-
Christus’ actieve leiderschap in deze tijdDe Wachttoren 1987 | 1 augustus
-
-
Opzieners in de rechterhand van Christus
8, 9. (a) Welk visioen kreeg de apostel Johannes? (b) Wat werd door de zeven lampestandaarden en de zeven sterren afgebeeld?
8 De apostel Johannes, een lid van het besturende lichaam van de vroege christelijke gemeente, kreeg een visioen waarin hij „zeven gouden lampestandaarden [zag], en in het midden van de lampestandaarden iemand gelijk een mensenzoon . . . En in zijn rechterhand had hij zeven sterren.” Jezus Christus legde Johannes uit: „Wat het heilige geheim betreft van de zeven sterren die gij op mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden lampestandaarden: De zeven sterren betekenen de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven lampestandaarden betekenen zeven gemeenten.” — Openbaring 1:12-20.
9 In een commentaar over dit schriftgedeelte zegt het boek ’Dan is Gods mysterie voleindigd’: „Zijn dit onzichtbare ’engelen’? Neen. De apostel Johannes ontving de hele Openbaring van Jezus Christus door bemiddeling van een hemelse engel, en het zou onredelijk zijn wanneer hij zou terugschrijven aan engelen in de hemel, in de onzichtbare rijken. Zij hebben de boodschappen niet nodig die aan de zeven gemeenten in Asia werden geschreven. De grondbetekenis van de titel ’engel’ is ’boodschapper; iemand die een boodschap brengt’. . . . Daar deze zeven symbolische sterren op Jezus’ rechterhand worden gezien, bevinden ze zich onder zijn hoede en toezicht en onder zijn leiding, terwijl zijn ’rechterhand’ van aangewende macht ze kan leiden en beschermen. . . . Daar de ’zeven lampestandaarden’ in de in het visioen getoonde ’dag des Heren’ al de ware christelijke gemeenten in deze tegenwoordige, werkelijke ’dag des Heren’ sinds 1914 G.T. afbeeldden, symboliseren de ’zeven sterren’ alle door de geest verwekte, gezalfde, met engelen te vergelijken opzieners van die gemeenten in deze tijd.”b — Blz. 118-121.
10. Welke toegenomen „bezittingen” zijn aan de zorg van de slaaf toevertrouwd?
10 Deze gezalfde opzieners in Christus’ rechterhand maken allen deel uit van de collectieve „slaaf” die Hij „over al zijn bezittingen” heeft aangesteld. Omdat de Meester van de slaaf sinds 1914 zelf met grotere verantwoordelijkheden bekleed is, moeten er bij „al zijn bezittingen” veel meer dingen voor de slaaf betrokken zijn dan in het verleden. Onder andere zijn de leden van het overblijfsel als „gezanten die optreden in de plaats van Christus” nu gezanten van een regerende Koning die heerschappij voert over een opgericht Koninkrijk (2 Korinthiërs 5:20). Zij zijn met de verantwoordelijkheid belast over alle op aarde aanwezige geestelijke dingen die de Meester toebehoren. Zij moeten dienst verrichten in vervulling van de profetieën die betrekking hebben op de tijd sinds de oprichting van het Koninkrijk. Dit omvat het prediken van „dit goede nieuws van het koninkrijk . . . op de gehele bewoonde aarde . . . tot een getuigenis” (Matthéüs 24:14). Meer dan ooit tevoren moeten zij ermee voortgaan „discipelen van mensen uit alle natiën” te maken, door welke activiteit de niet in aantal gespecificeerde „grote schare” wordt bijeengebracht (Matthéüs 28:19, 20; Openbaring 7:9). Ja, deze „begeerlijke dingen van alle natiën” maken deel uit van Christus’ toegenomen „bezittingen” op aarde. — Haggaï 2:7.
11. (a) Welke noodzaak rijst ook door deze toegenomen „bezittingen”? (b) Wie leidt het werk, en op welke wijze?
11 Dit alles betekent meer werk voor de collectieve „slaaf”, een groter terrein van activiteiten, dat zich letterlijk over „de gehele bewoonde aarde” uitstrekt. Ten einde het werk te leiden en lectuur ten behoeve van de prediking en persoonlijke studie te drukken en te verspreiden, is er tevens behoefte aan een groter hoofdbureau en ruimere bijkantoorfaciliteiten. Evenals in de eerste eeuw wordt dit werk verricht onder het actieve leiderschap van Jezus Christus, die zich figuurlijk „in het midden van de lampestandaarden” of gemeenten bevindt. Hij leidt ze door bemiddeling van gezalfde opzieners, die hij symbolisch gesproken „in zijn rechterhand” houdt (Openbaring 1:13, 16). Net zoals in de tijd van de vroege christenen, bestaat het zichtbare Besturende Lichaam van Christus’ gemeente op aarde uit een groep van deze gezalfde opzieners. Zijn „rechterhand” van aangewende macht leidt deze getrouwe mannen in het door hen uitgeoefende toezicht over het Koninkrijkswerk.
-
-
Christus’ actieve leiderschap in deze tijdDe Wachttoren 1987 | 1 augustus
-
-
b De Wachttoren van 1 april 1972 verduidelijkte dit punt verder door te zeggen: „Toen de verheerlijkte Heer, Jezus Christus, over de ’engel’ sprak die door een ster aan de hemel werd gesymboliseerd, doelde hij ongetwijfeld niet op één individuele ouderling, presbyter, opziener of herder, doch op het hele ’lichaam van ouderlingen’. . . . Het ’lichaam van ouderlingen’ (of presbyterium) daar in Éfeze moest dus als een ster optreden door de gemeente waarover de heilige geest hen tot herders had aangesteld, met hemels, geestelijk licht te overstralen.”
-