Vrede met God verwerven door opdracht en doop
„Jehovah zei vervolgens: ’. . . Nadert geen enkele man op wie het kenteken is.’” — EZECHIËL 9:4, 6.
1, 2. (a) Waarom verkeren de mensen in het algemeen niet in vrede met God? (b) Waarom is het voor allen van levensbelang deze vrede te verwerven?
VREDE met God verwerven? Maar waarom eigenlijk? Weinig mensen beschouwen zich als personen die in conflict zijn met God. Is het echter mogelijk dat iemand zonder dit te beseffen in feite een vijand van God is? De apostel Paulus legde aan christenen in de eerste eeuw uit: „Onder hen hebben wij allen ons eens overeenkomstig de begeerten van ons vlees gedragen, doordat wij de dingen deden die het vlees en de gedachten wilden, en wij waren van nature kinderen der gramschap, evenals de overigen.” — Efeziërs 2:3.
2 Zo is het ook in deze tijd. Hoewel u God misschien graag wilt behagen, beïnvloedt de van Adam overgeërfde zonde uw zienswijze en kunt u ertoe worden gebracht de dingen na te streven ’die het vlees wil’. Zelfs wanneer u met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeert of een niet-gedoopte jongere bent wiens ouders Getuigen zijn, kan uw leven grotendeels gekenmerkt worden door een zelfzuchtige ’ik doe waar ik zelf zin in heb’-houding, die er de oorzaak van vormt dat u van God vervreemd blijft. Iemand die zo’n weg blijft bewandelen, ’stapelt voor zichzelf gramschap op’ (Romeinen 2:5; Kolossenzen 1:21; 3:5-8). Gedurende de snel naderbij komende „dag van gramschap en van de openbaring van Gods rechtvaardige oordeel” zal God zijn toorn volledig tot uitdrukking brengen (Romeinen 1:28–2:6). Hoe kunt u vrede met God verwerven en deze „dag van gramschap” overleven?
Het fundament voor vrede
3. Hoe heeft God de basis voor verzoening verschaft?
3 Jehovah heeft het initiatief genomen om hulp te bieden. ’Hij heeft ons liefgehad en heeft zijn Zoon uitgezonden als zoenoffer voor onze zonden’ (1 Johannes 4:10). Jezus’ offerandelijke dood verzoent, dat wil zeggen, bevredigt Jehovah’s gerechtigheid of voldoet daaraan. Dit verschaft een wettelijke basis voor de vergeving van zonden en, uiteindelijk, voor het volkomen tenietdoen van de vijandschap tussen God en de mens. Ja, zoals de apostel Paulus schreef, is het mogelijk ’met God verzoend te worden door middel van de dood van zijn Zoon’. — Romeinen 5:8-10.
4. Welk toepasselijke visioen ontving Ezechiël, en waarom is het van belang voor ons?
4 Maar om persoonlijk voordeel te trekken van Christus’ offer moeten wij bepaalde stappen doen. Deze worden aangegeven in een dramatisch visioen dat de profeet Ezechiël ontving, een visioen dat in vervulling gaat gedurende onze tijd, nu Gods „dag van gramschap” ophanden is. Gods terechtstellingslegers worden in het visioen afgebeeld door zes gewapende mannen. Voordat deze oordeelsvoltrekkers Gods gramschap tot uitdrukking brengen, krijgt een zevende man, die een inkthoorn van een secretaris bij zich heeft, de opdracht: „’Trek midden door de stad, . . . en gij moet een kenteken zetten op het voorhoofd van de mannen die zuchten en kermen over al de verfoeilijkheden die in haar midden gedaan worden.’ En tot [de zes gewapende mannen] zei hij ten aanhoren van mij: ’Trekt achter hem aan de stad door en slaat neer. . . . Maar nadert geen enkele man op wie het kenteken is.’” — Ezechiël 9:1-6.
5. Wat leidt tot berouw?
5 Deze bij wijze van bescherming ’gekentekende’ personen waren diepbedroefd omdat mensen die de ware God beweerden te aanbidden ’het land gevuld hadden met geweld’ en zich hadden overgegeven aan seksuele immoraliteit, afgoderij en allerlei ander verkeerd gedrag (Ezechiël 8:5-18; Jeremia 7:9). Insgelijks moeten ook in deze tijd degenen die ’gekentekend’ willen worden, eerst door middel van bijbelstudie waardering voor Gods maatstaven aankweken en bedroefd van hart worden vanwege de leringen en praktijken die hem onteren, ja, zij moeten daarover gaan „zuchten en kermen”. Misschien hebben enkelen onwetend overtredingen begaan of daarmee ingestemd door er hun steun aan te verlenen. Toch beginnen zij zulke activiteiten nu te bezien zoals God ze beziet — met afkeer! (Romeinen 1:24-32; Jesaja 2:4; Openbaring 18:4; Johannes 15:19) Deze toegenomen waardering leidt tot een van de eerste stappen om vrede met God te verwerven: berouw. De apostel Petrus drong op het volgende aan: „Hebt daarom berouw en keert u om, opdat uw zonden worden uitgewist, opdat er tijden van verkwikking [in plaats van gramschap] mogen komen van de persoon van Jehovah” (Handelingen 3:19). Hoe verkwikkend is deze vergiffenis!
Het „kenteken” ontvangen
6. Om welke redenen werden bepaalde personen in vroeger tijden gekentekend?
6 Ten einde voor Gods gramschap gevrijwaard te worden, moesten degenen die ’zuchtten en kermden’, op hun voorhoofd gekentekend worden (Ezechiël 9:4). In de oudheid ontvingen slaven vaak een kenteken op het voorhoofd om duidelijk geïdentificeerd te worden. Door identificerende kentekens op het voorhoofd en elders op het lichaam kon ook worden aangegeven dat iemand een bepaalde godheid aanbad.a (Vergelijk Jesaja 44:5.) Wat is dus in onze tijd het onderscheidende, levenreddende kenteken waardoor de dragers ervan duidelijk worden geïdentificeerd als ware aanbidders en slaven van Jehovah?
7. Wat is het symbolische kenteken?
7 Het symbolische kenteken is het zichtbare bewijs, dat als het ware op uw onbedekte voorhoofd te lezen is, (1) dat u een opgedragen, gedoopte discipel van Jezus Christus bent en (2) dat u de christelijke nieuwe persoonlijkheid hebt aangedaan (Efeziërs 4:20-24). Aangezien degenen die aldus ’gekentekend’ zijn, zich eerst moeten opdragen, moeten wij weten wat daarbij betrokken is. Jezus verklaart: „Wil iemand achter mij komen, dan moet hij zichzelf verloochenen en zijn martelpaal opnemen en mij voortdurend volgen.” — Markus 8:34.
8, 9. (a) Wat betekent het ’uzelf te verloochenen’? (b) Hoe kan worden toegelicht wat er nodig is om zich te kunnen opdragen?
8 Het Griekse woord dat met „verloochenen” vertaald is, betekent: „volledig ontzeggen” of „opgeven”. Daarom betekent ’uzelf verloochenen’ meer dan uzelf af en toe een bepaald pleziertje of verzetje ontzeggen. Het betekent veeleer bereid te zijn neen tot uzelf te zeggen wanneer de verleiding bestaat uw leven te laten beheersen door uw persoonlijke verlangens en ambities. Wij worden geholpen de strekking van Jezus’ woorden te begrijpen door op te merken hoe dit denkbeeld in verschillende talen wordt vertolkt: „Ermee ophouden te doen wat iemand in zijn eigen hart wil” (Tzeltal, Mexico), „niet langer zichzelf toebehoren” (K’anjobal, Guatemala) en „zichzelf de rug toekeren” (Javaans, Indonesië). Ja, dit houdt een exclusieve opdracht in, niet louter een verbintenis met meerdere partijen.
9 Een christelijke vrouw, Susan genaamd, die vroeger een nogal onafhankelijke levenshouding had, legt uit wat de opdracht voor haar inhield: „Ik gaf mijn hele wezen aan iemand anders over. Jehovah bepaalt nu mijn weg, zegt mij wat ik moet doen en stelt mijn prioriteiten vast.” Bent u bereid u op diezelfde exclusieve manier aan Jehovah God op te dragen? Denk eraan, het symbolische kenteken identificeert u als iemand die aan God ’toebehoort’, zoals een gelukkige slaaf aan zijn Meester. — Vergelijk Exodus 21:5, 6; Romeinen 14:8.
10. Welke aangelegenheden moet iemand beschouwen voordat hij zich aan God opdraagt?
10 „Wie van u . . . die een toren wil bouwen, gaat er niet eerst voor zitten om de kosten te berekenen, om te zien of hij genoeg heeft om hem te voltooien?” vroeg Jezus (Lukas 14:28). Bent u daarom bereid de volgende dingen te doen: Christelijke vergaderingen geregeld te bezoeken (Hebreeën 10:25), vast te houden aan de hoge morele maatstaf die God voor zijn dienstknechten heeft vastgesteld (1 Thessalonicenzen 4:3, 4, 7), een naar uw vermogen zo volledig mogelijk aandeel aan het Koninkrijkspredikingswerk te hebben, Gods wil op de eerste plaats te stellen wanneer u een carrière kiest of u doeleinden in het leven stelt (Matthéüs 6:33; Prediker 12:1) en u van uw gezinsverantwoordelijkheden te kwijten? (Efeziërs 5:22–6:4; 1 Timótheüs 5:8) Wanneer u zich in gebed eenmaal aan God hebt opgedragen, is de volgende stap dat u dit officieel aan anderen laat weten.
De doop — voor wie?
11. Wat wordt door de doop gesymboliseerd, en wat wordt erdoor bereikt?
11 Jezus heeft het gebod gegeven dat zijn volgelingen gedoopt moesten worden (Matthéüs 28:19, 20). Zij zouden volledig in water ondergedompeld en er weer uit omhooggeheven moeten worden, als het ware begraven worden en een opstanding ontvangen. Dit is een goede afbeelding van het feit dat iemand gestorven is voor een egocentrische levenswijze en weer tot leven gebracht wordt voor het doen van Gods wil. Door de doop identificeert u zich als een van Jehovah’s Getuigen die deel uitmaakt van Gods wereldomvattende gemeente.b De doop bekrachtigt een plechtige overeenkomst met God. (Vergelijk Exodus 19:3-8.) Uw leven moet in overeenstemming zijn met zijn wetten (Psalm 15; 1 Korinthiërs 6:9-11). De doop, waardoor u tot een dienaar van God wordt geordineerd, brengt ook tot uitdrukking dat u een „verzoek aan God om een goed geweten” hebt gedaan, omdat u weet dat u in vrede met God verkeert. — 1 Petrus 3:21.
12. Wanneer wordt een kind beschermd door het „kenteken” van een ouder?
12 Dienen zelfs jeugdige personen de doop te overwegen? Nu, denk eens terug aan wat Jehovah tot de zes gewapende mannen in het visioen zei: „Grijsaard, jongeling en maagd en klein kind en vrouwen dient gij te doden — ten verderve. Maar nadert geen enkele man op wie het kenteken is” (Ezechiël 9:6). Natuurlijk zouden kinderen die te jong zijn om zich op te dragen, beschermd worden door het „kenteken” op het voorhoofd van een ouder, indien die ouder ernaar streeft zijn of haar kinderen liefde voor Jehovah bij te brengen en indien zij gehoorzaam op dit onderricht reageren (1 Korinthiërs 7:14). Ga er echter niet van uit dat een kind, indien het schrander genoeg is om een persoonlijke beslissing te nemen en het punt heeft bereikt dat het ’weet hoe het juiste te doen’, voor onbepaalde tijd onder de verdienste van het „kenteken” van een ouder zal blijven. — Jakobus 4:17.
13. Wat zijn enkele dingen die in aanmerking genomen moeten worden om vast te stellen of een jeugdig persoon gereed is voor de doop?
13 Voordat een jeugdig persoon zich opdraagt, dient zijn kennis toereikend te zijn om te begrijpen wat erbij betrokken is en hij dient ernaar te streven in een goede persoonlijke verhouding met God te geraken. Hij dient begrip te hebben van bijbelse beginselen en eraan vast te houden, wetend dat hij ter verantwoording geroepen zal worden voor elke overtreding ervan. Hij moet ook voldoende ervaring hebben in de prediking en weten dat dit een belangrijk onderdeel van de ware aanbidding is; hij moet God werkelijk graag willen dienen. Natuurlijk zal van hem niet worden verwacht dat hij de rijpheid van een volwassene bezit, maar zijn geestelijke vooruitgang zal redelijk gestadig moeten zijn.
14. Waarom beschouwde een jongere zijn doop als een bescherming?
14 Zich op jeugdige leeftijd opdragen, plaatst een jongere die ’de kosten berekend heeft’, niet in een nadelige positie. Met bijna alle nieuwe christenen is het zo dat hun waardering zich na de doop verdiept. „Als jongere gedoopt te worden, was een bescherming voor mij”, verklaarde David. „Toen ik ouder werd, merkte ik op dat enkele ongedoopte tieners in de gemeente zich niet onderworpen voelden aan het gezag van de ouderlingen en zich tengevolge daarvan aan slecht gedrag schuldig gingen maken. Maar ik hield altijd in gedachte dat ik mijn leven aan God had opgedragen. Ik beschikte niet meer over mijn leven, dus kon ik niet het voorbeeld van zulke tieners volgen.”
