Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Wees niet bang voor de Assyriër
    Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid I
    • Jesaja 10:20-23

      In hoofdstuk 10 van Jesaja ligt het accent in de eerste plaats op de manier waarop Jehovah de Assyrische inval zal gebruiken om het oordeel aan Israël te voltrekken en op zijn belofte Jeruzalem te verdedigen. Omdat de verzen 20 tot en met 23 midden in deze profetie staan, kunnen ze beschouwd worden als een tekstgedeelte dat een algemene vervulling in dezelfde periode heeft. (Vergelijk Jesaja 1:7-9.) Maar uit de bewoordingen blijkt dat deze verzen meer specifiek van toepassing zijn op latere periodes waarin ook Jeruzalem rekenschap zou moeten afleggen van de zonden van zijn inwoners.

      Koning Achaz probeert zich zekerheid te verschaffen door zich tot Assyrië te wenden om hulp. De profeet Jesaja voorzegt dat in een toekomstige tijd de overlevenden van het huis van Israël nooit weer zo’n zinloze weg zullen bewandelen. Volgens Jesaja 10:20 zullen zij „steunen op Jehovah, de Heilige Israëls, in waarachtigheid”. Vers 21 laat echter zien dat slechts een klein aantal dat zal doen: „Slechts een overblijfsel zal terugkeren.” Dit doet ons denken aan Jesaja’s zoon Schear-Jaschub, die een teken is in Israël en wiens naam „Slechts een overblijfsel zal terugkeren” betekent (Jesaja 7:3). Vers 22 van hoofdstuk 10 waarschuwt voor een komende „verdelging” waartoe besloten is. Zo’n verdelging zal rechtvaardig zijn omdat ze een verdiende straf voor een weerspannig volk is. Als gevolg daarvan zal van een volkrijke natie die „als de zandkorrels der zee” is, slechts een overblijfsel terugkeren. Vers 23 waarschuwt dat deze komende verdelging het hele land zal treffen. Deze keer zal Jeruzalem niet gespaard worden.

  • Wees niet bang voor de Assyriër
    Jesaja’s profetie — Licht voor de hele mensheid I
    • De profetie in Jesaja 10:20-23 had een verdere vervulling in de eerste eeuw, zoals Romeinen 9:27, 28 laat zien. (Vergelijk Jesaja 1:9; Romeinen 9:29.) Paulus legt uit dat er in de eerste eeuw G.T. in geestelijke zin een „overblijfsel” van joden tot Jehovah ’terugkeerde’, aangezien een klein aantal getrouwe joden volgelingen van Jezus Christus werd en Jehovah „met geest en waarheid” ging aanbidden (Johannes 4:24). Bij hen sloten zich later gelovige heidenen aan, zodat er een geestelijke natie ontstond, „het Israël Gods” (Galaten 6:16). Die keer gingen de woorden van Jesaja 10:20 in vervulling: „nooit meer” keerde een aan Jehovah opgedragen natie zich van hem af om bij menselijke bronnen steun te zoeken.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen