen, namelijk degenen die in de hemel hopen te leven, er gebruik van, terwijl de meesten, die eeuwig op aarde hopen te leven, er geen gebruik van maken?
2, 3. (a) Hoe is Jehovah in overeenstemming met zijn voornemen gaan scheppen? (b) Met welk doel heeft Jehovah de aarde en de mensheid geschapen?
2 Jehovah is een God met een voornemen. Bij de verwezenlijking van zijn voornemen ’voert hij alles uit zoals hij het wil’ (Efeziërs 1:11, GNB). Eerst schiep Jehovah zijn eniggeboren Zoon (Johannes 1:1, 14; Openbaring 3:14). Vervolgens schiep hij, door bemiddeling van die Zoon, een gezin van geestenzonen en ten slotte het stoffelijke universum, met inbegrip van de aarde en de mensen erop. — Job 38:4, 7; Psalm 103:19-21; Johannes 1:2, 3; Kolossenzen 1:15, 16.
3 Jehovah heeft de aarde niet geschapen als een proefterrein om zijn gezin van geestenzonen in de hemel uit te breiden, zoals veel kerken van de christenheid leren. Bij de schepping van de aarde stond hem een specifiek doel voor ogen, dat ze bewoond zou worden (Jesaja 45:18). God schiep de aarde voor de mens en de mens voor de aarde (Psalm 115:16). De hele aardbol zou een paradijs worden, vol rechtvaardige mensen, die de aarde zouden bebouwen en er zorg voor zouden dragen. Nooit gaf God het eerste mensenpaar het vooruitzicht dat ze uiteindelijk naar de hemel zouden gaan. — Genesis 1:26-28; 2:7, 8, 15.
Jehovah’s voornemen aangevochten
4. Hoe werd de manier waarop Jehovah zijn soevereiniteit uitoefent aan het begin van de menselijke geschiedenis aangevochten?
4 Een geestenzoon van God kwam in opstand en was vastbesloten Jehovah’s voornemen te dwarsbomen; hij maakte misbruik van de vrije wil die God hem gegeven had. Hij verstoorde de vrede die iedereen ervaart die zich uit liefde aan Jehovah’s soevereiniteit onderwerpt. Satan bracht het eerste mensenpaar ertoe een koers van onafhankelijkheid van God te gaan volgen (Genesis 3:1-6). Hij loochende niet Jehovah’s macht; wat hij wel aanvocht was de manier waarop Jehovah zijn soevereiniteit uitoefent en daarmee zijn recht om te regeren. Zo werd op aarde de fundamentele strijdvraag inzake Jehovah’s soevereiniteit opgeworpen, helemaal aan het begin van de menselijke geschiedenis.
5. Welk tweede strijdpunt werd opgeworpen, en wie waren erbij betrokken?
5 Nauw verwant aan die primaire strijdvraag inzake de universele soevereiniteit is een tweede strijdpunt dat Satan in de dagen van Job opwierp. Satan trok de beweegreden in twijfel waarmee Jehovah’s schepselen zich aan Hem onderwierpen en Hem dienden. Satan suggereerde dat ze dat deden om zelfzuchtige redenen en dat als ze werden beproefd, ze zich tegen God zouden keren (Job 1:7-11; 2:4, 5). Hoewel die twijfel werd geuit met betrekking tot een menselijke dienstknecht van Jehovah, gold hij ook de geestenzonen van God, zelfs Jehovah’s eniggeboren Zoon.
6. Hoe heeft Jehovah bewezen dat hij trouw is aan zijn voornemen en aan zijn naam?
6 Trouw aan zijn voornemen en aan de betekenis van zijn naam maakte Jehovah zich tot een Profeet en Redder.a Hij zei tegen Satan: „Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15). Via het Zaad van zijn „vrouw”, het hemelse deel van zijn organisatie, zou Jehovah Satans uitdaging beantwoorden en Adams nakomelingen hoop geven op bevrijding en leven. — Romeinen 5:21; Galaten 4:26, 31.
„Het heilige geheim van zijn wil”
7. Welk voornemen onthulde Jehovah via de apostel Paulus?
7 In zijn brief aan de christenen in Efeze legt de apostel Paulus prachtig uit hoe Jehovah aangelegenheden stuurt om zijn voornemen te verwezenlijken. Paulus schreef: „Hij [heeft] ons het heilige geheim van zijn wil . . . bekendgemaakt. Het is overeenkomstig zijn welbehagen, dat hij bij zichzelf had voorgenomen, aan de volledige grens van de bestemde tijden een bestuur te hebben, om namelijk alle dingen weer bijeen te vergaderen in de Christus, de dingen in de hemelen en de dingen op de aarde” (Efeziërs 1:9, 10). Het is Jehovah’s glorierijke voornemen een verenigd universum tot stand te brengen waar schepselen wonen die zich uit liefde aan zijn soevereiniteit onderwerpen (Openbaring 4:11). Zo zou zijn naam geheiligd worden, zou bewezen worden dat Satan een leugenaar is en zou de goddelijke wil „gelijk in de hemel, zo ook op aarde” worden volbracht. — Mattheüs 6:10.
8. Wat betekent het woord dat met „bestuur” is vertaald?
8 Jehovah’s „welbehagen” of voornemen zou verwezenlijkt worden door „een bestuur”. Paulus gebruikte een woord dat letterlijk „huisbestuur; beheer van de huishouding” betekent. Het slaat niet op een regering, zoals het Messiaanse koninkrijk, maar op een manier om aangelegenheden te besturen.b Bij de schitterende manier waarop Jehovah aangelegenheden zou sturen om zijn voornemen te verwezenlijken, was een ’heilig geheim’ betrokken dat in de loop van de eeuwen progressief onthuld zou worden. — Efeziërs 1:10 en 3:9, vtnn.
9. Hoe heeft Jehovah progressief het heilige geheim van zijn wil onthuld?
9 Via een reeks verbonden heeft Jehovah geleidelijk onthuld hoe zijn voornemen met betrekking tot het in Eden beloofde Zaad verwezenlijkt zou worden. Zijn verbondsbelofte aan Abraham liet zien dat het beloofde Zaad naar de aarde zou komen in Abrahams geslachtslijn en het middel zou zijn waardoor „alle natiën der aarde” zich zouden zegenen. Uit dat verbond bleek ook dat er anderen met het primaire deel van het zaad verbonden zouden zijn (Genesis 22:17, 18). Het Wetsverbond, dat met het vleselijke Israël werd gesloten, onthulde Jehovah’s voornemen om „een koninkrijk van priesters” te hebben (Exodus 19:5, 6). Het verbond met David maakte duidelijk dat het Zaad tot onbepaalde tijd aan het hoofd van een koninkrijk zou staan (2 Samuël 7:12, 13; Psalm 89:3, 4). Toen het Wetsverbond de joden eenmaal tot de Messias had geleid, onthulde Jehovah nog meer aspecten van de verwezenlijking van zijn voornemen (Galaten 3:19, 24). De mensen die verbonden zouden zijn met het primaire deel van het zaad zouden het voorzegde „koninkrijk van priesters” vormen en zouden in „een nieuw verbond” worden opgenomen als het nieuwe „Israël”, een geestelijk Israël. — Jeremia 31:31-34; Hebreeën 8:7-9.c
10, 11. (a) Hoe openbaarde Jehovah wie het voorzegde Zaad was? (b) Waarom kwam Gods eniggeboren Zoon naar de aarde?
10 In het kader van de verwezenlijking van Gods voornemen brak de tijd aan dat het voorzegde Zaad op aarde zou verschijnen. Jehovah stuurde de engel Gabriël om Maria te vertellen dat ze een zoon zou baren die Jezus genoemd moest worden. De engel zei tegen haar: „Deze zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd; en Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven, en hij zal voor eeuwig als koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn koninkrijk zal geen einde zijn” (Lukas 1:32, 33). Zo werd de identiteit van het beloofde Zaad duidelijk. — Galaten 3:16; 4:4.
11 Jehovah’s eniggeboren Zoon zou naar de aarde komen om tot het uiterste beproefd te worden. Het zou van Jezus’ levenswandel afhangen of het volmaakte antwoord op Satans uitdaging verschaft kon worden. Zou hij trouw blijven aan zijn Vader? Daar was een heilig geheim bij betrokken. De apostel Paulus legde later Jezus’ rol uit: „Het heilige geheim van deze godvruchtige toewijding is, zoals algemeen wordt erkend, groot: ’Hij werd openbaar gemaakt in het vlees, werd rechtvaardig verklaard in geest, is verschenen aan engelen, werd gepredikt onder natiën, werd geloofd in de wereld, werd opgenomen in heerlijkheid’” (1 Timotheüs 3:16). Door zijn onwrikbare integriteit tot in de dood verschafte Jezus inderdaad het definitieve antwoord op Satans uitdaging. Maar andere details van het heilige geheim moesten nog onthuld worden.
