-
De Drieëenheid — Wordt ze in de bijbel onderwezen?De Wachttoren 1993 | 15 oktober
-
-
„Ik en de Vader zijn één.” — JOHANNES 10:30.
Novatianus (ca. 200–258 G.T.) zei: „Daar Hij zei: ’één’ ding,[b] laten de ketters begrijpen dat Hij niet ’één’ persoon zei. Want één in de onzijdige vorm geeft de goede verstandhouding aan, niet de eenheid in persoon. . . . Dat Hij één zegt, heeft bovendien betrekking op de overeenstemming, en op het identiek zijn in oordeel, en op de liefdevolle samenwerking zelf, aangezien de Vader en de Zoon redelijkerwijs één zijn in overeenstemming, in liefde, en in genegenheid.” — Over de Drievuldigheid, hfdst. 27.
-
-
De Drieëenheid — Wordt ze in de bijbel onderwezen?De Wachttoren 1993 | 15 oktober
-
-
b Novatianus doelt op het feit dat het woord voor „één” in dit vers onzijdig is. De eigenlijke betekenis ervan is derhalve „één ding”. Vergelijk Johannes 17:21, waar het Griekse woord voor „één” op precies dezelfde manier wordt gebruikt. Het is interessant dat in de New Catholic Encyclopedia (uitgave van 1967) over het algemeen wordt ingestemd met Novatianus’ De Trinitate, hoewel erin wordt opgemerkt dat in dit werk „de Heilige Geest niet als een goddelijk Persoon wordt beschouwd”.
-