-
Onze kinderen — Een kostbaar erfdeelDe Wachttoren 2005 | 1 april
-
-
Onze kinderen — Een kostbaar erfdeel
„Ziet! Zonen zijn een erfdeel van Jehovah; de vrucht van de buik is een beloning.” — PSALM 127:3.
1. Hoe is de geboorte van de eerste menselijke baby tot stand gekomen?
STA eens stil bij de wonderbare gebeurtenissen die Jehovah God mogelijk heeft gemaakt door de manier waarop hij de eerste man en vrouw heeft geschapen. De vader, Adam, en de moeder, Eva, gaven alle twee iets van zichzelf dat zich in Eva’s baarmoeder ontwikkelde tot een volledig gevormd, nieuw mensje, de eerste menselijke baby (Genesis 4:1). Nog steeds zijn we diep onder de indruk van de conceptie en geboorte van een kind, processen die door velen als niets minder dan een wonder betiteld worden.
2. Waarom kunnen we zeggen dat wat er in de baarmoeder van een zwangere vrouw gebeurt, een wonder is?
2 De oorspronkelijke cel die in de moeder tot bestaan is gekomen door haar vereniging met de vader, groeit in ongeveer 270 dagen uit tot een baby die uit biljoenen cellen bestaat. In die oorspronkelijke cel bevinden zich de instructies die nodig zijn om meer dan 200 soorten cellen te produceren. Overeenkomstig die verbazingwekkende instructies, die het menselijk begrip te boven gaan, ontwikkelen deze verbijsterend complexe cellen zich in precies de juiste volgorde en op precies de goede manier om een nieuw levend wezen te vormen!
3. Waarom zijn veel logisch denkende mensen het erover eens dat God verantwoordelijk moet zijn voor de geboorte van een nieuw levend mensje?
3 Wie zou dan in feite de ware maker van de baby zijn? Dat moet Degene zijn die het leven in eerste instantie heeft geschapen. De bijbelpsalmist zong: „Weet dat Jehovah God is. Hij is het die ons heeft gemaakt, en niet wijzelf” (Psalm 100:3). Ouders weten heel goed dat het niet aan enige genialiteit van henzelf toe te schrijven is dat ze zo’n kostbaar hoopje leven hebben voortgebracht. Alleen een God van oneindige wijsheid kan verantwoordelijk zijn voor de wonderbaarlijke vorming van een nieuw levend mensje. Al duizenden jaren schrijven logisch denkende mensen de vorming van een kind in de baarmoeder aan de Grootse Schepper toe. Doen wij dat ook? — Psalm 139:13-16.
4. Van welke menselijke tekortkoming kunnen we Jehovah nooit betichten?
4 Maar is Jehovah een gevoelloze Schepper die gewoon een biologisch proces op gang heeft gebracht waardoor mannen en vrouwen nageslacht kunnen voortbrengen? Sommige mensen zijn gevoelloos, maar Jehovah nooit (Psalm 78:38-40). De bijbel zegt in Psalm 127:3: „Ziet! Zonen [en ook dochters] zijn een erfdeel van Jehovah; de vrucht van de buik is een beloning.” Laten we nu gaan beschouwen wat er met een erfdeel wordt bedoeld en waarvan het een bewijs vormt.
Een erfdeel en een beloning
5. Waarom zijn kinderen een erfdeel?
5 Een erfdeel is te vergelijken met een geschenk. Ouders werken vaak lang en hard om hun kinderen iets na te laten, bijvoorbeeld geld, onroerend goed of misschien een gekoesterd bezit. In ieder geval is het een bewijs van de liefde van ouders. De bijbel zegt dat God kinderen aan ouders heeft gegeven als een erfdeel. Ze zijn een liefdevol geschenk van hem. Kunnen wij, als we zelf kinderen hebben, zeggen dat uit onze daden blijkt dat we onze kinderen bezien als een geschenk dat de Schepper van het universum ons heeft toevertrouwd?
6. Wat was Gods bedoeling toen hij mensen in staat stelde kinderen te krijgen?
6 Jehovah’s bedoeling met het geven van dit geschenk was, dat de aarde bevolkt zou worden met de nakomelingen van Adam en Eva (Genesis 1:27, 28; Jesaja 45:18). Jehovah heeft niet elk mens afzonderlijk geschapen, zoals hij dat met de miljoenen engelen heeft gedaan (Psalm 104:4; Openbaring 4:11). In plaats daarvan heeft God ervoor gekozen mensen te scheppen met het vermogen kinderen voort te brengen die herkenbaar op hun ouders zouden lijken. Wat een schitterend voorrecht is het voor een vader en moeder om zo’n nieuw mensje voort te brengen en te verzorgen! Danken wij als ouders Jehovah dat hij het ons mogelijk heeft gemaakt van dat kostbare erfdeel te genieten?
Leer van Jezus’ voorbeeld
7. Hoe toonde Jezus, in tegenstelling tot sommige ouders, belangstelling en mededogen voor „de mensenzonen”?
7 Droevig genoeg beschouwen niet alle ouders kinderen als een beloning. Veel ouders tonen weinig mededogen voor hun nakomelingen. Ze weerspiegelen niet de instelling van Jehovah of van zijn Zoon (Psalm 27:10; Jesaja 49:15). Neem als tegenstelling daarmee Jezus’ belangstelling voor kinderen eens. Nog voordat Jezus als mens naar de aarde kwam — hij was nog een machtig geestelijk wezen in de hemel — was, zo zegt de bijbel, zijn „volledige verrukking . . . bij de mensenzonen” (Spreuken 8:31, Rotherham). Zijn liefde voor mensen was zo groot dat hij graag zijn leven als losprijs gaf zodat wij eeuwig leven zouden kunnen ontvangen. — Mattheüs 20:28; Johannes 10:18.
8. Hoe gaf Jezus een goed voorbeeld aan ouders?
8 Toen Jezus op aarde was, gaf hij ouders een bijzonder goed voorbeeld. Laten we eens kijken wat hij deed. Hij nam de tijd voor kinderen, zelfs als hij heel veel te doen had en onder druk stond. Hij keek naar hen als ze op het marktplein aan het spelen waren en gebruikte aspecten van hun gedrag in zijn onderwijs (Mattheüs 11:16, 17). Op zijn laatste reis naar Jeruzalem wist Jezus dat hij zou lijden en gedood zou worden. Toen mensen kleine kinderen bij hem brachten, probeerden Jezus’ discipelen hen dan ook weg te sturen, misschien omdat ze Jezus verdere spanningen wilden besparen. Maar Jezus wees zijn discipelen terecht. Als een uiting van zijn „volledige verrukking” over kleine kinderen zei hij: „Laat de jonge kinderen bij mij komen; tracht niet hen tegen te houden.” — Markus 10:13, 14.
9. Waarom kunnen onze daden nog belangrijker zijn dan onze woorden?
9 We kunnen iets van Jezus’ voorbeeld leren. Hoe reageren we als kinderen naar ons toe komen, ook al hebben we het druk? Net zoals Jezus? Wat kinderen nodig hebben, vooral van hun ouders, is wat Jezus hun heel graag wilde geven — zijn tijd en aandacht. Het is waar dat woorden als „Ik hou van je” belangrijk zijn. Maar daden zeggen meer dan woorden. Onze liefde blijkt niet alleen uit wat we zeggen maar nog veel meer uit wat we doen. Ze blijkt uit de tijd, de aandacht en de zorg die we aan onze kinderen besteden. Maar dan nog kan het zijn dat tastbare resultaten uitblijven, of niet zo snel komen als we zouden hopen. Er is geduld nodig. Geduld kunnen we leren als we een voorbeeld nemen aan de manier waarop Jezus met zijn discipelen omging.
Jezus’ geduld en genegenheid
10. Hoe gaf Jezus zijn discipelen een les in nederigheid, en met welk aanvankelijke resultaat?
10 Jezus was op de hoogte van de voortdurende wedijver om prominentie onder zijn discipelen. Toen hij op een dag met zijn discipelen in Kapernaüm aankwam, vroeg hij hun: „’Waarover hebt gij onderweg geargumenteerd?’ Zij bleven zwijgen, want zij hadden er onderweg met elkaar over geargumenteerd wie groter was.” In plaats van hen streng te berispen, gaf Jezus hun geduldig aanschouwelijk onderwijs in een poging hun nederigheid bij te brengen (Markus 9:33-37). Had dat het gewenste resultaat? Niet onmiddellijk. Zo’n zes maanden later drongen Jakobus en Johannes er bij hun moeder op aan Jezus om prominente posities in het Koninkrijk te vragen. Opnieuw corrigeerde Jezus geduldig hun manier van denken. — Mattheüs 20:20-28.
11. (a) Van welke gebruikelijke taak kweten Jezus’ apostelen zich niet toen ze met Jezus in een bovenkamer waren aangekomen? (b) Wat deed Jezus, en werd zijn moeite destijds met succes bekroond?
11 Kort daarna brak het Pascha van 33 G.T. aan, en Jezus kwam in besloten kring met zijn apostelen bijeen om het te vieren. Bij aankomst in de bovenkamer nam niet een van de twaalf apostelen het initiatief om de anderen een dienst te bewijzen door, zoals gebruikelijk was, hun stoffige voeten te wassen — de nederige taak van een dienstbode of een vrouw in het gezin (1 Samuël 25:41; 1 Timotheüs 5:10). Wat moet het Jezus verdriet gedaan hebben te zien dat zijn discipelen nog steeds naar rang en aanzien bleken te streven! Dus waste Jezus de voeten van elk van hen, waarna hij een dringend beroep op hen deed zijn voorbeeld in het dienen van anderen te volgen (Johannes 13:4-17). Deden ze dat? De bijbel zegt dat er later die avond „ook een heftig twistgesprek onder hen [ontstond] over de vraag wie van hen de grootste scheen te zijn”. — Lukas 22:24.
12. Hoe zouden ouders Jezus kunnen navolgen bij hun inspanningen om hun kinderen op te voeden?
12 Als onze kinderen de raad die we hun geven niet opvolgen, kunnen we ons heel goed indenken hoe Jezus zich gevoeld moet hebben. Merk op dat Jezus zijn apostelen niet als hopeloos beschouwde, hoewel ze traag waren met het corrigeren van hun tekortkomingen. Uiteindelijk wierp zijn geduld vruchten af (1 Johannes 3:14, 18). Ouders doen er goed aan Jezus’ liefde en geduld na te volgen en hun inspanningen om hun kinderen op te voeden nooit op te geven.
13. Waarom mogen ouders de vragen van een kind niet met een snauw afdoen?
13 Kinderen moeten kunnen voelen dat hun ouders van hen houden en belangstelling voor hen hebben. Jezus wilde weten wat er in zijn discipelen omging en luisterde dus als ze vragen hadden. Hij vroeg hun hoe ze over bepaalde kwesties dachten (Mattheüs 17:25-27). Aandachtig luisteren en oprechte belangstelling horen ook bij goed onderwijs. Ouders moeten elke neiging weerstaan om een vragend kind weg te sturen met een nors: „Nu niet! Je ziet toch dat ik bezig ben?” Als ouders het echt druk hebben, moet het kind verteld worden dat ze het er later over zullen hebben. Ouders moeten er dan voor zorgen dat het ook echt gebeurt. Dan zal het kind voelen dat zijn ouders echt in hem geïnteresseerd zijn en zal hij hen eerder in vertrouwen nemen.
14. Wat kunnen ouders van Jezus leren in verband met het tonen van genegenheid aan hun kinderen?
14 Is het juist dat ouders hun genegenheid tonen door hun armen om hun kinderen heen te slaan en hen te knuffelen? Ook op dat punt kunnen ouders iets van Jezus leren. De bijbel zegt: „Hij nam de kinderen in zijn armen en ging hen zegenen, terwijl hij zijn handen op hen legde” (Markus 10:16). Hoe zullen de kinderen daarop gereageerd hebben? Natuurlijk vonden ze dat heerlijk en voelden ze zich tot Jezus aangetrokken! Als er echte genegenheid en liefde tussen ouders en kinderen bestaat, zullen kinderen beter reageren op de moeite die wordt gedaan om hen streng te onderrichten en te onderwijzen.
De kwestie van de hoeveelheid tijd
15, 16. Wat is een populair begrip geweest in het kader van het grootbrengen van kinderen, en waaruit was het kennelijk voortgesproten?
15 Sommigen twijfelen eraan of ouders werkelijk veel tijd en liefdevolle aandacht aan hun kinderen moeten besteden. Een begrip in het kader van het grootbrengen van kinderen dat vakkundig gepromoot is, is de zogenoemde kwaliteitstijd. Voorstanders ervan beweren dat kinderen niet veel tijd van hun ouders nodig hebben, zolang de beperkte tijd die met hen wordt doorgebracht maar zinvol, goed doordacht en gepland is. Is het begrip kwaliteitstijd wel een goed idee, is het bedacht met het welzijn van jongeren op het oog?
16 Een schrijver die met veel kinderen had gepraat, zei dat wat ze „het liefst van hun ouders wilden hebben, meer tijd was”, samen met „onverdeelde aandacht”. Veelzeggend is een opmerking van een hoogleraar: „De term [kwaliteitstijd] is voortgesproten uit ouderlijk schuldbesef. Mensen gaven zichzelf toestemming om minder tijd met hun kinderen door te brengen.” Hoeveel tijd moeten ouders met hun kinderen doorbrengen?
17. Wat moeten ouders met hun kinderen doen?
17 Dat zegt de bijbel niet. Maar Israëlitische ouders werd aangeraden met hun kinderen te praten als ze thuis waren, als ze onderweg waren, als ze naar bed gingen en als ze opstonden (Deuteronomium 6:7). Dat houdt duidelijk in dat ouders met kinderen moeten communiceren en dat ze hen voortdurend moeten onderwijzen, elke dag.
18. Hoe greep Jezus gelegenheden aan om zijn discipelen op te leiden, en wat kunnen ouders daarvan leren?
18 Jezus leidde zijn discipelen met succes op als hij met hen at, met hen op reis was en zelfs als ze uitrustten. Op die manier benutte hij elke gelegenheid om hen te onderwijzen (Markus 6:31, 32; Lukas 8:1; 22:14). Op dezelfde manier moeten christelijke ouders alert elke gelegenheid aangrijpen om een goede communicatie met hun kinderen op gang te brengen en in stand te houden en hen in Jehovah’s wegen op te leiden.
Wat en hoe te onderwijzen
19. (a) Wat is er naast het doorbrengen van tijd met kinderen nog meer nodig? (b) Wat moeten ouders kinderen in de eerste plaats bijbrengen?
19 Kinderen goed opvoeden vergt meer dan gewoon tijd met hen door te brengen, meer zelfs dan hen te onderwijzen. Van groot belang is ook wat er onderwezen wordt. Merk eens op wat de bijbel in dat verband beklemtoont. „Deze woorden die ik u heden gebied,” staat er, moet gij „uw zoon inscherpen.” Wat zijn „deze woorden” die kinderen bijgebracht moeten worden? Kennelijk zijn het de woorden die net vermeld waren, namelijk: „Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en geheel uw ziel en geheel uw levenskracht” (Deuteronomium 6:5-7). Jezus zei dat dit het belangrijkste van al Gods geboden is (Markus 12:28-30). Ouders moeten kinderen in de eerste plaats over Jehovah onderrichten en uitleggen waarom alleen hij onze onverdeelde liefde en toewijding waard is.
20. Wat gebood God ouders uit de oudheid hun kinderen bij te brengen?
20 „Deze woorden” die ouders hun kinderen moeten bijbrengen, omvatten echter meer dan God lief te hebben met ons hele wezen. We zien dat Mozes in het voorgaande hoofdstuk van Deuteronomium de wetten herhaalt die God op de stenen tafelen had geschreven, namelijk de Tien Geboden. Die wetten verbieden onder andere liegen, stelen, moorden en overspel plegen (Deuteronomium 5:11-22). De ouders uit de oudheid werden dus doordrongen van de noodzaak hun kinderen morele waarden bij te brengen. Christelijke ouders in deze tijd moeten hun kinderen hetzelfde onderricht geven als ze hen willen helpen een zekere, gelukkige toekomst te hebben.
21. Wat werd er bedoeld met het gebod kinderen Gods woord ’in te scherpen’?
21 Merk op dat ouders wordt gezegd hoe ze hun kinderen „deze woorden” of geboden moeten bijbrengen: „Gij moet ze uw zoon inscherpen.” Het woord „inscherpen” betekent „onderwijzen en op het hart drukken door veelvuldige herhalingen of vermaningen: nadrukkelijk aanbevelen of in de geest prenten”. God zegt ouders dus in feite dat ze een programma van bijbels onderricht moeten opstellen dat er specifiek op gericht is hun kinderen geestelijke zaken in te prenten.
22. Wat moesten Israëlitische ouders doen om hun kinderen te onderrichten, en wat wilde dat zeggen?
22 Voor zo’n gepland programma moeten ouders initiatieven nemen. De bijbel zegt: „Gij moet ze [„deze woorden” of geboden van God] als een teken op uw hand binden, en ze moeten tot een voorhoofdsband tussen uw ogen dienen; en gij moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven” (Deuteronomium 6:8, 9). Dat wil niet zeggen dat ouders Gods wetten letterlijk op deurposten en poorten moeten schrijven, een afschrift ervan op de handen van hun kinderen moeten binden en er een tussen hun ogen moeten aanbrengen. Waar het om gaat is dat ouders hun kinderen constant Gods leringen moeten voorhouden. Ze moeten hun kinderen op zo’n geregelde, consequente manier onderwijzen dat het is alsof Gods leringen zich de hele tijd vlak voor hun ogen bevinden.
23. Wat zal in de studie van volgende week besproken worden?
23 Wat zijn enkele bijzonder belangrijke dingen die ouders hun kinderen moeten bijbrengen? Waarom is het tegenwoordig van groot belang dat kinderen wordt geleerd hoe ze zichzelf kunnen beschermen, ja, dat ze daarin getraind worden? Welke hulp staat ouders nu ter beschikking om hun kinderen doeltreffend te onderwijzen? Deze en andere vragen die veel ouders aangaan, zullen in het volgende artikel aan de orde komen.
