-
Dit is de dag van redding!De Wachttoren 1998 | 15 december
-
-
12. Welke belangrijke bediening wordt door Jehovah’s ’ambassadoriale’ en ’gewone’ gezanten ten uitvoer gebracht?
12 Voor redding moeten wij in overeenstemming handelen met Paulus’ woorden: „Met hem [Jehovah] samenwerkend, verzoeken wij u ook dringend, de onverdiende goedheid van God niet te aanvaarden en dan het doel ervan te missen. Want hij zegt: ’In een tijd van aanvaarding heb ik u verhoord, en op een dag van redding ben ik u te hulp gekomen.’ Ziet! Nu in het bijzonder is het de tijd van aanvaarding. Ziet! Nu is het de dag van redding” (2 Korinthiërs 6:1, 2). Jehovah’s gezalfde ’ambassadoriale’ gezanten en zijn ’gewone’ gezanten, de „andere schapen”, aanvaarden de onverdiende goedheid van hun hemelse Vader niet om dan het doel ervan te missen (Johannes 10:16). Door hun oprechte gedrag en ijverige bediening in deze „tijd van aanvaarding” zoeken zij de goddelijke gunst en stellen zij de aardbewoners ervan op de hoogte dat dit „de dag van redding” is.
13. Wat is de essentie van Jesaja 49:8 en hoe ging deze profetie voor het eerst in vervulling?
13 Paulus doet een aanhaling uit Jesaja 49:8, waar staat: „Dit heeft Jehovah gezegd: ’In een tijd van goede wil heb ik u geantwoord, en op een dag van redding heb ik u geholpen; en ik bleef u beveiligen, opdat ik u tot een verbond voor het volk zou kunnen geven, om het land weer te herstellen, om de woest en verlaten liggende erfelijke bezittingen weer in bezit te doen nemen.’” Deze profetie ging voor het eerst in vervulling toen het volk Israël uit gevangenschap in Babylon werd bevrijd en later naar hun eigen, woest gelegde land terugkeerde. — Jesaja 49:3, 9.
14. Hoe ging Jesaja 49:8 in vervulling in Jezus?
14 In de verdere vervulling van Jesaja’s profetie gaf Jehovah zijn „knecht” Jezus tot „een licht der natiën, opdat [Gods] redding moge reiken tot het uiteinde der aarde” (Jesaja 49:6, 8; vergelijk Jesaja 42:1-4, 6, 7; Mattheüs 12:18-21). De „tijd van goede wil” of „tijd van aanvaarding” had kennelijk betrekking op Jezus’ aardse leven. Hij bad, en God ’antwoordde’ hem. Dat bleek „een dag van redding” voor Jezus te zijn, aangezien hij een volmaakte rechtschapenheid bewaarde en aldus „voor allen die hem gehoorzamen, oorzaak van eeuwige redding geworden” is. — Hebreeën 5:7, 9; Johannes 12:27, 28.
15. Sinds wanneer hebben geestelijke Israëlieten trachten te bewijzen Gods onverdiende goedheid waardig te zijn, en met welk oogmerk?
15 Paulus past Jesaja 49:8 toe op gezalfde christenen en verzoekt hun dringend ’het doel van Gods onverdiende goedheid niet te missen’ door na te laten gedurende de „tijd van aanvaarding” en de „dag van redding” waarin hij voorziet, zijn welwillendheid te zoeken. Paulus voegt eraan toe: „Ziet! Nu in het bijzonder is het de tijd van aanvaarding. Ziet! Nu is het de dag van redding” (2 Korinthiërs 6:2). Vanaf Pinksteren 33 G.T. hebben geestelijke Israëlieten trachten te bewijzen Gods onverdiende goedheid waardig te zijn, zodat de „tijd van aanvaarding” voor hen „een dag van redding” zou zijn.
-
-
Dit is de dag van redding!De Wachttoren 1998 | 15 december
-
-
Vertrouw op de redding door Jehovah
20. (a) Wat was Paulus’ vurige wens, en waarom was er geen tijd te verliezen? (b) Waardoor wordt de dag van redding waarin wij thans leven, gekenmerkt?
20 Toen Paulus omstreeks 55 G.T. zijn tweede brief aan de Korinthiërs schreef, had het joodse samenstel van dingen nog slechts zo’n vijftien jaar te gaan. De apostel wenste vurig dat joden en heidenen door bemiddeling van Christus met God werden verzoend. Dat was een dag van redding, en er was geen tijd te verliezen. Welnu, wij bevinden ons sinds 1914 in een overeenkomstig besluit van een samenstel van dingen. De wereldomvattende Koninkrijksprediking die nu aan de gang is, stempelt deze tijd tot de dag van redding.
21. (a) Welke jaartekst is voor 1999 gekozen? (b) Wat dienen wij op deze dag van redding te doen?
21 Mensen van alle natiën moeten omtrent Gods voorziening voor redding door bemiddeling van Jezus Christus horen. Er is geen tijd voor uitstel. Paulus schreef: „Ziet! Nu is het de dag van redding.” Deze woorden uit 2 Korinthiërs 6:2 zullen de jaartekst van Jehovah’s Getuigen voor 1999 zijn. Hoe passend, want wij staan tegenover iets veel ergers dan de vernietiging van Jeruzalem en zijn tempel! Vlak voor ons ligt het einde van dit gehele samenstel van dingen, waarbij iedereen op aarde betrokken is. Nu — niet morgen — is het de tijd om tot handelen over te gaan. Als wij geloven dat redding Jehovah toebehoort, als wij hem liefhebben en als wij eeuwig leven op prijs stellen, zullen wij het doel van Gods onverdiende goedheid niet missen. Met het oprechte verlangen Jehovah te eren, zullen wij door woord en daad bewijzen dat wij het werkelijk menen wanneer wij uitroepen: „Ziet! Nu is het de dag van redding.”
-