15. (a) Hoe weten wij dat het voor jongeren mogelijk is de ware aanbidding ernstig op te vatten? (b) Hoe kunnen ouders het beste hulp bieden?
15 ’Maar als mijn zoon of dochter nu op jeugdige leeftijd gedoopt wordt en zijn of haar liefde voor God dan bekoelt?’ vragen enkele ouders zich af. Natuurlijk dient een jongere zich niet te laten dopen louter om een ouder te behagen of omdat enkelen van zijn vrienden of vriendinnen zich laten dopen. Toch vatten Jozef, Samuël, koning Josía en Jezus als tieners allen de aanbidding van God ernstig op en hielden eraan vast (Genesis 37:2; 39:1-3; 1 Samuël 1:24-28; 2:18-21; 2 Kronieken 34:3; Lukas 2:42-49). In onze tijd werd een christelijk meisje, Jean genaamd, op de jeugdige leeftijd van nog maar tien jaar gedoopt. Toen haar jaren later werd gevraagd of zij de stap werkelijk had begrepen, antwoordde Jean: „Ik wist dat ik Jehovah liefhad, ik waardeerde wat Jezus voor ons had gedaan en ik wilde Jehovah dienen.” Zij heeft sinds haar doop zo’n veertig jaar getrouw gediend. Iedere jongere is een individuele persoon; niemand kan een standaard leeftijdsgrens vaststellen. Ouders moeten ernaar streven het hart van hun kind te bereiken en hem of haar helpen godvruchtige toewijding te ontwikkelen.c Zij dienen hun kinderen niet alleen het voorrecht van opdracht en doop voor ogen te houden maar hen er ook toe aan te moedigen loyale aanbidders te zijn.
Belemmeringen overwinnen
16. Waarom wordt er meer dan verstandelijke kennis vereist?
16 Hoewel het onontbeerlijk is bijbelkennis te bezitten, is er bij het „kenteken” meer betrokken dan verstandelijke kennis. In het visioen bijvoorbeeld dat aan Ezechiël werd gegeven, bezaten de ouderlingen die terechtgesteld werden omdat zij reukwerk aan valse goden offerden, waarschijnlijk een uitgebreide kennis van Jehovah’s geschreven Woord. Maar hoe zij zich achter gesloten deuren gedroegen, liet zien dat zij geen ware aanbidders waren (Ezechiël 8:7-12; 9:6). Om voor overleving ’gekentekend’ te worden, moet men dus ’de nieuwe persoonlijkheid aandoen, die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit’. — Efeziërs 4:22-24.
17. (a) Welke belemmering weerhoudt enkelen van de doop? (b) Hoe kan de raad uit Jakobus 4:8 worden toegepast?
17 Een geweldige belemmering is de invloed van uw zondige vlees (Romeinen 8:7, 8). Enkelen weerhouden zich zelfs van de doop omdat zij de een of andere vleselijke zwakheid niet kunnen overwinnen of omdat zij zich willen overgeven aan ongeoorloofde wereldlijke genoegens (Jakobus 4:1, 4). Zulke personen missen een kostbare verhouding. Gods Woord raadt aan: „Nadert tot God en hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw hart, besluitelozen” (Jakobus 4:8). Resolute actie is vereist. Ter illustratie: Een man die de bijbel begon te bestuderen, had zich zestien jaar lang te buiten gegaan aan alcohol en drugs en was ten gevolge hiervan doodziek. Resoluut overwon hij deze slechte gewoonten. „Maar net toen ik vorderingen begon te maken in de richting van opdracht aan God begon een vrouw er bij mij op aan te dringen een verhouding met haar te hebben. Het was werkelijk een verleiding”, erkende hij. Hoewel de vrouw dacht dat ik gek was, zei ik haar: ’Ik studeer de bijbel met Jehovah’s Getuigen, en ik kan daar niet aan beginnen.’” Waarom reageerde hij zo? „Ik had gezien wat Jehovah voor mij had gedaan door mij te helpen van de alcohol af te komen. Hij hielp mij ook op andere manieren. Hierdoor werd mijn band met hem steeds hechter. Ik kon hem niet teleurstellen.” Deze man had een intieme band met God aangekweekt.