-
-
Ouders, bescherm dat kostbare erfdeelDe Wachttoren 2005 | 1 april
-
-
Ouders, bescherm dat kostbare erfdeel
’Wijsheid is tot bescherming. Ze houdt haar bezitters in het leven.’ — Prediker 7:12.
1. Waarom moeten ouders hun kinderen als een geschenk bezien?
OUDERS zetten een nieuw levend wezentje op de wereld dat lichaamskenmerken en karaktertrekken heeft die overeenkomen met die van henzelf. De bijbel noemt zulke kleintjes „een erfdeel van Jehovah” (Psalm 127:3). Omdat Jehovah de echte Levengever is, vertrouwt hij ouders in feite iets toe wat eigenlijk van hem is (Psalm 36:9). Ouders, hoe vinden jullie het om zo’n kostbaar geschenk van God te ontvangen?
2. Hoe reageerde Manoah toen hij hoorde dat hij vader zou worden?
2 Zo’n geschenk moet uiteraard nederig en dankbaar in ontvangst genomen worden. Ruim drieduizend jaar geleden reageerde de Israëliet Manoah op die manier toen zijn vrouw van een engel te horen kreeg dat ze een kind zou krijgen. Op het horen van het goede nieuws bad Manoah: „Neem mij niet kwalijk, Jehovah. Laat alstublieft de man van de ware God die gij zojuist gezonden hebt, nog eens bij ons komen en ons onderrichten wat wij met het kind dat geboren zal worden, dienen te doen” (Rechters 13:8). Wat kunnen ouders van Manoah’s voorbeeld leren?
Waarom we nu Gods hulp nodig hebben
3. Waarom is Gods hulp bij het grootbrengen van kinderen vooral nu nodig?
3 Ouders hebben nu meer dan ooit Jehovah’s hulp nodig bij het grootbrengen van hun kinderen. De reden? Satan de Duivel en zijn engelen zijn uit de hemel naar de aarde neergeslingerd. „Wee de aarde”, waarschuwt de bijbel, „want de Duivel is tot u neergedaald, en hij heeft grote toorn, daar hij weet dat hij slechts een korte tijdsperiode heeft” (Openbaring 12:7-9, 12). „Als een brullende leeuw”, zo legt de bijbel uit, is Satan „op zoek om iemand te verslinden” (1 Petrus 5:8). Leeuwen zoeken meestal hun prooi onder de kwetsbaarste dieren, vaak de jongen. Christelijke ouders doen er dan ook verstandig aan om naar Jehovah op te zien voor leiding bij het beschermen van hun kinderen. Hoeveel moeite doen we op dat punt?
4. (a) Hoe zullen ouders reageren als ze horen dat er een leeuw in de buurt rondloopt? (b) Wat hebben kinderen als bescherming nodig?
4 Als we wisten dat er in de buurt een leeuw losliep, zou de bescherming van onze kinderen beslist onze grootste zorg zijn. Satan is zo’n roofdier. Hij probeert Gods volk te verderven, zodat ze onwaardig zijn Gods goedkeuring te ontvangen (Job 2:1-7; 1 Johannes 5:19). Kinderen zijn een makkelijk doelwit. Om de strikken van de Duivel te vermijden, moeten kinderen Jehovah leren kennen en gehoorzamen. Daarvoor is bijbelkennis onmisbaar. „Dit betekent eeuwig leven,” zei Jezus, „dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Johannes 17:3). Daarnaast hebben jongeren wijsheid nodig — het vermogen om dat wat ze leren te begrijpen en in praktijk te brengen. Omdat „de wíȷ́sheid haar bezitters in het leven houdt”, moeten ouders de waarheid in het hart van hun kinderen prenten (Prediker 7:12). Hoe zouden ouders dat kunnen doen?
5. (a) Hoe kan kinderen wijsheid worden bijgebracht? (b) Hoe beschrijft Spreuken de waarde van wijsheid?
5 We kunnen — en moeten — onze kinderen uit Gods Woord voorlezen. Maar willen we hen helpen Jehovah lief te hebben en te gehoorzamen, dan is er meer nodig, namelijk dat ze het ook begrijpen. Ter illustratie: Een kind kan verteld worden dat het niet mag oversteken voordat het naar links en naar rechts gekeken heeft. Toch gehoorzamen sommige kinderen niet. Waarom niet? Misschien is hun niet vaak genoeg uitgelegd wat de gevolgen zijn als ze door een auto worden aangereden, of is het hun niet op een manier uitgelegd die hen van het gevaar doordrongen heeft. Ze zijn nog behept met de „dwaasheid” die tot een ongeluk kan leiden. Wijsheid bijbrengen is iets wat tijd en ook veel geduld kost. Maar wijsheid is zo waardevol! „Haar wegen zijn aangename wegen,” zegt de bijbel, „en al haar paden zijn vrede. Ze is een boom des levens voor wie haar aangrijpen, en zij die haar stevig vasthouden, zijn gelukkig te noemen.” — Spreuken 3:13-18; 22:15.
