-
De „lucht” van deze wereld inademen is dodelijk!De Wachttoren 1987 | 15 september
-
-
De „lucht” van deze wereld inademen is dodelijk!
„God [heeft] ú levend gemaakt, ofschoon gij dood waart in uw overtredingen en zonden, waarin gij eens hebt gewandeld . . . overeenkomstig de heerser van de autoriteit der lucht.” — EFEZIËRS 2:1, 2.
1. Waarom is luchtvervuiling dodelijk geworden voor de mensen?
EEN teug frisse lucht! Wat is dit verfrissend voor iemand die zich in een bedompt vertrek heeft opgehouden! Maar zelfs in de vrije natuur vormt vervuiling een groot probleem in deze tijd. De concentraties van giftige substanties die in de lucht zijn gespuid, hebben in veel landen alarmerende niveaus bereikt. Giftige dampen, radioactief stof, ziektekiemen en bepaalde virussen vinden alle hun weg door de lucht. De levenonderhoudende lucht, waarin onze Schepper zo royaal heeft voorzien, wordt ten gevolge van ’s mensen hebzucht en onverschilligheid steeds dodelijker.
2. Welke verontreinigde „lucht” is gevaarlijker dan de vervuilde lucht die wij misschien inademen?
2 Hoe gevaarlijk luchtvervuiling ook is, toch is er een nog dodelijker soort vervuilde „lucht”. Het is geen lucht die verontreinigd is door het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (USSR) en ook is het niet de met smog bezwangerde lucht boven Los Angeles (Californië, VS). Nee, wij verkeren in gevaar nog veel dodelijker „lucht” in te ademen. De apostel Paulus had het hierover toen hij aan medechristenen zei: „God [heeft] ú levend gemaakt, ofschoon gij dood waart in uw overtredingen en zonden, waarin gij eens hebt gewandeld overeenkomstig het samenstel van dingen van deze wereld, overeenkomstig de heerser van de autoriteit der lucht, de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid.” — Efeziërs 2:1, 2.
3, 4. (a) Wie is „de heerser van de autoriteit der lucht”? (b) Waarom is de „lucht” van Efeziërs 2:1, 2 niet de verblijfplaats van de demonen?
3 Wat is deze „lucht”? Paulus laat zien dat die „lucht” „autoriteit” of macht heeft en onder een „heerser” staat. Er bestaat geen twijfel over de vraag wie deze heerser is. Hij is Satan de Duivel, degene die door Jezus Christus „de heerser van deze wereld” werd genoemd (Johannes 12:31). In het besef hiervan denken sommige bijbelgeleerden dat Paulus zijn gedachte ontleent aan joodse of heidense bronnen en met de lucht doelde op de verblijfplaats van de demonen, die onder de heerschappij van de Duivel staan. In veel bijbelvertalingen komt deze zienswijze tot uiting. Doch deze „lucht” is niet hetzelfde als „de hemelse gewesten” waarin „de goddeloze geestenkrachten” verblijf houden. — Efeziërs 6:11, 12.
4 Toen Paulus aan de christenen in Éfeze schreef, waren Satan en de demonen nog steeds in de hemel, ofschoon zij niet Gods gunst genoten. Zij moesten nog uit de hemel naar de omgeving van de aarde geworpen worden (Openbaring 12:7-10). Bovendien houdt lucht meer verband met mensen dan met geestelijke schepselen. Derhalve zou de mensenmaatschappij er de gevolgen van ondervinden wanneer de laatste schaal van Gods toorn op „de lucht” zou worden uitgegoten. — Openbaring 16:17-21.
5. Wat is de „lucht” waarover wij het hier hebben, en welke invloed oefent die op mensen uit?
5 Het schijnt dus zo te zijn dat Paulus de letterlijke lucht of atmosfeer gebruikt ter illustratie van de algemene geest of overheersende houding van zelfzucht en ongehoorzaamheid die wordt weerspiegeld door mensen die van God vervreemd zijn. Ze komt overeen met „de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid” en „de geest van de wereld” (Efeziërs 2:2; 1 Korinthiërs 2:12). Net zoals de letterlijke lucht overal om ons heen is, gereed om ingeademd te worden, zo is ook „de geest van de wereld” altijd aanwezig. Van kindsbeen af tot aan het graf toe doortrekt, beïnvloedt en vormt deze geest de denk- en handelwijze van de mensen terwijl zij hun verlangens, verwachtingen en ambities trachten te verwezenlijken.
6. (a) Hoe wordt de kracht van de „lucht” van deze wereld versterkt, en hoe oefent ze „autoriteit” uit? (b) Hoe kan iemand er door het inademen van deze „lucht” toe gebracht worden de opstandige handelwijze van de Duivel na te bootsen?
6 Deze geest van zondigheid en opstand heeft in de onvolmaakte mensenmaatschappij de overhand. Terwijl deze „lucht” wordt ingeademd, wordt de dodelijke kracht ervan versterkt door druk van de zijde van leeftijdgenoten en collega’s en een steeds toenemende begeerte naar zingenot. Aldus oefent ze onmiskenbare „autoriteit” over mensen uit. (Vergelijk Romeinen 6:12-14.) De Duivel is natuurlijk degene uit wie alles wat goddeloos is, voortspruit (Johannes 8:44). Derhalve brengt hij mensen onder zijn invloed om hen ertoe te bewegen zijn opstandige handelwijze na te bootsen en daardoor is hij de inspirator van deze gemeenschapsgeest of „lucht” en vormt en beheerst die. Als de „heerser” over deze sinistere macht of „autoriteit” gebruikt Satan die om de denkwijze van mensen te beheersen. De bestanddelen ervan hebben ten doel dat mensen zo in beslag genomen worden door het bevredigen van vleselijke verlangens en het najagen van wereldse belangen dat zij geen tijd of zin hebben om God te leren kennen en zich te onderwerpen aan zijn heilige geest, „de geest die levengevend is” (Johannes 6:63). Zij zijn geestelijk dood.
