-
Op Jehovah wachtenDe Wachttoren 1986 | 15 oktober
-
-
Lees Psalm 58 tot 64. Uit verontrusting over onrecht bad David om goddelijke vergelding jegens de goddelozen (Psalm 58, 59). Toen hij een nederlaag dreigde te lijden, bad hij om redding en was hij er zeker van dat God de tegenstanders zou vertreden (Psalm 60). Jehovah was al eerder een toevlucht voor David geweest; hij zou daarom stil op redding wachten (Psalm 61, 62). Toen David naar de wildernis uitgeweken was, misschien ten tijde van Absaloms opstand, vond hij vreugde ’in de schaduw van Gods vleugels’ (Psalm 63). De psalmist bad ook om bescherming tegen „beoefenaars van wat schadelijk is” en had het vertrouwen dat de rechtvaardige bij Jehovah een toevlucht zou vinden. — Psalm 64.
-
-
Op Jehovah wachtenDe Wachttoren 1986 | 15 oktober
-
-
Les voor ons: David vergenoegde zich ermee ’stil te wachten’ tot God ten behoeve van hem zou optreden (Psalm 62:1-7). Daar hij zich aan Jehovah’s wil had onderworpen, voelde hij zich geborgen en had hij een kalm vertrouwen in God. Indien wij zulk een vertrouwen in Jehovah hebben, zal „de vrede van God” ons hart en onze geestelijke vermogens behoeden terwijl wij wachten op goddelijke bevrijding van vijanden en verdrukkingen. — Filippenzen 4:6, 7; Psalm 33:20.
-