Onderwijs dat tot wijsheid leidt
6. (a) Waarom handelen kinderen vaak onverstandig? (b) Welk gevecht woedt er?
6 Vaak doen kinderen verkeerde dingen — niet omdat hun niet geleerd is wat goed is, maar omdat het onderwijs hun hart, hun binnenste, niet heeft bereikt. De Duivel vecht om het hart van jongeren. Hij manoeuvreert de dingen zo dat jongeren blootstaan aan de goddeloze invloeden van zijn wereld. Hij probeert ook misbruik te maken van hun overgeërfde zondige neiging om verkeerde dingen te doen (Genesis 8:21; Psalm 51:5). Ouders moeten beseffen dat er een echte oorlog wordt gevoerd om het hart van hun kinderen.
7. Waarom is het niet voldoende een kind te vertellen wat goed of fout is?
7 Ouders vertellen een kind meestal wat goed of fout is, in de veronderstelling dat ze hem nu een bepaald moreel beginsel hebben bijgebracht. Ze zeggen bijvoorbeeld tegen het kind dat het verkeerd is te liegen, te stelen of seks te hebben met iemand met wie je niet getrouwd bent. Maar het kind moet een sterkere motivatie hebben om te gehoorzamen dan slechts het feit dat zijn ouders het zeggen. Het gaat om Jehovah’s wetten. Het kind moet leren dat het verstandig is Gods geboden te gehoorzamen. — Spreuken 6:16-19; Hebreeën 13:4.
8. Wat voor onderwijs kan kinderen helpen verstandig te zijn?
8 De complexiteit van het heelal, de diversiteit van het leven, de verandering van de seizoenen — al die dingen kunnen een kind helpen in te zien dat er een alwijze Schepper bestaat (Romeinen 1:20; Hebreeën 3:4). Daarnaast moet het kind geleerd worden dat God van hem houdt en door middel van het offer van zijn Zoon een voorziening heeft getroffen om hem eeuwig leven te geven, en dat hij God blij kan maken door te doen wat Hij zegt. Dan is de kans groot dat het kind Jehovah zal willen dienen, ondanks pogingen van de Duivel om hem daarvan te weerhouden. — Spreuken 22:6; 27:11; Johannes 3:16.
9. (a) Wat is er nodig wil onderwijs levensreddend zijn? (b) Wat wordt vaders opgedragen, en wat houdt dat in?
9 Het soort onderwijs dat een kind beschermt en hem motiveert om het goede te doen, kost tijd, aandacht en planning. Ouders moeten er Gods leiding bij aanvaarden. De bijbel zegt: „Gij, vaders, . . . blijft [uw kinderen] in het strenge onderricht en de ernstige vermaning van Jehovah grootbrengen” (Efeziërs 6:4). Wat wil dat zeggen? Het oorspronkelijke Grieks voor „ernstige vermaning” betekent letterlijk „[het] inbrengen van gezindheid (denkwijze)”. Vaders krijgen dus eigenlijk de aansporing hun kinderen de gezindheid of denkwijze van Jehovah in te prenten. Wat een bescherming zal dat zijn voor de jongeren! Als kinderen Gods gedachten, zijn manier van denken, ingescherpt krijgen, worden ze beveiligd tegen het doen van verkeerde dingen.
Een door liefde ingegeven wens
10. Wat moeten we beslist weten, willen we een kind doeltreffend kunnen onderrichten?
10 Wil onze wens om ons kind goed groot te brengen, verwezenlijkt worden, dan moeten onze inspanningen worden ingegeven door liefde. Een belangrijke factor is goede communicatie. Tracht erachter te komen wat zich in het leven van het kind afspeelt en wat zijn of haar opvattingen zijn. Probeer hem of haar in een ontspannen sfeer tactvol aan het praten te krijgen. Soms zullen we geschokt zijn door wat hij of zij zegt. Zorg er vooral voor niet te sterk te reageren. Luister in plaats daarvan vol belangstelling.