7. (a) In welk opzicht waren christenen eens „kinderen der gramschap”? (b) Welke verandering vond er plaats toen wij christenen werden?
7 Ook christenen bevonden zich onder de „autoriteit” of heerschappij van deze vervuilde „lucht” voordat zij de waarheid uit Gods Woord leerden kennen en zich naar zijn rechtvaardige maatstaven begonnen te schikken. „Ja, onder hen [wereldse mensen] hebben wij allen ons eens overeenkomstig de begeerten van ons vlees gedragen, doordat wij de dingen deden die het vlees en de gedachten wilden, en wij waren van nature kinderen der gramschap, evenals de overigen.” Maar toen wij christenen werden, hielden wij ermee op de dodelijke „lucht” van deze wereld in te ademen. Wij ’deden de oude persoonlijkheid, die met onze vroegere levenswandel overeenkwam, weg, en deden de nieuwe persoonlijkheid aan die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit’. — Efeziërs 2:3; 4:22-24.
8. Hoe komt onze huidige situatie overeen met die van de natie Israël in de wildernis?
8 Het gevaar bestaat nu dat wij, nadat wij de vervuilde atmosfeer van deze wereld zijn ontvlucht, ertoe verlokt kunnen worden erin terug te keren. Hier staan wij nu, ver in „de tijd van het einde” en op de drempel van de nieuwe wereld (Daniël 12:4). Wij willen de strijd beslist niet opgeven door in dezelfde strikken te geraken als de Israëlieten. Nadat zij op wonderbaarlijke wijze uit Egypte waren bevrijd en bij de grens van het Beloofde Land waren aangekomen, werden duizenden van hen „neergeveld in de wildernis”. Waarom? Omdat sommigen afgodendienaars werden, anderen hoererij bedreven en nog weer anderen Jehovah op de proef stelden door hun gemurmureer en geklaag. Paulus laat krachtig uitkomen welke les wij hieruit moeten trekken door te zeggen: „Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn.” — 1 Korinthiërs 10:1-11.
9. (a) Hoe kunnen wij in de wereld zijn en er toch geen deel van uitmaken? (b) Wat moeten wij zijn om te voorkomen dat wij teruggezogen worden in de dodelijke atmosfeer van de wereld?
9 Met betrekking tot zijn discipelen bad Jezus: „Zij [zijn] geen deel van de wereld . . ., evenals ik geen deel van de wereld ben. Ik verzoek u niet, hen uit de wereld te nemen, maar over hen te waken vanwege de goddeloze” (Johannes 17:14, 15). Jehovah zal ons behoeden, maar hij plaatst geen „omheining” om ons heen en ook beschermt hij ons niet op wonderbare wijze voor de „lucht” van deze wereld (Job 1:9, 10). Wij bevinden ons dus in de moeilijke situatie dat wij in Satans wereld zijn maar er toch geen deel van uitmaken, dat wij omgeven worden door de verontreinigde „lucht” van de wereld maar die toch niet inademen. Wanneer wij wereldse publikaties lezen, naar de tv kijken of naar plaatsen gaan waar amusement wordt geboden, zullen wij waarschijnlijk blootgesteld worden aan de „lucht” van de wereld. Hoewel enig contact met wereldse mensen onvermijdelijk is — op ons werk, op school en in andere opzichten — moeten wij waakzaam zijn ten einde het te vermijden teruggezogen te worden in de dodelijke atmosfeer van deze wereld. — 1 Korinthiërs 15:33, 34.
10, 11. (a) Hoe zou onze aanwezigheid in Jehovah’s geestelijke paradijs vergeleken kunnen worden met het zitten in een „niet roken”-gedeelte van een restaurant? (b) Welke stappen dienen gedaan te worden wanneer wij bemerken dat vleugjes van de „lucht” van deze wereld onze kant op waaien?
10 Wij zouden onze situatie kunnen vergelijken met die in een restaurant waar een gedeelte voor rokers gereserveerd is en een ander gedeelte voor niet-rokers. Als christenen in Jehovah’s geestelijke paradijs bevinden wij ons terecht in het gedeelte voor niet-rokers, ver van de geest van deze wereld vandaan. Stellig zullen wij niet opzettelijk in het gedeelte voor rokers gaan zitten. Dat zou dwaas zijn. Maar wat gebeurt er vaak wanneer wij in het „niet roken”-gedeelte van een restaurant zitten? Welnu, de met rook bezwangerde, verontreinigde lucht drijft in onze richting en wij ademen er vleugjes van in! Wanneer dit gebeurt, vinden wij de vervuilde lucht dan aanlokkelijk? Of gaan wij niet liever zo snel mogelijk ergens anders zitten?
