Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Echtscheiding
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
    • Hoewel onder de Israëlieten bij wijze van concessie echtscheiding op diverse gronden was toegestaan, stelde Jehovah God er regels voor vast in de Wet die hij door bemiddeling van Mozes aan Israël gaf. In Deuteronomium 24:1 lezen wij: „Ingeval een man een vrouw neemt en haar werkelijk als echtgenote tot zijn bezit maakt, dan moet het geschieden dat indien zij geen gunst in zijn ogen zou vinden, omdat hij iets onwelvoeglijks van haar zijde heeft ontdekt, hij in dat geval voor haar een echtscheidingscertificaat moet uitschrijven en haar dat ter hand moet stellen en haar uit zijn huis moet wegzenden.” Wat er precies met „iets onwelvoeglijks” (lett.: „de naaktheid van iets”) werd bedoeld, wordt niet uitdrukkelijk vermeld. Dat het niet om overspel ging, blijkt uit het feit dat in de wet die God aan Israël had gegeven, duidelijk bepaald was dat personen die zich schuldig maakten aan overspel, ter dood gebracht moesten worden en dat de kwestie niet eenvoudig met een echtscheiding afgedaan kon worden (De 22:22-24). Ongetwijfeld waren er bij de ’onwelvoeglijkheid’ op grond waarvan een Hebreeuwse man zich van zijn vrouw mocht laten scheiden, aanvankelijk ernstige zaken betrokken, zoals misschien dat de vrouw blijk gaf van grove minachting voor haar man of schande over het huisgezin bracht. Aangezien in de Wet uitdrukkelijk werd gezegd: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf”, is het niet redelijk aan te nemen dat een man ongestraft onbeduidende tekortkomingen van zijn vrouw zou kunnen aangrijpen als een excuus om zich van haar te laten scheiden. — Le 19:18.

  • Echtscheiding
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
    • Echtscheidingscertificaat. Uit het feit dat er in latere tijd misbruik werd gemaakt van de concessie inzake echtscheiding die aanvankelijk in de Mozaïsche wet werd gedaan, dient niet geconcludeerd te worden dat het een Israëlitische man gemakkelijk werd gemaakt zich van zijn vrouw te laten scheiden. Hiertoe moest hij formele stappen ondernemen. Er moest een document worden opgemaakt, ofte wel ’een echtscheidingscertificaat voor haar worden uitgeschreven’. De man die tot de echtscheiding besloot, moest zijn vrouw dit certificaat ’ter hand stellen en haar uit zijn huis wegzenden’ (De 24:1). Hoewel de Schrift niet in details treedt over deze procedure, hield deze wettelijke stap waarschijnlijk ook in dat er bevoegde mannen werden geraadpleegd, die misschien eerst zouden trachten een verzoening te bewerkstelligen. De tijd die gemoeid was met de voorbereiding van het certificaat en de wettelijke afhandeling van de echtscheiding zou de man in de gelegenheid stellen nog eens over zijn beslissing na te denken. Er zou een grond voor de echtscheiding moeten zijn, en wanneer de regeling juist werd toegepast, zou dit er vanzelfsprekend toe bijdragen dat men niet overhaast tot echtscheiding overging. Bovendien werden daardoor de rechten en belangen van de vrouw beschermd. De Schrift zegt niets over de inhoud van het „echtscheidingscertificaat”.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen