-
GogInzicht in de Schrift, Deel 1
-
-
Vanwaar de aanval komt en wat het doel ervan is. De aanval komt uit een land dat zeer ver van het land Israël verwijderd ligt. Gog is „van het land Magog”, dat zich in „de meest afgelegen streken van het noorden” bevindt (Ez 38:2, 15). Hij is „het opperhoofd [de „grootvorst”, NBG; „de hoofdvorst”, SV] van Mesech en Tubal” (Ez 38:2, 3). In sommige vertalingen staat hier „vorst van Ros, Mesjech [Mesek] en Tubal” (LV; WV), zodat met „Ros [Hebr. voor „hoofd”]” verwezen wordt naar een land of een volk. Maar zo’n land of volk wordt nergens anders in de bijbel genoemd. Mesech en Tubal, alsook Magog, zijn daarentegen namen die aan de zonen van Jafeth werden gegeven (Ge 10:2), en de drie landen met deze namen lagen ten N van Israël. (Zie MAGOG nr. 2; MESECH nr. 1; TUBAL.) Tot de aanvallers uit het N behoorden Gomer en Togarma, eveneens Jafethieten. (Men veronderstelt dat Gomer de voorvader van de oude Cimmeriërs was en Togarma de voorvader van de Armeniërs.) Het Jafethitische Perzië lag in het NO. Maar ook Hamieten uit het Z, uit het in Afrika gelegen Ethiopië en Put, namen aan de samenzwering deel (Ez 38:4-6, 15). Gog vervult dus de rol van bevelhebber van een reusachtig en tot de aanval gereed leger dat een geweldige druk op Jehovah’s volk uitoefent, om het als in een bankschroef te verbrijzelen.
-
-
GogInzicht in de Schrift, Deel 1
-
-
Identificatie van Gog. De landen en volken die in de profetie over Gog genoemd worden, zijn uit de bijbel en tot op zekere hoogte uit de wereldlijke geschiedenis bekend. Maar toch heeft men Gog met geen enkele uit de geschiedenis bekende aardse heerser kunnen vereenzelvigen. Het vaakst heeft men gepoogd hem te identificeren met Gyges, de koning van Lydië in westelijk Klein-Azië, die in de annalen van de Assyrische monarch Assurbanipal Gugu wordt genoemd (Ancient Records of Assyria and Babylonia, door D. D. Luckenbill, 1927, Deel II, blz. 297, 351, 352). Gyges was echter al tientallen jaren voordat Ezechiëls profetie opgetekend werd gestorven. Een dergelijke identificatie is derhalve onaanvaardbaar. Bovendien blijkt uit de profetie zelf dat Gogs aanval in „het laatst der jaren”, „in het laatst der dagen”, plaatsvindt (Ez 38:8, 16; vgl. Jes 2:2; Jer 30:24; 2Ti 3:1). Om deze redenen is de naam Gog kennelijk cryptisch of symbolisch en heeft op geen enkele menselijke koning of leider betrekking.
Alles wijst op een vervulling in een tijd die elders „de tijd van het einde” wordt genoemd (Da 11:35; 12:9; vgl. Opb 12:12). Bijbelgeleerden en commentators erkennen over het algemeen dat de profetie betrekking heeft op de tijd van het Messiaanse koninkrijk. In The New Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge staat bijvoorbeeld het volgende commentaar: „Gog verschijnt op het toneel als de aanvoerder van de laatste vijandelijke aanval die de wereldmachten op het koninkrijk Gods ondernemen” (onder redactie van S. Jackson, 1956, Deel V, blz. 14). Een vervulling ten aanzien van het natuurlijke Israël is niet bekend. De vervulling in „het laatst der dagen” moet derhalve betrekking hebben op het geestelijke Israël, de leden van de christelijke gemeente (Ro 2:28, 29; Ga 6:16), die door de apostel Paulus worden aangeduid als kinderen van, en die geleid worden door, het „Jeruzalem dat boven is” (Ga 4:26). Deze punten helpen ons om Gog te identificeren.
Een verdere hulp biedt het boek Openbaring. In de daarin vervatte profetische visioenen werd voorzegd dat de vervolging van de christelijke gemeente door de symbolische draak, Satan de Duivel, zou toenemen, en wel nadat hij met zijn demonen uit de hemel en naar de omgeving van de aarde zou zijn geworpen. Het neerslingeren zou door Gods koninkrijk in handen van Christus tot stand worden gebracht ten tijde dat Jezus als Koning zou beginnen te regeren (Opb 12:5-10, 13-17). Deze visioenen laten duidelijk zien dat aardse natiën zich tegen God, zijn Zoon en Gods getrouwe dienstknechten op aarde zullen verenigen, maar ook dat die vijandelijke strijdkrachten een volkomen nederlaag zullen lijden en vernietigd zullen worden (Opb 16:13-16; 17:12-14; 19:11-21). Ook wordt er melding gemaakt van vogels die zich zullen vergasten aan de lijken van zulke vijanden van Christus’ Koninkrijksheerschappij. — Vgl. Ez 39:4, 17-20 met Opb 19:21.
Ezechiëls profetie betreffende Gog wijst op een boosaardige, wereldomvattende aanval op Gods volk. Hoewel Gog kennelijk staat voor een coalitie van landen die de aanval doet, zal Satan de Duivel die aanval beramen en achter de schermen aanvoeren. Deze aanval brengt God ertoe om in een tentoonspreiding van zijn ontzagwekkende macht Satans strijdkrachten volledig weg te vagen. — Ez 38:18-22.
-