11 Maar wat doet u wanneer vleugjes van de „lucht” van deze wereld uw kant op waaien? Doet u onmiddellijk stappen om deze bedorven invloed te ontlopen? Als u daar blijft en die „lucht” inademt, kunt u er zeker van zijn dat uw denkwijze beïnvloed zal worden. Hoe langer u deze „lucht” inademt, hoe groter de tolerantie wordt die u ten aanzien ervan zult opbouwen. Bovendien zal na verloop van tijd de reuk ervan niet meer zo weerzinwekkend zijn maar aantrekkingskracht bezitten, een stimulerende uitwerking hebben, aangenaam zijn voor het vlees. Het een of andere geheime verlangen dat u met veel strijd heeft proberen te onderdrukken, kan erdoor geprikkeld worden.
12. Wat is er nodig om te vermijden beïnvloed te worden door die bestanddelen van de „lucht” van deze wereld die niet gemakkelijk waargenomen worden?
12 Zoals koolmonoxide, een van de stoffen waardoor de letterlijke lucht verontreinigd wordt, reukloos en smaakloos is, worden ook sommige dodelijke vervuilende stoffen in de „lucht” van deze wereld niet gemakkelijk waargenomen. Het gevaar schuilt derhalve daarin dat wij de ’dodelijke dampen’ misschien pas waarnemen als wij de slechte gevolgen ervan ondervinden. Daarom moeten wij oppassen dat wij niet in een dodelijke valstrik worden geleid door de toegeeflijke houdingen van deze wereld of haar ongehoorzaamheid aan Gods maatstaven van rechtvaardigheid. Paulus moedigde zijn medechristenen ertoe aan „elkaar elke dag [te] . . . vermanen, opdat niemand van u wordt verhard door de bedrieglijke kracht der zonde”. — Hebreeën 3:13; Romeinen 12:2.
Waaruit bestaat de „lucht” van deze wereld?
13. (a) Wat is één bestanddeel van de „lucht” van deze wereld waarvoor wij op onze hoede moeten zijn? (b) Hoe blijkt duidelijk dat deze „lucht” enkele leden van Jehovah’s volk beïnvloed heeft?
13 Welke algemeen voorkomende geesteshoudingen zouden wij vanwege de krachtige invloed van de „lucht” van deze wereld kunnen gaan aannemen zonder ons hier zelfs maar bewust van te zijn? Eén zo’n geesteshouding is de neiging om met immorele dingen te spelen. Wij worden omgeven door de ideeën die deze wereld heeft met betrekking tot seks en moraliteit. Velen zeggen: ’Er is niets op tegen hoererij te bedrijven, kinderen te krijgen zonder getrouwd te zijn en homoseksualiteit te beoefenen. Wij doen alleen maar wat normaal, natuurlijk, is.’ Heeft deze „lucht” of wereldse geest Jehovah’s volk beïnvloed? Jammer genoeg moesten er gedurende het dienstjaar 1986 37.426 personen uit de christelijke gemeente gesloten worden, in de meeste gevallen voor het bedrijven van seksuele immoraliteit. En hierbij is niet inbegrepen het nog grotere aantal dat voor immoraliteit terechtgewezen maar op grond van hun oprechte berouw niet uitgesloten werd. — Spreuken 28:13.
14. Waarom wijken sommige christenen op moreel gebied van de rechte weg af, en welke schriftuurlijke raad verwerpen zij?
14 Wat gebeurt er in het geval van degenen die zwichten voor seksuele immoraliteit? Wanneer de feiten aan het licht komen, blijkt vaak dat zij er weer mee begonnen zijn de dodelijke „lucht” van deze wereld in te ademen. Zij hebben toegelaten dat wereldse opvattingen hen ertoe gebracht hebben hun maatstaven te verlagen. Misschien zijn zij bijvoorbeeld weer naar films gaan kijken waar zij jaren geleden van zouden zijn weggelopen. Wat nog erger is, met behulp van hun video-apparatuur kijken zij thuis misschien naar films die duidelijk ongeschikt zijn voor een christen. Op zo’n wijze met immorele dingen spelen, is lijnrecht in strijd met de schriftuurlijke vermaning: „Laat hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet ter sprake komen, zoals het heiligen past; ook geen schandelijk gedrag noch dwaas gepraat noch ontuchtig gescherts.” — Efeziërs 5:3, 4.
15. Hoe zou verleiding om met seksuele immoraliteit te spelen onopvallend kunnen beginnen?
15 Ja, het kan zijn dat u ieder rechtstreeks voorstel om hoererij te bedrijven, snel van de hand wijst. Maar wat doet u wanneer iemand op het werk of op school met u probeert te flirten, zich te veel lichamelijke vrijpostigheden tracht te veroorloven of u uitnodigt om samen uit te gaan? Vleugjes van de „lucht” van deze wereld waaien aldus uw kant op. Vindt u het eigenlijk wel fijn zo’n aandacht te krijgen, ja, moedigt u er door uw houding toe aan? Uit rapporten van ouderlingen blijkt dat kwaaddoen vaak op zulke onopvallende manieren begint. Een wereldse man zegt misschien tegen een christelijke vrouw: „Wat zie je er vandaag leuk uit!” Dit klinkt haar misschien prettig in de oren, vooral als zij zich wat eenzaam voelt. Wat ernstiger is, sommigen hebben niet verstandig gereageerd op pogingen tot onjuiste handtastelijkheden. Zij hebben de indruk gegeven dat zij er bezwaar tegen maakten maar hebben dit op zo’n halfslachtige manier gedaan dat de wereldse persoon werd aangemoedigd ermee voort te gaan. Wat moet een christelijke vrouw doen indien zulke immorele avances jegens haar blijven aanhouden, gelijk krachtige vleugen vervuilde lucht die in haar richting waaien? Zij dient hem ferm te zeggen dat zij niet gediend is van zijn attenties en daar niet op in zal gaan. Als zij deze „lucht” blijft inademen, zal zij waarschijnlijk steeds minder weerstand gaan bieden. Zij zou ertoe gebracht kunnen worden immoraliteit te bedrijven, zo niet een onverstandig huwelijk aan te gaan. — Vergelijk Spreuken 5:3-14; 1 Korinthiërs 7:39.
