-
Bijbelboek nummer 35 — Habakuk„De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
-
-
7. Hoe vertroost Jehovah Habakuk?
7 Het visioen van de vijf weeën (2:2-20). Jehovah antwoordt: „Schrijf het visioen op en zet het duidelijk op tafelen.” Ook al schijnt het op zich te laten wachten, het zal zonder mankeren uitkomen. Jehovah vertroost Habakuk met de woorden: „Wat de rechtvaardige betreft, door zijn getrouwheid [geloof] zal hij blijven leven” (2:2, 4; Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap). De aanmatigende vijand zal zijn doel niet bereiken, ook al blijft hij natiën en volken tot zich vergaderen. Juist die zullen tegen hem het spreekwoord van de vijf weeën aanheffen:
-
-
Bijbelboek nummer 35 — Habakuk„De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
-
-
12. Welke nuttige toepassingen van Habakuk 2:4 heeft Paulus gegeven?
12 Beseffend hoe nuttig Habakuks profetie is om te onderwijzen, deed Paulus bij drie verschillende gelegenheden een aanhaling uit hoofdstuk 2 vers 4. Toen Paulus beklemtoonde dat het goede nieuws Gods kracht tot redding is voor een ieder die geloof heeft, schreef hij aan de christenen in Rome: „Want daarin wordt Gods rechtvaardigheid geopenbaard op grond van geloof en tot geloof, zoals er staat geschreven: ’Maar de rechtvaardige — door middel van geloof zal hij leven.’” Toen Paulus aan de Galaten schreef, legde hij er de nadruk op dat zegening door middel van geloof komt: „Het [is] duidelijk dat door de wet niemand rechtvaardig verklaard wordt bij God, want ’de rechtvaardige zal wegens geloof leven’.” Paulus schreef ook in zijn brief aan de Hebreeën dat christenen blijk moeten geven van een levend geloof, waardoor de ziel wordt behouden, en opnieuw verwees hij naar de woorden die Jehovah tot Habakuk sprak. Hij haalt echter niet alleen Habakuks woorden „mijn rechtvaardige zal wegens geloof leven” aan, maar ook zijn verdere woorden volgens de Griekse Septuaginta: „Indien hij terugdeinst, heeft mijn ziel geen behagen in hem.” Als samenvatting zegt hij dan: Wij behoren tot „het soort dat geloof heeft, wat tot het in het leven behouden van de ziel leidt”. — Rom. 1:17; Gal. 3:11; Hebr. 10:38, 39.
-