„Het heilige geheim van het koninkrijk Gods”
12, 13. (a) Wat is één aspect van „het heilige geheim van het koninkrijk Gods”? (b) Wat was er betrokken bij Jehovah’s selectie van een beperkt aantal mensen die naar de hemel zouden gaan?
12 Tijdens een van zijn predikingstochten door Galilea gaf Jezus te kennen dat het heilige geheim nauw verband hield met zijn Messiaanse Koninkrijksregering. Hij vertelde zijn discipelen: „U is het gegeven de heilige geheimen van het koninkrijk der hemelen [„het koninkrijk Gods”, Markus 4:11] te begrijpen” (Mattheüs 13:11). Eén aspect van dat geheim was dat Jehovah een „kleine kudde” van 144.000 mensen zou uitkiezen die als een deel van het zaad met zijn Zoon verbonden zouden zijn om met hem in de hemel te regeren. — Lukas 12:32; Openbaring 14:1, 4.
13 Aangezien mensen werden geschapen om op aarde te leven, was er „een nieuwe schepping” door Jehovah nodig wilden sommige mensen naar de hemel kunnen gaan (2 Korinthiërs 5:17). Als een van degenen die uitgekozen werden om die uitzonderlijke hemelse hoop te hebben, schreef de apostel Petrus: „Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, want overeenkomstig zijn grote barmhartigheid heeft hij ons door middel van de opstanding van Jezus Christus uit de doden een nieuwe geboorte gegeven tot een levende hoop, tot een onverderfelijke en onbesmette en onverwelkelijke erfenis. Ze is in de hemelen weggelegd voor u.” — 1 Petrus 1:3, 4.
14. (a) Hoe waren er niet-joden betrokken bij „het heilige geheim van het koninkrijk Gods”? (b) Waardoor kunnen we deze „diepe dingen Gods” begrijpen?
14 Een ander onderdeel van het heilige geheim inzake de toekomstige Koninkrijksregering was Gods wil om niet-joden op te nemen in het kleine aantal mensen dat geroepen zou worden om met Christus in de hemel te regeren. Paulus legde dit facet van Jehovah’s „bestuur” of manier om de verwezenlijking van zijn voornemen te sturen, als volgt uit: „In andere geslachten werd dit geheim niet aan de zonen der mensen bekendgemaakt zoals het nu door geest aan zijn heilige apostelen en profeten is geopenbaard, namelijk dat mensen uit de natiën mede-erfgenamen zouden zijn en medeleden van het lichaam en met ons deelgenoten van de belofte in eendracht met Christus Jezus door middel van het goede nieuws” (Efeziërs 3:5, 6). Dit deel van het heilige geheim werd aan de „heilige apostelen” geopenbaard. Ook in deze tijd zouden we zonder de hulp van de heilige geest deze „diepe dingen Gods” niet begrijpen. — 1 Korinthiërs 2:10; 4:1; Kolossenzen 1:26, 27.
15, 16. Waarom heeft Jehovah Christus’ mederegeerders uit de mensheid gekozen?
15 Over „de honderd vierenveertig duizend” die Johannes met „het Lam” op de hemelse berg Sion zag staan, wordt gezegd dat ze „van de aarde” en „uit het midden van de mensen” gekocht zijn „als eerstelingen voor God en voor het Lam”, Christus Jezus (Openbaring 14:1-4). Jehovah koos de eerste van zijn hemelse zonen uit om het primaire deel van het in Eden beloofde zaad te worden, maar waarom koos hij de metgezellen van Christus uit de mensheid? De apostel Paulus legt uit dat dit beperkte aantal geroepen is „volgens zijn [Jehovah’s] voornemen”, „overeenkomstig het welbehagen van zijn wil”. — Romeinen 8:17, 28-30; Efeziërs 1:5, 11; 2 Timotheüs 1:9.
16 Het is Jehovah’s voornemen zijn grote en heilige naam te heiligen en zijn universele soevereiniteit te rechtvaardigen. Jehovah’s ongeëvenaard wijze „bestuur” hield in dat hij zijn eerstgeboren Zoon naar de aarde zond, waar hij tot het uiterste werd beproefd. Verder bepaalde Jehovah dat tot de Messiaanse Koninkrijksregering van zijn Zoon mensen zouden behoren die eveneens Zijn soevereiniteit tot de dood hadden hoog gehouden. — Efeziërs 1:8-12; Openbaring 2:10, 11.
17. Waarom kunnen we blij zijn dat Christus en zijn mederegeerders eens als mens hebben geleefd?
17 Jehovah toonde zijn grote liefde voor Adams nakomelingen door zijn Zoon naar de aarde te zenden en door degenen die mede-erfgenamen van de Zoon zouden zijn in de Koninkrijksregering, uit de mensheid te kiezen. Hoe konden anderen die hun trouw aan Jehovah hebben bewezen, te beginnen met Abel, daar voordeel van hebben? Omdat onvolmaakte mensen door geboorte slaven van de zonde en de dood zijn, zouden ze geestelijk en lichamelijk genezen en tot volmaaktheid gebracht moeten worden, in overeenstemming met Jehovah’s oorspronkelijke voornemen voor de mensheid (Romeinen 5:12). Wat is het voor al degenen die uitzien naar eeuwig leven op aarde een troost te weten dat hun Koning liefde en empathie voor hen zal tonen, net zoals hij dat tijdens zijn aardse bediening tegenover zijn discipelen heeft gedaan! (Mattheüs 11:28, 29; Hebreeën 2:17, 18; 4:15; 7:25, 26) En wat een geruststelling te beseffen dat Christus’ medekoningen-priesters in de hemel eens mannen en vrouwen waren die een groot geloof bezaten maar die net als wij tegen persoonlijke zwakheden moesten vechten en met de problemen van het leven te kampen hadden! — Romeinen 7:21-25.
Jehovah’s onfeilbare voornemen
18, 19. Waarom zijn Paulus’ woorden in Efeziërs 1:8-11 nu duidelijker voor ons, en wat zal er in het volgende artikel worden besproken?
18 We kunnen de strekking van Paulus’ woorden in Efeziërs 1:8-11 tot de gezalfde christenen nu beter begrijpen. Hij zei dat Jehovah hun „het heilige geheim van zijn wil” had bekendgemaakt, dat ze waren ’aangesteld tot erfgenamen’ met Christus, en dat ze waren „voorbestemd overeenkomstig het voornemen van hem die alle dingen werkzaam doet zijn naar het raadsbesluit van zijn wil”. We begrijpen dat dit past in de schitterende manier waarop Jehovah dingen ’bestuurt’ om zijn voornemen te verwezenlijken. Het helpt ons ook te begrijpen waarom maar weinig christenen die het Avondmaal des Heren bijwonen, gebruik maken van de symbolen.
19 In het volgende artikel zullen we zien wat de Gedachtenisviering van Christus’ dood betekent voor christenen die een hemelse hoop hebben. We zullen ook leren waarom miljoenen die hopen eeuwig op aarde te leven, intens geïnteresseerd moeten zijn in dat wat de Gedachtenisviering symboliseert.
[Voetnoten]
a De goddelijke naam betekent letterlijk „Hij veroorzaakt te worden”. Jehovah kan alles worden wat er nodig is om zijn voornemen te verwezenlijken. — Exodus 3:14, vtn.
b Uit Paulus’ woorden blijkt dat dit „bestuur” in zijn tijd functioneerde, terwijl de Schrift te kennen geeft dat het Messiaanse koninkrijk pas in 1914 werd opgericht.
c Zie voor een uitvoerige bespreking van deze verbonden die betrokken zijn bij de verwezenlijking van Gods voornemen De Wachttoren van 1 februari 1989, blz. 10-15.
-
-
De bijeenvergadering van dingen in de hemel en dingen op aardeDe Wachttoren 2006 | 15 februari
-
-
De bijeenvergadering van dingen in de hemel en dingen op aarde
„Het is overeenkomstig zijn welbehagen . . . alle dingen weer bijeen te vergaderen in de Christus, de dingen in de hemelen en de dingen op de aarde.” — EFEZIËRS 1:9, 10.
1. Wat is Jehovah’s „welbehagen” voor de hemel en de aarde?
UNIVERSELE VREDE! Dat is het glorierijke voornemen van Jehovah, „de God van vrede” (Hebreeën 13:20). Hij inspireerde de apostel Paulus ertoe te schrijven dat het „zijn welbehagen” is „alle dingen weer bijeen te vergaderen in de Christus, de dingen in de hemelen en de dingen op de aarde” (Efeziërs 1:9, 10). Wat ligt er precies opgesloten in het werkwoord dat in dit vers vertaald is met „weer bijeen te vergaderen”? De bijbelgeleerde J. B. Lightfoot merkt op: „In de uitdrukking ligt de hele harmonie van het universum opgesloten, dat geen onverenigbare en verstorende elementen meer zal bevatten, maar waarvan alle delen hun middelpunt en band van eenheid zullen vinden in Christus. Er zal een eind komen aan zonde en dood, verdriet, mislukking en lijden.”
„Dingen in de hemelen”
2. Wie zijn „de dingen in de hemelen” die bijeenvergaderd moeten worden?
2 De apostel Petrus vatte de schitterende hoop van ware christenen samen toen hij schreef: „Er zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, die wij overeenkomstig zijn belofte verwachten, en daarin zal rechtvaardigheid wonen” (2 Petrus 3:13). De hier beloofde „nieuwe hemelen” slaan op de nieuwe regeringsautoriteit, het Messiaanse koninkrijk. „De dingen in de hemelen” die Paulus in zijn brief aan de Efeziërs noemt, moeten bijeen worden vergaderd „in de Christus”. Het betreft het beperkte aantal mensen die uitgekozen zijn om met Christus in de hemel te regeren (1 Petrus 1:3, 4). Die 144.000 gezalfde christenen zijn ’van de aarde gekocht’, „uit het midden van de mensen”, om mede-erfgenamen met Christus in zijn hemelse koninkrijk te zijn. — Openbaring 5:9, 10; 14:3, 4; 2 Korinthiërs 1:21; Efeziërs 1:11; 3:6.
3. Hoe kunnen we zeggen dat de gezalfden ook als ze nog op aarde zijn, ’plaats hebben genomen in de hemelse gewesten’?
3 Gezalfde christenen worden door de heilige geest voortgebracht, of wedergeboren, om Jehovah’s geestelijke zonen te worden (Johannes 1:12, 13; 3:5-7). Doordat ze door Jehovah als „zonen” worden aangenomen, worden ze Jezus’ broeders (Romeinen 8:15; Efeziërs 1:5). In die hoedanigheid, en dat geldt ook als ze nog op aarde zijn, wordt van hen gezegd dat Jehovah hen ’mede heeft opgewekt en hen mede plaats heeft doen nemen in de hemelse gewesten in eendracht met Christus Jezus’ (Efeziërs 1:3; 2:6). Ze bekleden die verheven geestelijke positie omdat ze ’verzegeld zijn met de beloofde heilige geest, een van tevoren gegeven onderpand van hun erfenis’, die in de hemel voor hen is weggelegd (Efeziërs 1:13, 14; Kolossenzen 1:5). Zij zijn dus „de dingen in de hemelen”, van wie het totale door Jehovah voorbestemde aantal bijeenvergaderd moest worden.
De bijeenvergadering begint
4. Wanneer en hoe begon de bijeenvergadering van „de dingen in de hemelen”?
4 In overeenstemming met Jehovah’s „bestuur”, de manier waarop hij aangelegenheden stuurt, zou de bijeenvergadering van „de dingen in de hemelen” beginnen „aan de volledige grens van de bestemde tijden” (Efeziërs 1:10). Dat moment brak aan met Pinksteren 33 G.T. Op die dag werd er heilige geest uitgestort op de apostelen en een groep discipelen, mannen en vrouwen (Handelingen 1:13-15; 2:1-4). Dat was het bewijs dat het nieuwe verbond in werking was getreden, en het markeerde de geboorte van de christelijke gemeente en van het geestelijke Israël, een nieuwe natie, „het Israël Gods”. — Galaten 6:16; Hebreeën 9:15; 12:23, 24.
5. Waarom schiep Jehovah een nieuwe „natie” ter vervanging van het vleselijke Israël?
5 Het met het vleselijke Israël gesloten Wetsverbond had geen „koninkrijk van priesters en een heilige natie” voortgebracht die eeuwig in de hemel zouden dienen (Exodus 19:5, 6). Jezus zei tegen de joodse religieuze leiders: „Het koninkrijk Gods zal van u worden weggenomen en aan een natie worden gegeven die de vruchten daarvan voortbrengt” (Mattheüs 21:43). Die natie, het geestelijke Israël, bestaat uit gezalfde christenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen. Aan hen schreef de apostel Petrus: „Gij zijt ’een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk tot een speciaal bezit, opdat gij alom de voortreffelijkheden zoudt bekendmaken’ van degene die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht. Want eens waart gij geen volk, maar nu zijt gij Gods volk” (1 Petrus 2:9, 10). Het vleselijke Israël was niet langer Jehovah’s verbondsvolk (Hebreeën 8:7-13). Zoals Jezus had voorzegd, werd het voorrecht om deel uit te maken van het Messiaanse koninkrijk van hen weggenomen en aan de 144.000 leden van het geestelijke Israël gegeven. — Openbaring 7:4-8.
In het Koninkrijksverbond opgenomen
6, 7. Welk speciale verbond sloot Jezus met zijn door de geest verwekte broeders, en wat betekent dat voor hen?
6 Op de avond dat Jezus de Gedachtenisviering van zijn dood instelde, zei hij tegen zijn getrouwe apostelen: „Gij zijt degenen die in mijn beproevingen steeds bij mij zijt gebleven; en ik sluit een verbond met u, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, opdat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen” (Lukas 22:28-30). Jezus sprak hier over een speciaal verbond dat hij sloot met zijn 144.000 door de geest verwekte broeders, die ’zelfs tot de dood getrouw’ zouden blijven en ’overwinnaars’ zouden blijken te zijn. — Openbaring 2:10; 3:21.
7 De leden van die beperkte groep doen afstand van alle hoop eeuwig als mensen van vlees en bloed op aarde te leven. Ze zullen met Christus in de hemel regeren en op tronen zitten om de mensheid te oordelen (Openbaring 20:4, 6). Laten we nu andere schriftplaatsen beschouwen die alleen op deze gezalfden van toepassing zijn en die duidelijk maken waarom de „andere schapen” geen gebruik maken van de Gedachtenissymbolen. — Johannes 10:16.
8. Wat geven de gezalfden te kennen door van het brood te gebruiken? (Zie het kader op blz. 23.)
8 De gezalfden hebben deel aan Christus’ lijden en zijn bereid zich aan een dood zoals de zijne te onderwerpen. Als een van hen verklaarde Paulus dat hij bereid was ieder offer te brengen om „Christus [te mogen] winnen . . . ten einde hem te kennen en de kracht van zijn opstanding en het deelhebben aan zijn lijden”. Ja, Paulus was bereid zich te onderwerpen „aan zijn soort van dood” (Filippenzen 3:8, 10). Veel gezalfde christenen hebben in hun fysieke lichaam ’de dodelijke behandeling verduurd die men Jezus deed toekomen’. — 2 Korinthiërs 4:10.
9. Welk lichaam wordt gesymboliseerd door het Gedachtenisbrood?
9 Toen Jezus het Avondmaal des Heren instelde, zei hij: „Dit betekent mijn lichaam” (Markus 14:22). Hij doelde op zijn letterlijke lichaam, dat weldra tot bloedens toe geslagen zou worden. Brood zonder zuurdeeg was een passend symbool van dat lichaam. Waarom? Omdat zuurdeeg in de bijbel op zonde of goddeloosheid kan duiden (Mattheüs 16:4, 11, 12; 1 Korinthiërs 5:6-8). Jezus was volmaakt en zijn menselijk lichaam was zonder zonde. Hij zou dat volmaakte lichaam offeren als een zoenoffer (Hebreeën 7:26; 1 Johannes 2:2). Daarvan zouden alle getrouwe christenen profijt trekken, of ze nu hoopten op leven in de hemel of op eeuwig leven in een aards paradijs. — Johannes 6:51.