16. Wat is er nodig om „een welriekende geur van Christus” te zijn?
16 Wees er daarom snel bij de immorele, dodelijke „lucht” van deze wereld van de hand te wijzen. Word door uw godvruchtige houding en gedrag een welriekende geur voor God in plaats van door de knieën te gaan voor de verleidelijke geur van de wereldse „lucht” en smaad op Jehovah’s naam en organisatie te brengen. Paulus stelde het aldus: „Want voor God zijn wij een welriekende geur van Christus onder hen die gered worden en onder hen die vergaan; voor de laatsten een geur uitgaande van dood tot dood, voor de eersten een geur uitgaande van leven tot leven” (2 Korinthiërs 2:15, 16). Wat doet het ertoe dat velen hun neus optrekken voor de christelijke loopbaan? (1 Petrus 4:1-5) Laat de wereld haar eigen weg maar gaan en de slechte vruchten ervan oogsten in de vorm van uiteengevallen huisgezinnen, onwettige geboorten, door seksueel contact overgedragen ziekten, zoals AIDS, en talloze andere emotionele en fysieke rampspoeden. Niet alleen zal u veel leed bespaard worden maar u zult ook de gunst van God genieten. Bovendien zal uw goede gedrag en de Koninkrijksboodschap die u predikt, ten minste op enkele personen indruk maken en hierdoor zullen zij aangetrokken worden tot de „geur uitgaande van leven tot leven”.
De „lucht” van wereldse stijlen
17. Hoe kan iemands kledingstijl en uiterlijke verzorging onthullen dat hij door de geest van deze wereld beïnvloed is?
17 Nog een aspect van de „lucht” van deze wereld heeft betrekking op kledingstijlen en uiterlijke verzorging. Velen in de wereld kleden zich op zo’n manier dat het hun sexappeal geeft. Zelfs kinderen die nog geen tieners zijn, willen door de sexy make-up die zij gebruiken ouder lijken. Wordt u beïnvloed door deze overal aanwezige „lucht” of wijdverbreide geesteshouding? Is de wijze waarop u zich kleedt erop gericht bij anderen het bloed sneller te laten stromen, hen uit te dagen en op onjuiste wijze de belangstelling van leden van de andere sekse te prikkelen? Indien dit zo is dan speelt u met vuur. Deze „lucht” inademen, zal uw geest van bescheidenheid, uw wens om eerbaar te blijven, verstikken (Micha 6:8). Degenen die een wereldse geest hebben, zullen zich tot u aangetrokken voelen. Uw daden brengen bij hen de boodschap over dat u er klaar voor bent met hen mee te doen aan het bedrijven van immoraliteit. Maar waarom zou u deze richting inslaan en u er door deze „lucht” toe laten verlokken datgene te doen wat kwaad is in Gods ogen?
18. Hoe zullen wij door altijd in gedachte te houden dat wij Jehovah vertegenwoordigen, geholpen worden een juiste kledingstijl en uiterlijke verzorging te kiezen?
18 Om bescheiden te zijn, hoeft onze kleding of uiterlijke verzorging niet van inferieure kwaliteit, slordig en onaantrekkelijk te zijn. Kijk eens hoe netjes de overgrote meerderheid van Jehovah’s Getuigen gekleed gaat en hoe keurig verzorgd zij eruitzien. Zij vermijden de extreme stijlen van deze wereld maar hun verschijning is aantrekkelijk, waarbij zij in gedachte houden dat zij bedienaren zijn die de Soeverein van het universum, Jehovah, vertegenwoordigen. Laat de oude wereld maar kritiek oefenen op hun bescheiden kledingstijl en uiterlijke verzorging. Zij wagen het niet zich er door de opvattingen van deze wereld toe te laten brengen hun christelijke maatstaven te verlagen. „Dit zeg ik daarom en leg daarvan getuigenis af in de Heer,” schreef de apostel Paulus, „dat gij niet langer moet blijven wandelen zoals ook de natiën wandelen in de vruchteloosheid van hun denken . . . Daar zij elk zedelijkheidsbegrip hebben verloren, hebben zij zich overgegeven aan een losbandig gedrag om hebzuchtig allerlei onreinheid te bedrijven” (Efeziërs 4:17-19). Een rijpe christen zal zich bescheiden kleden en niet wandelen zoals de natiën dit doen. — 1 Timótheüs 2:9, 10.
19. Wat is na twee belangrijke bestanddelen van de „lucht” van deze wereld beschouwd te hebben reeds duidelijk geworden met betrekking tot het gevaar van het inademen van die „lucht”?
19 Tot hiertoe hebben wij slechts twee bestanddelen van de „lucht” van deze wereld beschouwd. Maar wij hebben reeds gezien dat deze „lucht” zeer schadelijk is voor de geestelijke gezondheid. In het volgende artikel zullen wij ons bezighouden met andere kenmerken van deze dodelijke „lucht” die de Duivel en zijn stelsel voortdurend in de richting van christenen doen waaien, in de hoop dat zij ervoor zullen zwichten. Het is uitermate belangrijk dat wij deze „lucht” mijden want het in ons opnemen van de geest van deze wereld staat gelijk met het inademen van dodelijke dampen!
-
-
Blijft u onderwerpen aan „de geest die levengevend is”De Wachttoren 1987 | 15 september
-
-
Blijft u onderwerpen aan „de geest die levengevend is”
„Het is de geest die levengevend is; het vlees is volstrekt van geen nut.” — JOHANNES 6:63.
1. (a) Hoe helpt Jehovah zijn volk weerstand te bieden aan de invloed die de „lucht” van deze wereld uitoefent? (b) Hoe zullen wij door het aankweken van de vrucht van Gods geest worden geholpen de juiste geestelijke geneigdheid te bezitten?
INDIEN wij weerstand willen bieden aan de invloed die de „lucht” van deze wereld uitoefent, of aan de geesteshoudingen die erdoor worden aangekweekt, hebben wij de van Jehovah God afkomstige heilige geest dringend nodig (Efeziërs 2:1, 2). Wij hebben ook de bijbel nodig, waarin Gods gedachten staan die onder leiding van de heilige geest opgetekend werden. En wij moeten een nederige christelijke houding bezitten, die wordt voortgebracht door het aankweken van de vrucht van Gods geest — „liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing”. De apostel Paulus drukte ons op het hart: „Blijft door geest wandelen en gij zult in het geheel geen vleselijke begeerte volvoeren. Want het vlees gaat, wat zijn begeerte betreft, in tegen de geest, en de geest tegen het vlees; want deze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij juist de dingen die gij zoudt willen doen, niet doet.” — Galaten 5:16, 17, 22, 23.
2. Hoe steekt datgene wat door Gods geest wordt voortgebracht, sterk af bij de resultaten die het heeft wanneer men zich door „de geest van de wereld” laat leiden?
2 Paulus schreef ook: „Wij [hebben] niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt, opdat wij de dingen zouden weten die ons door God goedgunstig zijn gegeven” (1 Korinthiërs 2:12). De „lucht” of geestesgesteldheid van deze wereld is dodelijk, maar wat God door middel van heilige geest geeft, leidt tot eeuwig leven voor degenen die deze geest aanvaarden. Jezus zei: „Het is de geest die levengevend is; het vlees is volstrekt van geen nut. De woorden die ik tot u heb gesproken, zijn geest en zijn leven” (Johannes 6:63). Aangezien ’het vlees volstrekt van geen nut is’, hebben wij goddelijke hulp nodig om zonde te overwinnen en weerstand te bieden aan de geest van de wereld.
3, 4. (a) Wat is hebzucht, en hoe speelt ’de heerser van de lucht’ in op het vleselijke verlangen naar materiële dingen? (b) In welk opzicht is een hebzuchtig persoon een afgodendienaar?
3 In het vorige artikel hebben wij twee gevaarlijke bestanddelen van de „lucht” van deze wereld besproken — spelen met dingen die immoreel zijn en een onjuiste kledingstijl en uiterlijke verzorging. Maar er zijn vele andere bestanddelen. De atmosfeer van deze wereld is bijvoorbeeld doortrokken van hebzucht, door een intens zelfzuchtig verlangen naar materiële voordelen of materiële dingen. ’De heerser van de lucht’ heeft erop toegezien dat de propaganda van deze wereld en haar reclamecampagnes u een onbevredigd gevoel geven als u geen overvloed van materiële bezittingen hebt. Dit bestanddeel van de „lucht” van de wereld kan u volledig in de ban brengen van de gedachte dat dit de dingen in het leven zijn die werkelijk tellen. Bent u door deze materialistische „lucht” beïnvloed?
4 De bijbel zegt: „Geen hoereerder of onreine of hebzuchtige — hetgeen wil zeggen een afgodendienaar te zijn — [heeft] enig erfdeel . . . in het koninkrijk van de Christus en van God” (Efeziërs 5:5). Merk op dat een hebzuchtige in werkelijkheid een afgodendienaar is. U denkt misschien: ’Ik zal beslist niet zo ver gaan dat ik een afgodendienaar word.’ Maar wat is afgoderij? Komt het er niet op neer dat men iets anders in de plaats van Jehovah en zijn aanbidding stelt, door daar aandacht aan te schenken in plaats van aan God en aan zijn dienst? Bij hebzucht kan de werkelijke aanbidding van geld en de macht en invloed ervan betrokken zijn. Indien u de aanschaf van een nieuwe auto, een videocassette-recorder of welk ander materieel bezit maar ook belangrijker vindt dan het uitbreiden van uw gelegenheden in Jehovah’s dienst geeft u er dan geen blijk van dat de „lucht” van deze wereld een nadelige invloed op u uitoefent? Worden materiële dingen dan geen afgoden voor u?
5. In welke opzichten is de „lucht” van deze wereld doortrokken van het zelfzuchtige verlangen naar rijkdom?
5 Indien u een hogere opleiding of een winstgevende baan nastreeft, doet u dit dan om rijk te worden en meer materiële voordelen te genieten dan u nodig hebt? Wordt u geïntrigeerd door projecten om snel rijk te worden en wilt u daarin betrokken raken? De „lucht” van deze wereld is doortrokken van het zelfzuchtige verlangen naar rijkdom en van de geest van belastingontduiking. Zo’n atmosfeer vormt het juiste klimaat voor gokken en soortgelijke activiteiten. Laat u niet in verzoeking brengen. Zij die de invloed van deze met hebzucht bezwangerde „lucht” van deze wereld mijden, bemerken dat waar geluk voortspruit uit het feit dat zij tevreden zijn met de noodzakelijke dingen van het leven en de eerste plaats toekennen aan Koninkrijksbelangen. — Matthéüs 6:25-34; 1 Johannes 2:15-17.
Een juist gebruik van de tong
6. Welke invloed kunnen de spreekgewoonten van deze wereld op ons als christenen hebben?
6 Hoe staat het met onze spreekgewoonten? Schunnige taal, boze woorden, liegen — de „lucht” van deze wereld is grondig vervuild door zulke bedorven spraak. Ja, zelfs de taal van enkelen die met de christelijke gemeente verbonden zijn, is af en toe door grofheid gekenmerkt, ja, is soms op het vulgaire af. De discipel Jakobus geeft ons krachtig te verstaan: „Uit dezelfde mond komt zegen en vloek voort. Het is niet juist, mijn broeders, dat deze dingen zo blijven geschieden. Een bron doet toch niet uit dezelfde opening het zoete en het bittere opborrelen?” (Jakobus 3:10, 11) Hebt u wat van het jargon of de schuttingtaal van deze wereld overgenomen? Hebt u een dubbele woordenschat, een die u onder christenen bezigt en een die u elders gebruikt? Paulus schreef: „Laat geen verdorven woord uit uw mond voortkomen, maar elk woord dat goed is tot opbouw waar het nodig is, opdat daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor de hoorders” (Efeziërs 4:29). Wat is het toch belangrijk dat wij altijd juiste, reine spraak bezigen!
7. Wat omvat het ’wegdoen van onwaarheid en het spreken van de waarheid’?
7 Wij moeten ook zorgvuldig opletten dat wij altijd de waarheid spreken. Wanneer wij niet rechtdoorzee zijn of anderen opzettelijk misleiden ten einde het te vermijden ergens de verantwoordelijkheid voor te moeten dragen, komt dit in werkelijkheid neer op liegen. Sla dus beslist acht op Paulus’ raad: „Nu gij daarom onwaarheid hebt weggedaan, spreekt waarheid, een ieder van u met zijn naaste, want wij zijn leden die elkaar toebehoren.” — Efeziërs 4:25; Spreuken 3:32.
8. (a) Hoe handelen veel wereldse mensen wanneer zij geërgerd zijn? (b) Wat moeten wij doen indien wij tot woede geprikkeld worden?
8 Onbeteugeld lucht geven aan woede is nog een kenmerk van de geest van deze wereld. Veel wereldse mensen verliezen gemakkelijk hun zelfbeheersing. Zij ontploffen en verontschuldigen zich daarna door te zeggen dat zij alleen maar stoom hebben afgeblazen. Maar dit is niet de raad die Paulus gaf, want hij schreef: „Alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat worde uit uw midden weggenomen, evenals alle slechtheid” (Efeziërs 4:31). Maar als wij nu boosheid in ons voelen opkomen ondanks dat wij zelfbeheersing en andere vruchten van Gods geest aankweken? „Weest toornig en zondigt toch niet”, schreef Paulus. „Laat de zon niet ondergaan terwijl gij in een geërgerde stemming verkeert, en staat ook de Duivel geen plaats toe” (Efeziërs 4:26, 27). Indien wij dus tot woede geprikkeld worden, dienen wij de zaak snel in orde te brengen, voordat de dag geëindigd is. Anders beginnen bitterheid en wrok wortel te schieten in ons hart, en het is moeilijk die dingen er weer radicaal uit te verwijderen. Laat niet toe dat u de van toorn vervulde, wraakzuchtige „lucht” van deze wereld inademt! — Psalm 37:8.
9. Wat zijn enkele houdingen die heel algemeen zijn onder werknemers, en waarom dienen wij onze werkgewoonten onder de loep te nemen?
9 Hoe staat het met uw werkgewoonten? De kantjes er aflopen op het werk en dingen stelen van een werkgever zijn tegenwoordig heel gewoon. Hebt u wat van deze „lucht” ingeademd? Bent u een beetje aangestoken door de ’iedereen doet het’-houding? Vergeet nooit dat de wijze waarop wij als christenen ons werk verrichten, een gunstig of ongunstig licht op Jehovah en zijn ware aanbidding werpt. Zou u graag willen dat de wijze waarop u zich op het werk gedraagt, voor iemand een reden kan vormen om de waarheid die hem door een van Jehovah’s Getuigen aan zijn deur wordt gebracht, van de hand te wijzen? „Wie steelt, stele niet meer,” zei Paulus, „maar laat hij liever hard werken . . . opdat hij iets aan een behoeftige kan uitdelen.” — Efeziërs 4:28.
10. Hoe kunnen wij door de wijze waarop wij ons werelds werk verrichten, tonen dat wij niet beïnvloed zijn door de zelfzuchtige „lucht” van deze wereld?
