-
Hij was waakzaam en hij wachtteDe Wachttoren 2008 | 1 april
-
-
Elia ging naar Achab toe en zei: „Ga op, eet en drink; want daar is het geluid van het gedruis van een stortregen” (vers 41). Had deze goddeloze koning iets geleerd van de gebeurtenissen van die dag? Het verslag gaat daar niet specifiek op in, maar we lezen hier geen berouwvolle woorden, geen verzoek of de profeet hem wilde helpen tot Jehovah te naderen om vergeving te zoeken. Nee, Achab ging, hij ging ’eten en drinken’ (vers 42). En Elia?
-
-
Hij was waakzaam en hij wachtteDe Wachttoren 2008 | 1 april
-
-
Elia zocht naarstig naar aanwijzingen dat Jehovah handelend ging optreden, en dus stuurde hij zijn bediende naar een hoog uitkijkpunt om de horizon af te speuren naar tekenen dat het ging regenen. Bij zijn terugkeer bracht de bediende allesbehalve enthousiast verslag uit: „Er is helemaal niets.” De horizon was helder en de lucht kennelijk wolkeloos. Is u iets ongewoons opgevallen? Bedenk dat Elia net tegen koning Achab gezegd had: „Daar is het geluid van het gedruis van een stortregen.” Hoe kon de profeet zoiets zeggen terwijl er geen regenwolk te zien was?
Elia was op de hoogte van Jehovah’s belofte. Als Jehovah’s profeet en vertegenwoordiger was hij er zeker van dat zijn God zich aan Zijn woord zou houden. Elia was vol vertrouwen, dermate zelfs dat het was alsof hij de stortregen al kon horen. Dat zou ons kunnen herinneren aan wat de Bijbel over Mozes schrijft: „Hij bleef standvastig als zag hij de Onzichtbare.” Is God zo reëel voor u? Hij geeft ons alle reden om een dergelijk geloof in hem en zijn beloften te stellen. — Hebreeën 11:1, 27.
-