10. Op welke manier hebben degenen die van de Gedachteniswijn gebruiken ’deel aan het bloed van de Christus’?
10 Over de wijn waarvan gezalfde christenen bij de Gedachtenisviering gebruiken, schreef Paulus: „Is niet de beker der zegening die wij zegenen, een deelhebben aan het bloed van de Christus?” (1 Korinthiërs 10:16) Op welke manier hebben degenen die van de wijn gebruiken deel aan het bloed van de Christus? Ze hebben beslist geen deel aan het verschaffen van het loskoopoffer, want ze hebben zelf verlossing nodig. Door hun geloof in de verlossende kracht van Christus’ bloed ontvangen ze vergeving van zonden en worden ze rechtvaardig verklaard tot leven in de hemel (Romeinen 5:8, 9; Titus 3:4-7). Dankzij de waarde van Christus’ vergoten bloed worden de 144.000 mede-erfgenamen van Christus „geheiligd”, afgezonderd, gereinigd van zonde om „heiligen” te zijn (Hebreeën 10:29; Daniël 7:18, 27; Efeziërs 2:19). Met zijn vergoten bloed heeft Christus inderdaad „uit elke stam en taal en elk volk en elke natie personen voor God gekocht, en . . . hen gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en zij zullen als koningen over de aarde regeren”. — Openbaring 5:9, 10.
11. Wat geven de gezalfden te kennen door de Gedachteniswijn te drinken?
11 Toen Jezus de Gedachtenisviering van zijn dood instelde, overhandigde hij de beker wijn aan zijn getrouwe apostelen met de woorden: „Drinkt allen hieruit; want dit betekent mijn ’bloed van het verbond’, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden” (Mattheüs 26:27, 28). Net zoals het bloed van stieren en bokken het Wetsverbond tussen God en de natie Israël bekrachtigde, werd door Jezus’ bloed het nieuwe verbond van kracht dat Jehovah vanaf Pinksteren 33 G.T. met het geestelijke Israël zou sluiten (Exodus 24:5-8; Lukas 22:20; Hebreeën 9:14, 15). Door de wijn te drinken die het „bloed van het verbond” symboliseert, geven de gezalfden te kennen dat ze in het nieuwe verbond zijn opgenomen en de voordelen ervan ontvangen.
12. Hoe worden de gezalfden in Christus’ dood gedoopt?
12 De gezalfden worden aan nog iets anders herinnerd. Jezus zei tegen zijn trouwe discipelen: „De beker die ik drink, zult gij drinken, en met de doop waarmee ik word gedoopt, zult gij worden gedoopt” (Markus 10:38, 39). De apostel Paulus schreef later dat christenen ’in Christus’ dood werden gedoopt’ (Romeinen 6:3). De gezalfden leiden een leven van opoffering. Hun dood is offerandelijk in de zin dat ze afstand doen van alle hoop op eeuwig leven op aarde. De doop van deze gezalfde christenen in Christus’ dood wordt voltooid wanneer ze na in getrouwheid gestorven te zijn, een opstanding als geestelijk schepsel krijgen om met Christus „te zamen als koningen [te] regeren” in de hemel. — 2 Timotheüs 2:10-12; Romeinen 6:5; 1 Korinthiërs 15:42-44, 50.
Het gebruik maken van de symbolen
13. Waarom gebruiken personen met een aardse hoop niet van de Gedachtenissymbolen, maar waarom wonen ze de Gedachtenisviering wel bij?
13 Dit is er dus allemaal bij betrokken als personen deel hebben aan het brood en de wijn die tijdens de Gedachtenisviering rondgaan, en daarom zou het uiteraard ongepast zijn als degenen met een aardse hoop er gebruik van zouden maken. Personen met een aardse hoop beseffen dat zij geen gezalfde leden van het lichaam van Christus zijn en dat ze evenmin in het nieuwe verbond zijn opgenomen dat Jehovah heeft gesloten met degenen die met Jezus Christus zullen regeren. Omdat „de beker” het nieuwe verbond vertegenwoordigt, gebruiken alleen degenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen van de symbolen. Zij die uitzien naar eeuwig leven in menselijke volmaaktheid op aarde onder het Koninkrijk worden niet in Jezus’ dood gedoopt en evenmin geroepen om met hem in de hemel te regeren. Zouden ze gebruik maken van de symbolen, dan zou dat iets te kennen geven dat voor hen niet opgaat. Ze maken er daarom geen gebruik van, maar wonen wel de Gedachtenisviering bij als eerbiedige toeschouwers. Ze zijn dankbaar voor alles wat Jehovah door bemiddeling van zijn Zoon voor hen gedaan heeft, zoals het schenken van vergeving op basis van Christus’ vergoten bloed.
14. Hoe worden de gezalfden geestelijk gesterkt door van het brood en de wijn te gebruiken?
14 De uiteindelijke verzegeling van het betrekkelijk kleine aantal christenen dat geroepen is om met Christus in de hemel te regeren, nadert haar voltooiing. Tot het einde van hun leven van opoffering op aarde worden de gezalfden geestelijk gesterkt door van de Gedachtenissymbolen te gebruiken. Ze voelen een band van eenheid met hun broeders en zusters die ook leden van Christus’ lichaam zijn. Gebruik maken van de symbolen, het brood en de wijn, herinnert hen aan hun verantwoordelijkheid om tot de dood getrouw te blijven. — 2 Petrus 1:10, 11.
De bijeenvergadering van „dingen op de aarde”
15. Wie zijn er aan de zijde van de gezalfde christenen bijeenvergaderd?
15 Sinds het midden van de jaren dertig hebben steeds meer „andere schapen”, die niet tot de „kleine kudde” behoren en die de hoop hebben eeuwig op aarde te leven, zich aan de zijde van de gezalfden geschaard (Johannes 10:16; Lukas 12:32; Zacharia 8:23). Ze zijn de loyale metgezellen van Christus’ broeders geworden en verlenen waardevolle hulp bij de prediking van „dit goede nieuws van het koninkrijk” tot een getuigenis voor alle naties (Mattheüs 24:14; 25:40). Daardoor komen ze ervoor in aanmerking door Christus als zijn „schapen” beschouwd te worden en aan zijn „rechterhand” van gunst te worden geplaatst als hij komt om de naties te oordelen (Mattheüs 25:33-36, 46). Door hun geloof in Christus’ bloed zullen ze met elkaar de „grote schare” vormen, die „de grote verdrukking” zal overleven. — Openbaring 7:9-14.
16. Wie zullen tot „de dingen op de aarde” behoren, en hoe zullen die allemaal de gelegenheid krijgen om „kinderen Gods” te worden?
16 Met de uiteindelijke verzegeling van de 144.000 zal de weg vrij zijn voor het loslaten van de „winden” van verwoesting over Satans goddeloze samenstel van dingen op aarde (Openbaring 7:1-4). Tijdens de duizendjarige regering van Christus en zijn medekoningen-priesters zal de grote schare gezelschap krijgen van een niet-gespecificeerd groot aantal personen die uit de opstanding komen (Openbaring 20:12, 13). Die zullen de gelegenheid krijgen om blijvende aardse onderdanen te worden van de Messiaanse koning, Christus Jezus. Aan het einde van de Duizendjarige Regering zullen al deze „dingen op de aarde” aan een laatste beproeving onderworpen worden. Degenen die zich getrouw betonen, zullen als aardse „kinderen Gods” worden aangenomen. — Efeziërs 1:10; Romeinen 8:21; Openbaring 20:7, 8.
17. Hoe zal Jehovah’s voornemen verwezenlijkt worden?
17 Zo zal Jehovah, door middel van zijn oneindig wijze „bestuur”, zijn voornemen hebben verwezenlijkt om „alle dingen weer bijeen te vergaderen in de Christus, de dingen in de hemelen en de dingen op de aarde”. Alle met verstand begiftigde schepselen in de hemel en op aarde zullen bijeenvergaderd zijn in universele vrede, in vreugdevolle onderworpenheid aan de rechtvaardige soevereiniteit van de Grote God met een voornemen, Jehovah.
18. Hoe zullen zowel de gezalfden als hun metgezellen voordeel hebben van het bijwonen van de Gedachtenisviering?
18 Wat zal het voor het kleine aantal gezalfden en hun miljoenen metgezellen, andere schapen, geloofversterkend zijn om op 12 april 2006 bijeen te komen! Ze zullen Christus’ dood herdenken, zoals Jezus geboden heeft: „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen” (Lukas 22:19). Alle aanwezigen moeten gedenken wat Jehovah door bemiddeling van zijn geliefde Zoon, Christus Jezus, voor hen heeft gedaan.
-