10 Hoewel de meester-slaafverhouding die in de eerste eeuw bestond tegenwoordig zeldzaam is, kunnen christelijke werknemers lering trekken uit wat Paulus in Efeziërs 6:5-8 aan christelijke slaven schreef. Daar werd werkers op het hart gedrukt ’gehoorzaam te zijn aan degenen voor wie zij werkten, niet louter als mensenbehagers, maar als Christus’ slaven’. Een christen moet dus nooit via slinkse wegen proberen het te vermijden een volle dagtaak te verrichten of trachten eronderuit te komen beloofde goederen of diensten te verschaffen. Indien wij dingen „als voor Jehovah” doen, zullen wij de juiste houding bezitten en niet beïnvloed worden door de zelfzuchtige, luie „lucht” van deze wereld.
Voedsel, sterke drank en amusement
11. Hoe werden sommige leden van Jehovah’s volk in bijbelse tijden beïnvloed door een wereldse houding ten opzichte van voedsel en sterke drank?
11 Heeft de wijze waarop de wereld een onmatig gebruik maakt van voedsel en sterke drank u beïnvloed? Hun houding is ’eet, drink en wees vrolijk, want morgen sterven wij misschien’ (1 Korinthiërs 15:32). En sinds oude tijden heeft deze geest zelfs enkelen van Gods dienstknechten beïnvloed. Denk maar eens aan wat er voorviel in de wildernis toen de Israëlieten gingen ’zitten om te eten en te drinken en zij voorts opstonden om zich te vermaken’ (Exodus 32:6). Dat „vermaken” leidde tot teugelloos losbandig gedrag en afgoderij, zodat Gods toorn tegen hen ontbrandde. Laten wij die handelwijze nooit volgen. — 1 Petrus 4:3-6.
12. Wat dienen wij te doen indien het nodig is aandacht te besteden aan onze eet- en drinkgewoonten?
12 Jehovah heeft ons een enorme verscheidenheid van smakelijke, kleurrijke en voedzame spijzen en dranken gegeven, maar hij wil dat wij er met mate van gebruiken. Vraatzucht en dronkenschap worden veroordeeld in de bijbel (Spreuken 23:20, 21). Wees dus eerlijk en vraag uzelf af: Is er ruimte voor verbetering wat mijn eet- en drinkgewoonten betreft? Indien het noodzakelijk is dat u grotere zelfbeheersing aan de dag legt, erken dit dan en handel in overeenstemming met uw gebeden waarin u God vraagt u door middel van zijn geest te helpen dit probleem te overwinnen. „Bedrinkt u ook niet aan wijn, waarin losbandigheid is, maar blijft vervuld worden met geest”, zei Paulus (Efeziërs 5:18). Ja, wordt vervuld met Gods geest en zwicht niet voor de teugelloze geest van deze wereld! „Hetzij gij daarom eet of drinkt of iets anders doet, doet alle dingen tot Gods heerlijkheid” (1 Korinthiërs 10:31). Indien u echter hardnekkige problemen op dit terrein hebt, roep dan de hulp in van geestelijk rijpe mannen in de gemeente. — Galaten 6:1; Jakobus 5:14, 15.
13. (a) Waaruit blijkt duidelijk dat de Duivel veel van het tegenwoordig beschikbare amusement heeft verdorven? (b) Hoe kunnen wij de geesteshouding van deze wereld ten aanzien van amusement uit de weg gaan?
13 Deze wereld is heel erg verslaafd aan sport, muziek en verscheidene vormen van amusement. Tenzij er schriftuurlijke beginselen door worden geschonden, is het niet noodzakelijkerwijs fout van zulke dingen te genieten. Maar het probleem is dat Satan, „de heerser over het machtsgebied van de lucht”, veel van het tegenwoordig beschikbare amusement verdorven heeft (Efeziërs 2:2, Willibrordvertaling). Vaak wordt immoraliteit gepropageerd, geweld vergoelijkt en wordt bedrog, fraude en zelfs moord als heel succesvol afgeschilderd. Wanneer wij naar zulk amusement kijken, ademen wij deze geesteshoudingen met diepe teugen in en de giftige uitwerking ervan zal ons beslist schaden. Bovendien is het zo dat ook al zouden enkele vormen van amusement niet schriftuurlijk laakbaar zijn, het gevaar bestaat dat wij eraan verslaafd raken zodat er weinig tijd voor geestelijke dingen overblijft. Wij moeten dus selectief zijn. Neem er de tijd voor met mate te genieten van wat gezonde en nuttige ontspanning maar vermijd het de excessen van de wereld na te bootsen. Of de „lucht” van deze wereld nu een heerlijke of een onaangename geur verspreidt, ze is vervuild en dodelijk! — Spreuken 11:19.
Raciale trots — een boze wind
14. Hoe kunnen wij met betrekking tot maatschappelijke problemen door de „lucht” van deze wereld beïnvloed worden?
14 Een nogal subtiel bestanddeel van de „lucht” van deze wereld is raciale en nationale trots. Sommigen propageren het foutieve denkbeeld dat bepaalde rassen superieur zijn en andere inferieur. Het nationalisme moedigt mensen ertoe aan hun geboorteland als superieur aan alle andere landen te beschouwen. In werkelijkheid lijden velen nodeloos en wordt hun fundamentele mensenrechten en de noodzakelijke levensbehoeften ontzegd vanwege de zelfzucht en het vooroordeel van anderen. Wrok, en zelfs geweld, is er het resultaat van. Velen komen in opstand en in het vertrouwen dat zij maatschappelijke problemen op hun eigen manier kunnen oplossen, gaan zij eigen rechter spelen. Ook wij kunnen volkomen opgaan in deze denkbeelden. Indien wij niet voorzichtig zijn, kunnen wij, wanneer wij onrechtvaardigheden waarnemen of er het slachtoffer van worden en dan luisteren naar personen die op sociale veranderingen aandringen, beïnvloed worden. Wij zouden onze neutrale positie kunnen gaan prijsgeven en partij kiezen (Johannes 15:19). En wat nog ernstiger is, wij zouden ons ertoe kunnen laten verleiden bij stakingen ook te gaan posten en campagne te voeren, of wij zouden onze toevlucht kunnen gaan nemen tot geweld ten einde veranderingen te forceren.
15. Welke handelwijze beveelt de bijbel aan wanneer wij de neiging voelen opkomen ’onszelf te wreken’?
15 De geest van een gemeente kan nadelig beïnvloed worden door raciale of nationalistische gevoelens. (Vergelijk Handelingen 6:1-7.) Maar wij zullen de juiste geest bezitten indien wij acht slaan op de raad: „Zijt indien mogelijk, voor zover het van u afhangt, vredelievend jegens alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar geeft plaats aan de gramschap; want er staat geschreven: ’Aan mij is de wraak; ik wil vergelden, zegt Jehovah’” (Romeinen 12:18, 19). Aangezien alle mensenrassen uit het eerste mensenpaar zijn voortgekomen en God niet partijdig is, is er in de christelijke gemeente geen plaats voor raciale of nationale trots. — Handelingen 10:34, 35; 17:26; Romeinen 10:12; Efeziërs 4:1-3.
Blijf levengevende „lucht” inademen
16. Wat zal ons helpen te voorkomen dat wij door de geest van deze wereld beïnvloed worden?
16 Wij hebben de belangrijkste dodelijke bestanddelen van de „lucht” of de geest van deze wereld besproken. Deze „lucht” omgeeft ons en oefent zo’n druk uit dat indien wij toelaten dat er zich een vacuüm in onze geestelijke gezindheid ontwikkelt, deze bedorven „lucht” met kracht naar binnen wordt gezogen om het vacuüm op te vullen. Of wij met succes weerstand zullen bieden aan deze bedorven „lucht” wordt grotendeels bepaald door de diepte van onze liefde voor wat zuiver, rein en rechtvaardig is en de intensiteit van onze haat voor wat onzuiver, onrein en goddeloos is. Wij zullen de juiste „lucht” blijven inademen indien wij als reactie op de leiding van Jehovah’s heilige geest de juiste geestesgesteldheid blijven aankweken. — Romeinen 12:9; 2 Timótheüs 1:7; Galaten 6:7, 8.
17. Wat moet er onmiddellijk gedaan worden als wij bemerken dat er iets van de „lucht” van deze wereld onze kant uit waait?
17 Laat het toch in elk geval nooit zover komen dat iets van de bedorven „lucht” van deze wereld een aangename reuk voor u krijgt. De heerser van deze „lucht” weet precies wat nodig is om te appelleren aan de zintuigen en een begeerte in ons te doen ontvlammen die vaak tot zonde leidt (Jakobus 1:14, 15). Blijf in het „niet roken”-gedeelte, Jehovah’s geestelijke paradijs. Wanneer u bemerkt dat een vleugje „lucht” van deze wereld uw kant uit waait, ga het dan uit de weg. Keer u ervan af zoals u dodelijk gif zou mijden. „Ziet er daarom nauwlettend op toe hoe gij wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen, de gelegen tijd voor uzelf uitkopend, omdat de dagen goddeloos zijn. Wordt daarom niet langer onredelijk, maar blijft inzien wat de wil van Jehovah is.” — Efeziërs 5:15-17.
18. Wat zal de geest zijn van degenen die het voorrecht hebben op de gereinigde aarde te leven?
18 Het is Gods wil dat wij hem als rechtschapenheidbewaarders dienen. Dit zal leven in zijn nieuwe samenstel betekenen, dat nu heel dichtbij is. Wat zal het dan heerlijk verkwikkend zijn een teug lucht op te snuiven! Daarin zullen geen dodelijke verontreinigende stoffen zitten maar het zal zuivere, levenonderhoudende lucht zijn. Zo zal het met de letterlijke lucht zijn gesteld en, wat belangrijker is, met de geest van degenen die het voorrecht hebben op de gereinigde aarde te leven. Zij zullen een gehoorzame, nederige en ontvankelijke geesteshouding hebben. De „lucht” van deze oude wereld, die bezwangerd is met opstandige, verdorven en goddeloze invloeden, zal verdwenen zijn. — Openbaring 21:5-8.
19. Wie zullen Jehovah’s nieuwe samenstel levend binnengaan?
19 Wanneer Jehovah te Armageddon zowel aan verontreiniging als aan de verontreinigers een einde maakt, willen wij ons stellig niet onder degenen bevinden die de „lucht” van dit samenstel inademen. Wat een verademing zal het zijn als de oude wereld verdwenen is en ’de heerser van de lucht’ in de afgrond is opgesloten! Iedereen die Jehovah liefheeft en blijft liefhebben wat rein, fatsoenlijk en rechtvaardig is, zal in die wereld mogen leven. Jehovah wil hen daar hebben en zal hen door middel van zijn geest helpen. Hij zal hun eeuwig leven in een rein, gezond nieuw samenstel geven. Laten wij ervoor zorgen dat dit voorrecht ons niet ontgaat doordat wij de dodelijke „lucht” van dit oude samenstel inademen!
-