18. Wat is de sleutel tot het overwinnen van belemmeringen?
18 Wat telt, is niet hoeveel u weet maar hoe diep uw liefde is voor wat u weet. Psalm 119:165 zegt: „Overvloedige vrede behoort hun toe die uw wet liefhebben [niet slechts kennen], en voor hen is er geen struikelblok.” De sleutel is Gods wet liefhebben, diepe waardering hebben voor de waarde ervan in uw leven. — Jesaja 48:17, 18.
19, 20. (a) Welke hinderpalen moeten overwonnen worden, en welke verzekering hebben wij? (b) Wat zal het resultaat zijn van het succesvol overwinnen van alle hinderpalen?
19 Natuurlijk kunnen er andere hinderpalen of struikelblokken op uw weg komen. „Het moeilijkste struikelblok voor mij”, zei de bovengenoemde broeder, „was mensenvrees. Ik had enkele wereldse ’vrienden’ met wie ik vroeger altijd had gedronken. Ik vond het erg moeilijk hun te vertellen dat ik mijn omgang met hen verbrak omdat ik mijn leven aan God ging opdragen” (Spreuken 29:25). Anderen hebben spot van familieleden onder de ogen moeten zien. Een pasgedoopte Getuige, die de tegenstand van haar man had overwonnen, merkte op: „In plaats van één grote hindernis moest ik een heleboel kleine hindernissen één voor één nemen.” Getrouw elke hinderpaal overwinnen zodra die opdoemt, zal uw hart versterken. Wees ervan verzekerd dat er geen enkele hinderpaal is die niet kan worden overwonnen door degenen die Gods wet liefhebben! — Lukas 16:10.
20 Naarmate u elk struikelblok overwint, zult u „overvloedige vrede” verwerven (Psalm 119:165). Ja, u zult „in zekerheid uw weg bewandelen . . . Uw slaap moet aangenaam zijn. Gij zult niet bevreesd behoeven te zijn voor enige plotselinge angstaanjaging, noch voor het onweer over de goddelozen, omdat het komt. Want Jehovah zelf zal inderdaad uw vertrouwen blijken te zijn.” — Spreuken 3:23-26.
[Voetnoten]
a Ongeveer 150 jaar na Ezechiëls visioen schreef de Griekse geschiedschrijver Herodotus, die waarnam dat de kentekens die waren aangebracht op aanbidders van de god Hercules, hun bescherming verschafte: „Als een slaaf van wie dan ook [in Hercules’ tempel] zijn toevlucht neemt en zichzelf aan de god wijdt door zich de heilige tekenen op te drukken, dan mag niemand hem aanraken.” — Herodotus’ Historiën, Boek II, par. 113, vertaling door dr. O. Damsté.
b Onlangs werden de twee vragen die tot de doopkandidaten worden gericht vereenvoudigd, zodat de kandidaten die zouden kunnen beantwoorden met een volledig begrip van wat erbij betrokken is om in een intieme verhouding met God en zijn aardse organisatie te geraken.
c Zie het artikel „Help uw kind godvruchtige toewijding aan te kweken” in onze uitgave van 15 augustus 1985.
Punten ter herhaling
◻ Hoe helpt God ons vrede met hem te verwerven?
◻ Wat is het symbolische levenreddende kenteken?
◻ Wat is de betekenis van opdracht en doop?
◻ Wat voor hinderpalen moeten onder de ogen worden gezien, en hoe kunnen deze overwonnen worden?
[Kader op blz. 13]
Onderdompeling of besprenkeling?
Het verslag van Jezus’ doop vermeldt dat hij „uit het water opkwam” (Markus 1:10). Dat Jezus werd ondergedompeld, strookt met de betekenis van het Griekse woord voor „doop”, namelijk ba·ptiʹsma. Dit is afgeleid van het woord ba·ptiʹzo, dat „dopen, onderdompelen” betekent. Het werd soms gebruikt om het zinken van een schip te beschrijven. De tweede-eeuwse schrijver Lucianus gebruikt een verwant woord om te beschrijven dat iemand een ander verdrinkt: „Hem zo diep onderdompelen [ba·pti·zonʹta] dat hij niet meer boven kan komen.” The New International Dictionary of New Testament Theology komt tot de volgende conclusie: „Ondanks beweringen die op het tegendeel duiden, schijnt het dat baptizō, zowel in een joodse als in een christelijke context, in de regel ’onderdompelen’ betekende, en dat zelfs toen het een technische uitdrukking voor de doop werd, de gedachte aan onderdompeling bleef bestaan.”