11. Hoe kunnen ouders een kind Gods denkwijze inbrengen?
11 Het is heel goed mogelijk dat we ons kind uit de bijbel Gods wetten hebben voorgelezen die seksuele immoraliteit verbieden, misschien zelfs een aantal keren (1 Korinthiërs 6:18; Efeziërs 5:5). Dat kan hem ervan doordrongen hebben wat Jehovah behaagt en wat hem niet behaagt. Maar een kind Gods denkwijze inbrengen vergt meer. Kinderen hebben hulp nodig om over de waarde van Jehovah’s wetten te redeneren. Ze moeten ervan overtuigd raken dat zijn wetten billijk en goed zijn en dat het juist en liefdevol is ze te gehoorzamen. Alleen als we aan de hand van de Schrift met onze kinderen redeneren, zodat ze Gods zienswijze aanvaarden, kunnen we zeggen dat we hun zijn denkwijze hebben ingebracht.
12. Hoe kunnen ouders hun kind helpen de juiste kijk op seks te krijgen?
12 Als we over seks praten, zouden we kunnen vragen: ’Denk je dat iemand minder gelukkig is als hij zich houdt aan Jehovah’s wet die seks voor het huwelijk verbiedt?’ Moedig het kind aan zijn antwoord uit te leggen. Na een gesprek over Gods schitterende voorziening voor het voortbrengen van kinderen zouden we kunnen vragen: ’Denk je dat onze liefdevolle God wetten zou maken waardoor we niet van het leven kunnen genieten? Of denk je dat zijn wetten er zijn om ons gelukkig te maken en ons te beschermen?’ (Psalm 119:1, 2; Jesaja 48:17) Zie erachter te komen hoe het kind erover denkt. Vervolgens zouden we de aandacht kunnen vestigen op voorbeelden waarbij seksuele immoraliteit tot verdriet en narigheid heeft geleid (2 Samuël 13:1-33). Als we dusdanig met het kind redeneren dat hij Gods zienswijze begrijpt en aanvaardt, zijn we al een heel eind op weg om hem Gods denkwijze in te brengen. Maar er is nog iets wat we kunnen doen.
13. Vooral door wat te begrijpen kan een kind gemotiveerd worden Jehovah te gehoorzamen?
13 Het is verstandig een kind niet alleen te leren wat de gevolgen van ongehoorzaamheid aan Jehovah zijn, maar ook uit te leggen wat de manier waarop we leven Jehovah persoonlijk doet. Laat het kind aan de hand van de bijbel zien dat we Jehovah verdriet kunnen doen als we zijn wil niet doen (Psalm 78:41). We zouden kunnen vragen: ’Waarom wil je Jehovah geen verdriet doen?’ en kunnen uitleggen: ’Gods vijand Satan beweert dat we Jehovah uit zelfzucht dienen en niet omdat we hem liefhebben.’ Leg dan uit dat Job door zijn rechtschapenheid te bewaren Gods hart verheugde en zo een antwoord verschafte op Satans leugenachtige beschuldiging (Job 1:9-11; 27:5). Het kind moet begrijpen dat hij met zijn gedrag Jehovah verdrietig of blij kan maken (Spreuken 27:11). Deze en veel andere belangrijke lessen kunnen kinderen bijgebracht worden met behulp van het boek Lessen van de Grote Onderwijzera.
Gunstige resultaten
14, 15. (a) Welke lessen in het Onderwijzer-boek hebben kinderen gemotiveerd? (b) Welke goede resultaten heb je zelf bereikt met het boek? (Zie ook het kader op blz. 18, 19.)
14 Een grootvader in Kroatië die het Onderwijzer-boek met zijn zevenjarige kleinzoon leest, schrijft dat de jongen hem het volgende vertelde: „Ik moest van Mama iets doen, maar ik had er geen zin in. Toen moest ik denken aan het hoofdstuk ’Gehoorzaamheid beschermt je’. En dus ben ik teruggegaan en heb ik gezegd dat ik gehoorzaam zou zijn.” Over het hoofdstuk „Waarom we niet mogen liegen” zei een echtpaar in Florida: „Er staan vragen in die kinderen uitnodigen hun gevoelens te uiten en fouten toe te geven die ze anders niet zouden toegeven.”
15 Het Onderwijzer-boek bevat ruim 230 illustraties en bij elk plaatje of groepje plaatjes staat een bijschrift of beschrijving. „Vaak blijft mijn zoontje naar een plaatje kijken en wil hij niet dat het blad wordt omgeslagen”, vertelde een dankbare moeder. „De plaatjes zijn niet alleen aantrekkelijk maar ze bevatten ook zelf een les of brengen kinderen ertoe vragen te stellen. Bij een plaatje waar een kind in een donkere kamer televisie zit te kijken, vroeg mijn zoontje: ’Mama, wat doet die jongen?’, op een toon waaruit bleek dat hij wist dat er iets mis was.” Het bijschrift bij het plaatje luidt: „Wie ziet alles wat we doen?”
Onmisbaar onderricht voor onze tijd
16. Wat moet kinderen in deze tijd beslist worden bijgebracht, en waarom?
16 Kinderen moeten weten wat een juist en wat een onjuist gebruik van hun geslachtsdelen is. Toch is het niet altijd makkelijk daarover te praten. Een columniste vertelde dat ze was opgegroeid in een tijd waarin het onbeschaafd werd gevonden als je woorden gebruikte die betrekking hadden op de geslachtsorganen. Over het voorlichten van haar kinderen schreef ze: „Ik zal mijn verlegenheid de baas moeten worden.” Het is echt geen bescherming voor een kind als ouders het onderwerp seks vermijden omdat ze zich opgelaten voelen. Kindermisbruikers profiteren van de onwetendheid van een kind. In Lessen van de Grote Onderwijzer wordt het onderwerp op een heldere, waardige manier behandeld. Als ouders hun kinderen over seks voorlichten, beroven ze hen niet van hun onschuld, terwijl dat wel kan gebeuren als ze hen niet voorlichten.
17. Hoe helpt het Onderwijzer-boek ouders hun kinderen seksuele voorlichting te geven?
17 In hoofdstuk 10, waar gesproken wordt over de goddeloze engelen die naar de aarde kwamen en kinderen verwekten, wordt aan het kind gevraagd: „Wat weet je over seksuele omgang, of geslachtsgemeenschap?” Het boek geeft een eenvoudig, waardig antwoord. Later legt hoofdstuk 32 uit wat kinderen tegen seksueel misbruik kan beschermen. Uit veel ingezonden brieven is gebleken dat zulke voorlichting buitengewoon belangrijk is. Een moeder schreef: „Toen mijn zoon Javan vorige week bij zijn kinderarts kwam, vroeg ze of we hem seksuele voorlichting hadden gegeven. Ze was zeer onder de indruk dat we dit gedaan hadden aan de hand van ons nieuwe boek.”
18. Hoe bespreekt het Onderwijzer-boek het betonen van eer aan nationale symbolen?
18 In een ander hoofdstuk wordt het bijbelverslag behandeld over de drie Hebreeuwse jongeren Sadrach, Mesach en Abednego, die weigerden te buigen voor een beeld dat de Babylonische staat voorstelde (Daniël 3:1-30). Sommigen zullen misschien geen verband leggen tussen eerbetoon aan een beeld en het groeten van de vlag, zoals dat in het Onderwijzer-boek gebeurt. Maar merk eens op wat de schrijver Edward Gaffney zei in een interview in het blad U.S. Catholic. Hij vertelde dat toen zijn dochtertje na haar eerste dag op een openbare school tegen hem zei dat ze een „nieuw gebed op school” had geleerd, hij haar vroeg het voor hem op te zeggen. „Ze legde haar hand op haar hart”, zei Gaffney, „en begon trots: ’Ik zweer trouw aan de vlag . . .’” Hij vervolgde: „Plotseling drong het tot me door. Jehovah’s Getuigen hadden gelijk. We hebben te maken met een aspect van nationale spiritualiteit dat op onze scholen in een heel vroeg stadium wordt bevorderd — een onvoorwaardelijke grenzeloze loyaliteit.”
Alleszins de moeite waard
19. Hoe wordt het onderrichten van kinderen beloond?
19 Het onderrichten van onze kinderen is werkelijk alleszins de moeite waard. Een moeder in Kansas (VS) was diep ontroerd toen ze een brief van haar zoon ontving waarin hij schreef: „Ik vind dat ik geboft heb met een opvoeding waardoor ik iemand met een redelijke emotionele gezondheid en evenwichtigheid ben geworden. U en Pa verdienen beslist alle lof” (Spreuken 31:28). Lessen van de Grote Onderwijzer kan nog veel meer ouders helpen bij het onderrichten van hun kinderen, om zo dat kostbare erfdeel te beschermen.
20. Wat moeten ouders altijd in gedachte houden, en welke uitwerking moet dat op hen hebben?
20 Onze kinderen verdienen alle tijd, aandacht en moeite die we aan hen kunnen besteden. Ze zijn maar zo kort jong! Grijp elke gelegenheid aan om bij hen te zijn en hen te helpen. Daar zullen we nooit spijt van krijgen. Ze zullen veel van ons gaan houden. Vergeet nooit dat kinderen een geschenk van God zijn. Wat een kostbaar erfdeel! (Psalm 127:3-5) Behandel hen dus als zodanig, alsof we God rekenschap verschuldigd zijn van de manier waarop we hen grootbrengen, want zo is het toch?
[Voetnoot]
a Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. Zie hfst. 40, „Hoe we God blij kunnen maken”.
-