-
Schrift, DeInzicht in de Schrift, Deel 2
-
-
Christus en de apostelen beriepen zich op deze geschriften. Jezus Christus en de schrijvers van de christelijke Geschriften gebruikten dikwijls het woord graʹfe wanneer zij de geschriften van Mozes en de profeten als ondersteuning van hun leer of hun werk aanvoerden, omdat deze geschriften door God waren geïnspireerd. Veelvuldig werden deze Hebreeuwse geschriften in hun geheel aangeduid als de „Schriften” (Mt 21:42; 22:29; Mr 14:49; Jo 5:39; Han 17:11; 18:24, 28). Soms werd het enkelvoud „Schrift” gebruikt wanneer een bepaalde tekst als onderdeel van de gezamenlijke Hebreeuwse Geschriften werd aangehaald (Ro 9:17; Ga 3:8). Naar één enkele tekst werd ook wel verwezen als een „schriftplaats” in de zin van een gezaghebbende verklaring (Mr 12:10; Lu 4:21; Jo 19:24, 36, 37). In 2 Timotheüs 3:16 en 2 Petrus 1:20 verwijzen respectievelijk Paulus en Petrus klaarblijkelijk zowel naar de geïnspireerde Hebreeuwse als naar de Griekse Geschriften met het woord „Schrift”. Petrus rekent in 2 Petrus 3:15, 16 de brieven van Paulus tot de „Schriften”.
-
-
Schrift, DeInzicht in de Schrift, Deel 2
-
-
Onontbeerlijk voor christenen. Daar Jezus Christus zich voortdurend op de Hebreeuwse Geschriften beriep om zijn leer te ondersteunen, is het belangrijk dat ook zijn volgelingen daar niet van afwijken. De apostel Paulus beklemtoont hoe waardevol en onontbeerlijk deze geschriften zijn met de woorden: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust voor ieder goed werk.” — 2Ti 3:16, 17.
-