-
Laten wij tot het soort behoren dat geloof heeftDe Wachttoren 1999 | 15 december
-
-
Een passend gebruik van Gods Woord
6. Uit welke bron deed Paulus een aanhaling toen hij de in Hebreeën 10:38 opgetekende woorden schreef?
6 Paulus bouwde ook geloof in zijn medegelovigen op door zijn vaardig gebruik van de Schrift. Zo schreef hij: „’Maar mijn rechtvaardige zal wegens geloof leven’ en ’indien hij terugdeinst, heeft mijn ziel geen behagen in hem’” (Hebreeën 10:38). Paulus haalde hier de profeet Habakuk aan.a Deze woorden waren waarschijnlijk bekend bij Paulus’ lezers, Hebreeuwse christenen, die de profetische boeken heel goed kenden. Wanneer wij beschouwen welk doel hij voor ogen had — het geloof van christenen die zich omstreeks het jaar 61 G.T. in en nabij Jeruzalem bevonden te versterken — was het voorbeeld van Habakuk passend gekozen. Waarom?
7. Wanneer tekende Habakuk zijn profetie op, en wat waren destijds de omstandigheden in Juda?
7 Kennelijk schreef Habakuk zijn boek iets meer dan twee decennia voor de verwoesting van Jeruzalem in 607 v.G.T. In een visioen zag de profeet dat de Chaldeeën (of Babyloniërs), een „bittere en onstuimige natie”, zich op Juda stortten en Jeruzalem verwoestten, waarbij zij mensen en natiën verzwolgen (Habakuk 1:5-11). Maar zo’n rampspoed was al vanaf Jesaja’s tijd, meer dan een eeuw voordien, voorzegd. In Habakuks tijd volgde Jojakim de goede koning Josia op, en opnieuw tierde slechtheid welig in Juda. Jojakim vervolgde en vermoordde zelfs degenen die in Jehovah’s naam spraken (2 Kronieken 36:5; Jeremia 22:17; 26:20-24). Het is dan ook geen wonder dat de gekwelde profeet Habakuk uitriep: „Hoe lang, o Jehovah?” — Habakuk 1:2.
8. Waarom zou Habakuks voorbeeld nuttig blijken te zijn voor christenen in de eerste eeuw en in deze tijd?
8 Habakuk wist niet hoe nabij de verwoesting van Jeruzalem was. Insgelijks wisten de eerste-eeuwse christenen niet wanneer het joodse samenstel van dingen zou eindigen. Ook thans weten wij niet ’dag en uur’ waarop Jehovah’s oordeel over dit goddeloze samenstel zal komen (Mattheüs 24:36). Laten wij dus Jehovah’s tweevoudige antwoord aan Habakuk beschouwen. Ten eerste verzekerde hij de profeet dat het einde precies op tijd zou komen. „Het zal niet te laat komen”, zei God, ook al zou het van menselijk standpunt uit bezien ogenschijnlijk op zich laten wachten (Habakuk 2:3). Ten tweede herinnerde Jehovah Habakuk aan het volgende: „Wat de rechtvaardige betreft, door zijn getrouwheid zal hij blijven leven” (Habakuk 2:4). Wat een schitterende, eenvoudige waarheden! Het belangrijkste is niet wanneer het einde komt, maar of wij een leven van geloof blijven leiden.
9. Hoe bleven gehoorzame dienstknechten van Jehovah door hun getrouwheid in leven (a) na 607 v.G.T.? (b) in 66 G.T.? (c) Waarom is het uitermate belangrijk dat wij ons geloof versterken?
9 Toen Jeruzalem in 607 v.G.T. werd geplunderd, zagen Jeremia, zijn secretaris Baruch, Ebed-Melech en de loyale Rechabieten de waarheid van Jehovah’s belofte aan Habakuk. Zij ’bleven leven’ door aan de verschrikkelijke verwoesting van Jeruzalem te ontkomen. Waarom? Jehovah beloonde hun getrouwheid (Jeremia 35:1-19; 39:15-18; 43:4-7; 45:1-5). Insgelijks moeten de eerste-eeuwse Hebreeuwse christenen goed op Paulus’ raad hebben gereageerd, want toen de Romeinse legers in 66 G.T. Jeruzalem aanvielen en vervolgens om onverklaarbare reden wegtrokken, sloegen die christenen getrouw acht op Jezus’ waarschuwing om te vluchten (Lukas 21:20, 21). Zij bleven wegens hun getrouwheid leven. Evenzo zullen wij blijven leven als wij getrouw worden bevonden wanneer het einde komt. Wat een uiterst belangrijke reden om nu ons geloof te versterken!
-
-
Laten wij tot het soort behoren dat geloof heeftDe Wachttoren 1999 | 15 december
-
-
a Paulus citeerde de weergave van Habakuk 2:4 uit de Septuaginta, die ook de zinsnede bevat: „Indien iemand terugdeinst, heeft mijn ziel geen behagen in hem.” Deze bewoordingen staan in geen enkel voorhanden zijnd Hebreeuws handschrift. Sommigen hebben geopperd dat vroegere Hebreeuwse handschriften die niet meer bestaan als basis voor de Septuaginta hebben gediend. Hoe het ook zij, Paulus heeft ze hier onder de invloed van Gods heilige geest opgenomen. Ze hebben daarom goddelijk gezag.
-