Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • „Wie is waardig de boekrol te openen?”
    De Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
    • Lofgezang

      14. (a) Hoe reageren de vier levende schepselen en de 24 oudere personen wanneer Jezus de boekrol neemt? (b) Hoe wordt door de informatie die Johannes ontvangt, de identiteit en de positie van de 24 oudere personen bevestigd?

      14 Hoe reageren die anderen die zich voor Jehovah’s troon bevinden? „En toen hij de boekrol nam, vielen de vier levende schepselen en de vierentwintig oudere personen voor het Lam neer, en elk had een harp en gouden schalen vol reukwerk, en het reukwerk betekent de gebeden van de heiligen” (Openbaring 5:8). Zowel de vier levende schepselen, de cherubs, die zich voor Gods troon bevinden, als de 24 oudere personen buigen zich voor Jezus in erkenning van zijn autoriteit. Maar alleen deze oudere personen hebben harpen en schalen vol reukwerk.a En zij alleen zingen nu een nieuw lied (Openbaring 5:9). Derhalve komen zij overeen met de 144.000 leden van het heilige „Israël Gods”, die ook harpen hebben en een nieuw lied zingen (Galaten 6:16; Kolossenzen 1:12; Openbaring 7:3-8; 14:1-4). Bovendien wordt hier getoond dat de 24 oudere personen zich in de hemel van een priesterlijke taak kwijten, afgebeeld door datgene wat de priesters in het oude Israël deden, die in de tabernakel reukwerk voor Jehovah ontstaken — een dienst waaraan op aarde een eind kwam toen God de Mozaïsche wet uit de weg ruimde door die aan Jezus’ martelpaal te nagelen (Kolossenzen 2:14). Welke conclusie trekken wij uit dit alles? Dat de gezalfde overwinnaars hier worden gezien in hun uiteindelijke toewijzing als ’priesters van God en van de Christus, die de duizend jaar met hem als koningen regeren’. — Openbaring 20:6.

      15. (a) Wie alleen had in Israël het voorrecht het Allerheiligste van de tabernakel binnen te gaan? (b) Waarom was het een kwestie van leven of dood dat de hogepriester reukwerk ontstak voordat hij het Allerheiligste binnenging?

      15 In het oude Israël mocht alleen de hogepriester het Allerheiligste binnengaan en in de symbolische tegenwoordigheid van Jehovah verschijnen. Voor hem was het bij zich hebben van reukwerk een kwestie van leven of dood. Jehovah’s wet luidde: „[Aäron] moet de vuurpot vol brandende kolen vuur van het altaar voor het aangezicht van Jehovah nemen en zijn beide handholten vol fijn welriekend reukwerk, en hij moet dat alles binnen het gordijn brengen. Ook moet hij het reukwerk op het vuur leggen voor het aangezicht van Jehovah, en de wolk van het reukwerk moet het deksel van de Ark, dat op de Getuigenis ligt, bedekken, opdat hij niet sterft” (Leviticus 16:12, 13). De hogepriester kon onmogelijk straffeloos het Allerheiligste binnengaan als hij geen reukwerk brandde.

      16. (a) Wie gaan in het christelijke samenstel van dingen het tegenbeeldige Allerheiligste binnen? (b) Waarom moeten gezalfde christenen ’reukwerk branden’?

      16 In het christelijke samenstel van dingen is niet alleen de tegenbeeldige Hogepriester, Jezus Christus, het tegenbeeldige Allerheiligste, de plaats van Jehovah’s hemelse tegenwoordigheid, binnengegaan, maar ten slotte zal ook elk van de 144.000 onderpriesters daar binnengaan (Hebreeën 10:19-23). Deze priesters, hier afgebeeld door de 24 oudere personen, kunnen dit Allerheiligste onmogelijk binnengaan als zij geen ’reukwerk branden’, dat wil zeggen, voortdurend gebeden en smekingen tot Jehovah opzenden. — Hebreeën 5:7; Judas 20, 21; vergelijk Psalm 141:2.

  • „Wie is waardig de boekrol te openen?”
    De Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
    • [Paginagrote illustratie op blz. 86]

Nederlandse publicaties (1950-2027)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen