Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ’Een zegen totdat er geen gebrek meer is’
    Leef met Jehovah’s dag in gedachten
    • 1, 2. (a) Welke goede keuzes kan ieder van ons maken? (b) De vervulling van welke profetie is van invloed op de zegeningen die we kunnen genieten?

      WE LEVEN in een tijd van oordeel en van zegen. Het is een periode van religieus verval en van geestelijk herstel. Natuurlijk wil je de zegen, en ook de tegenwoordige en toekomstige goede gevolgen van het geestelijk herstel! Maar hoe kun je daar verzekerd van zijn? Het antwoord houdt verband met een profetie die niet lang nadat in 1914 „de laatste dagen” waren begonnen, haar voornaamste vervulling kreeg (2 Timotheüs 3:1). Maleachi voorzei: „’Plotseling zal tot Zijn tempel komen de ware Heer [Jehovah], die gijlieden zoekt, en de boodschapper van het verbond, in wie gij behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig komen’, heeft Jehovah der legerscharen gezegd.” — Maleachi 3:1.

  • ’Een zegen totdat er geen gebrek meer is’
    Leef met Jehovah’s dag in gedachten
    • EEN TIJD VOOR GEESTELIJKE REINIGING

      3. Welke ontwikkeling onder Gods volk in de oudheid leidde tot het uitkiezen van „het Israël Gods”?

      3 Zo’n vijf eeuwen na Maleachi’s tijd kwam Jehovah, vertegenwoordigd door Christus (Gods „boodschapper van het [Abrahamitische] verbond”), tot de letterlijke tempel in Jeruzalem om zijn verbondsvolk te oordelen. Deze natie had zich in het algemeen onwaardig betoond om Gods gunst te blijven genieten, en daarom verwierp Jehovah hen (Mattheüs 23:37, 38). Een bewijs daarvan kun je zien in wat er in 70 G.T. gebeurde. Je kunt er net zo zeker van zijn dat God in plaats van hen „het Israël Gods” uitkoos, een geestelijke natie van 144.000 personen uit alle naties (Galaten 6:16; Romeinen 3:25, 26). Toch was dat niet de uiteindelijke vervulling van Maleachi’s profetie. Ze verwijst ook naar deze tijd en is rechtstreeks van invloed op je vooruitzichten op ’een zegen totdat er geen gebrek meer is’.

      4. Wat moest beantwoord worden nadat Jezus in 1914 op de troon was geplaatst?

      4 De vervulling van bijbelse profetieën bevestigt dat Jezus Christus in 1914 als Koning van Jehovah’s hemelse koninkrijk werd geïnstalleerd. Toen was voor Jezus de tijd aangebroken om een groep christenen te identificeren die Gods goedkeuring verdienden. Wie zou de toets op geestelijke zuiverheid doorstaan? Een aanwijzing voor het antwoord is te vinden in Maleachi’s woorden: „Wie zal de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van een louteraar” (Maleachi 3:2). Wanneer en hoe kwam Jehovah tot zijn „tempel” voor het oordeel?

      5, 6. (a) Wat trof Jehovah onder de meeste belijdende aanbidders aan toen hij voor inspectie tot zijn geestelijke tempel kwam? (b) Wat hadden Gods met de geest gezalfde dienstknechten nodig?

      5 Kennelijk kwam God niet tot een tempel van steen. De laatste letterlijke tempel voor ware aanbidding was in 70 G.T. verwoest. Jehovah kwam tot een geestelijke tempel, de regeling waardoor mensen hem op basis van Jezus’ loskoopoffer kunnen benaderen en aanbidden (Hebreeën 9:2-10, 23-28). Die geestelijke tempel bestond beslist niet uit de kerken van de christenheid, want die maakten deel uit van een religieus stelsel dat zich schuldig maakte aan bloedvergieten en geestelijke hoererij, een stelsel dat valse leringen bevorderde in plaats van zuivere aanbidding. Jehovah werd „een snelle getuige” tegen hen, en je weet dat het ongunstige oordeel dat hij velde, rechtvaardig was (Maleachi 3:5). Maar na de oprichting van Gods koninkrijk was er een groep ware christenen die in de voorhoven van Gods geestelijke tempel dienden en die God ondanks zware beproevingen trouw bleven. Toch hadden zelfs die gezalfden enige reiniging nodig. De boeken van de twaalf profeten wezen daarop, want ze bevatten hartverwarmende beloften van geestelijk en lichamelijk herstel onder Gods dienstknechten. Maleachi voorzei dat er een volk zou zijn dat door Jehovah gezuiverd zou worden „als goud en als zilver”. Ze zouden „voor Jehovah stellig mensen worden die een offergave aanbieden in rechtvaardigheid”. — Maleachi 3:3.

      6 Zoals uit deugdelijk bewijsmateriaal blijkt, bracht Jehovah vanaf 1918 de noodzakelijke reiniging onder de gezalfde christenen ten uitvoer en zuiverde hij hun aanbidding, gebruiken en leerstellingen.a Zij en de „grote schare” die zich later bij hen heeft aangesloten, hebben daar veel baat bij gehad (Openbaring 7:9). Als een eensgezinde groep blijven ze „een offergave aanbieden in rechtvaardigheid” die „Jehovah werkelijk aangenaam” is. — Maleachi 3:3, 4.

      Illustratie op blz. 180, 181

      Jehovah heeft zijn volk als groep gelouterd. Moeten wij persoonlijk nog wat gelouterd worden?

      7. Wat kunnen we ons terecht afvragen over onze reputatie bij God?

      7 Dat geldt voor Gods volk als geheel, maar hoe staat het met ieder van ons afzonderlijk? Je zou je kunnen afvragen: Zijn er aspecten van mijn houding en daden die nog gelouterd moeten worden? Moet ik mijn gedrag nog meer louteren, net zoals Jehovah zijn gezalfden heeft gelouterd? We hebben eerder gezien dat de twaalf profeten negatieve zienswijzen en gedragingen maar ook positieve eigenschappen en daden belichtten. Dat maakt het makkelijker te weten wat Jehovah ’van u terugvraagt’ (Micha 6:8). Merk op dat er staat „van u”. Dat beklemtoont waarom ieder van ons moet nagaan of hij nog wat meer gelouterd of gereinigd moet worden.

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen