-
Het oordeel over de beruchte hoerDe Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
-
-
1. Wat onthult één van de zeven engelen aan Johannes?
JEHOVAH’S rechtvaardige toorn moet in volledige mate worden uitgestort — zeven schalen vol! Toen de zesde engel zijn schaal leeggoot op de plaats waar het oude Babylon had gelegen, werd daarmee passend gesymboliseerd hoe Babylon de Grote door een plaag wordt getroffen terwijl de gebeurtenissen in volle vaart op de laatste oorlog afstevenen, de oorlog van Armageddon (Openbaring 16:1, 12, 16). Vermoedelijk is het deze zelfde engel die nu onthult waarom en hoe Jehovah zijn rechtvaardige oordelen voltrekt. Johannes verwondert zich zeer over hetgeen hij vervolgens hoort en ziet: „En één van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: ’Kom, ik zal u het oordeel tonen over de grote hoer, die op vele wateren zit, met wie de koningen der aarde hoererij hebben bedreven, terwijl zij die de aarde bewonen, dronken werden gemaakt van de wijn van haar hoererij.’” — Openbaring 17:1, 2.
2. Waardoor wordt bewezen dat „de grote hoer” (a) niet het oude Rome is? (b) niet de grote zakenwereld is? (c) een religieuze organisatie is?
2 „De grote hoer”! Waarom zo’n afschuwelijke benaming? Wie is zij? Sommigen hebben deze symbolische hoer met het oude Rome vereenzelvigd. Maar Rome was een politieke macht. Deze hoer bedrijft hoererij met de koningen der aarde, tot wie uiteraard ook de koningen van Rome behoren. Bovendien wordt gezegd dat na haar vernietiging „de koningen der aarde” over haar heengaan rouwen. Zij kan dus geen politieke macht zijn (Openbaring 18:9, 10). Aangezien voorts ook de kooplieden der wereld over haar rouwen, kan zij niet de grote zakenwereld afbeelden (Openbaring 18:15, 16). Wij lezen echter dat ’door haar spiritistische praktijken alle natiën werden misleid’ (Openbaring 18:23). Hierdoor wordt het duidelijk dat de grote hoer een wereldomvattende religieuze organisatie moet zijn.
3. (a) Waarom moet de grote hoer iets symboliseren dat groter is dan de Rooms-Katholieke Kerk of zelfs de christenheid in haar geheel? (b) Welke Babylonische leerstellingen worden zowel in de meeste oosterse religies als in de sekten van de christenheid aangetroffen? (c) Wat erkende kardinaal John Henry Newman? (Zie voetnoot.)
3 Welke religieuze organisatie? Is het de Rooms-Katholieke Kerk, zoals sommigen hebben beweerd? Of is het de christenheid in haar geheel? Nee, wil ze alle natiën kunnen misleiden, dan moet ze een organisatie zijn die nog groter is. In werkelijkheid is ze het gehele wereldrijk van valse religie. Dat ze haar oorsprong heeft in de mysteriën van Babylon, blijkt uit het feit dat veel Babylonische leerstellingen en gebruiken algemeen voorkomen in religies over de gehele wereld. Zo wordt bijvoorbeeld het geloof in de inherente onsterfelijkheid van de menselijke ziel, een hel van pijniging en een drieëenheid van goden zowel in de meeste oosterse religies als in de sekten van de christenheid aangetroffen. De valse religie, die meer dan 4000 jaar geleden in de oude stad Babylon ontstond, heeft zich ontwikkeld tot het hedendaagse wangedrocht dat toepasselijk Babylon de Grote wordt genoemd.a Maar waarom wordt ze beschreven met de weerzinwekkende term „de grote hoer”?
4. (a) Op welke manieren bedreef het oude Israël hoererij? (b) Op welke in het oog springende wijze heeft Babylon de Grote hoererij bedreven?
4 Babylon (of Babel, wat „verwarring” betekent) bereikte het toppunt van zijn macht in de tijd van Nebukadnezar. Het was een religieus-politieke staat met meer dan duizend tempels en kapellen. Zijn priesterschap oefende grote macht uit. Hoewel Babylon als wereldmacht al lang niet meer bestaat, leeft het religieuze Babylon de Grote voort, en naar het voorbeeld uit de oudheid tracht ze nog steeds politieke aangelegenheden te beïnvloeden en naar haar hand te zetten. Maar heeft het Gods goedkeuring dat religie zich met de politiek inlaat? In de Hebreeuwse Geschriften werd van Israël gezegd dat het zich prostitueerde wanneer het zich afgaf met valse aanbidding en wanneer het in plaats van op Jehovah te vertrouwen, bondgenootschappen met de natiën aanging (Jeremia 3:6, 8, 9; Ezechiël 16:28-30). Babylon de Grote bedrijft eveneens hoererij. Op in het oog springende wijze heeft ze alles gedaan wat haar dienstig voorkomt om invloed en macht over de heersende koningen der aarde te verwerven. — 1 Timótheüs 4:1.
5. (a) In welke belangstelling koesteren religieuze geestelijken zich graag? (b) Waarom druist een verlangen naar wereldse prominentie lijnrecht in tegen Jezus’ woorden?
5 In deze tijd voeren religieuze leiders vaak een campagne om hoge regeringsposten te bemachtigen, en in sommige landen maken zij deel uit van de regering en bekleden zelfs kabinetszetels. In 1988 stelden twee bekende protestantse geestelijken zich kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten. Leiders in Babylon de Grote staan graag in de publieke belangstelling; dikwijls zijn zij op foto’s in nieuwsverslagen te zien terwijl zij zich onderhouden met vooraanstaande politici. In tegenstelling daarmee schuwde Jezus politieke betrokkenheid en zei hij over zijn discipelen: „Zij zijn geen deel van de wereld, evenals ik geen deel van de wereld ben.” — Johannes 6:15; 17:16; Matthéüs 4:8-10; zie ook Jakobus 4:4.
Hedendaagse „hoererij”
6, 7. (a) Hoe kwam Hitlers nazi-partij in Duitsland aan de macht? (b) Hoe hielp het concordaat Hitler bij zijn opmars naar de wereldheerschappij?
6 Door haar inmenging in de politiek heeft de grote hoer onnoemelijk leed over de mensheid gebracht. Beschouw bijvoorbeeld eens de feiten die ertoe hebben geleid dat Hitler in Duitsland aan de macht kwam — schandelijke feiten, die sommigen graag uit de geschiedenisboeken zouden schrappen. In mei 1924 had de nazi-partij 32 zetels in de Duitse Rijksdag. In mei 1928 was dit teruggelopen tot 12 zetels. In 1930 werd de wereld echter geteisterd door de Grote Depressie; in het kielzog daarvan kregen de nazi’s op ongekende wijze de wind in de zeilen, want bij de Duitse verkiezingen van juli 1932 behaalden zij 230 van de 608 zetels. Spoedig daarna kwam de voormalige rijkskanselier Franz von Papen, begunstigd met een pauselijke ridderorde, de nazi’s te hulp. Volgens geschiedschrijvers had Von Papen visioenen van een nieuw Heilig Rooms Rijk. Zijn eigen korte ambtstermijn als rijkskanselier was op een mislukking uitgelopen, dus hoopte hij nu via de nazi’s aan de macht te komen. Tegen januari 1933 had hij steun voor Hitler verworven van de industriële baronnen, en door sluwe intriges wist hij te bewerkstelligen dat Hitler op 30 januari 1933 rijkskanselier werd. Hijzelf werd tot vice-kanselier benoemd en werd door Hitler gebruikt om zich van de steun van katholieke delen van Duitsland te verzekeren. Binnen twee maanden nadat Hitler aan de macht was gekomen, ontbond hij het parlement, zond duizenden oppositieleiders naar concentratiekampen en begon een openlijke campagne om de joden te onderdrukken.
7 Op 20 juli 1933 trad de belangstelling van het Vaticaan voor de opkomende macht van het nazisme aan het licht toen kardinaal Pacelli (die later paus Pius XII werd) in Rome een concordaat tussen het Vaticaan en nazi-Duitsland tekende. Von Papen tekende het document als Hitlers vertegenwoordiger, en Pacelli verleende Von Papen daar de hoge pauselijke onderscheiding van het Grootkruis van de Piusorde.b In zijn boek Satan in Top Hat schrijft Tibor Koeves hierover en zegt: „Het concordaat was een grote overwinning voor Hitler. Het verleende hem de eerste morele steun die hij van de buitenwereld had ontvangen, en wel van de verhevenste bron.” Het concordaat vorderde dat het Vaticaan zijn steun onttrok aan Duitslands katholieke centrumpartij om aldus Hitlers eenpartijregime of „totalitaire staat” te sanctioneren.c Artikel 14 van het concordaat verklaarde voorts: „De benoemingen van aartsbisschoppen, bisschoppen en dergelijken zullen niet eerder worden bekendgemaakt dan nadat de rijksstadhouder zich er naar behoren van vergewist heeft dat er geen bezwaren van algemeen politieke aard bestaan.” Tegen het einde van 1933 (dat door paus Pius XI tot „Heilig jaar” was uitgeroepen) was de steun van het Vaticaan een belangrijke factor geworden in Hitlers opmars naar de wereldheerschappij.
8, 9. (a) Hoe reageerden zowel het Vaticaan als de Katholieke Kerk en haar geestelijken op de nazi-tirannie? (b) Welke verklaring vaardigden de Duitse katholieke bisschoppen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog uit? (c) Wat hebben de religieus-politieke betrekkingen tot gevolg gehad?
8 Hoewel een handjevol priesters en nonnen tegen Hitlers gruweldaden protesteerde — en daarvoor lijden heeft moeten ondergaan — hebben zowel het Vaticaan als de Katholieke Kerk en haar leger van geestelijken hetzij actieve of stilzwijgende steun verleend aan de nazi-tirannie, die zij beschouwden als een bolwerk tegen het oprukkende wereldcommunisme. Mooi verschanst in het Vaticaan liet paus Pius XII de holocaust over de joden en de wrede vervolgingen van Jehovah’s Getuigen en anderen zonder een woord van kritiek voortgang vinden. Het is ironisch dat paus Johannes Paulus II tijdens een bezoek aan Duitsland in mei 1987 zich lovend uitliet over het standpunt dat één oprechte priester tegen de nazi’s had ingenomen. Wat deden de duizenden andere Duitse geestelijken tijdens Hitlers schrikbewind? Een herderlijk schrijven dat bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 door de Duitse katholieke bisschoppen werd uitgevaardigd, werpt licht op deze kwestie. Het luidt ten dele: „In dit beslissende uur vermanen wij onze katholieke soldaten hun plicht te doen in gehoorzaamheid aan de Führer en bereid te zijn hun algehele individualiteit op te offeren. Wij doen een beroep op de gelovigen zich te verenigen in vurige gebeden en de Goddelijke Voorzienigheid te smeken deze oorlog te zegenen met succes.”
9 Dit soort katholieke diplomatie is tekenend voor de aard van de hoererij die de religie de afgelopen 4000 jaar bedreven heeft door de politieke staat het hof te maken ten einde macht en voordeel te verwerven. Zulke religieus-politieke betrekkingen hebben op grote schaal oorlog, vervolgingen en menselijke ellende in de hand gewerkt. Wat kan de mensheid gelukkig zijn dat Jehovah’s oordeel over de grote hoer ophanden is. Moge dit oordeel toch spoedig voltrokken worden!
Zittend op vele wateren
10. Wat zijn de „vele wateren” waarnaar Babylon de Grote voor bescherming opziet, en wat gebeurt er op het ogenblik mee?
10 Het oude Babylon zat op vele wateren — de Eufraat en tal van kanalen. Deze vormden een bescherming voor de stad en waren tevens een bron van handel die rijkdom opleverde, totdat ze in één nacht opdroogden (Jeremia 50:38; 51:9, 12, 13). Babylon de Grote ziet voor haar bescherming en verrijking eveneens op naar „vele wateren”. Deze symbolische wateren zijn „volken en scharen en natiën en talen”, dat wil zeggen alle miljarden mensen over wie ze heeft geheerst en van wie ze materiële steun heeft genoten. Maar deze wateren drogen ook op, of trekken hun ondersteuning in. — Openbaring 17:15; vergelijk Psalm 18:4; Jesaja 8:7.
11. (a) Hoe „maakte” Babylon uit de oudheid „de gehele aarde dronken”? (b) Hoe heeft Babylon de Grote ’de gehele aarde dronken gemaakt’?
11 Verder werd Babylon uit de oudheid beschreven als „een gouden beker . . . in de hand van Jehovah, want ze maakte de gehele aarde dronken” (Jeremia 51:7). Babylon uit de oudheid dwong naburige natiën de beker van Jehovah’s toorn te drinken toen ze hen door oorlog veroverde, hen zwak makend als dronken mannen. In dat opzicht was ze Jehovah’s werktuig. Babylon de Grote kan eveneens op veroveringen bogen, ja, ze is zelfs een wereldrijk geworden. Maar ze is stellig niet Gods werktuig. In plaats daarvan heeft ze „de koningen der aarde” gediend, met wie ze religieuze hoererij bedrijft. Ze heeft deze koningen bevredigd door haar leugenachtige leerstellingen en in slavernij brengende gebruiken aan te wenden om de mensenmassa, „zij die de aarde bewonen”, zwak te houden als dronken mannen, passief dienstbaar aan haar regeerders.
12. (a) Hoe was een segment van Babylon de Grote in Japan verantwoordelijk voor veel bloedvergieten tijdens de Tweede Wereldoorlog? (b) Hoe zakten in Japan de „wateren” ter ondersteuning van Babylon de Grote, en met welk resultaat?
12 Het sjintoïstische Japan verschaft een treffend voorbeeld hiervan. De geïndoctrineerde Japanse soldaat beschouwde het als de hoogste eer zijn leven te geven voor de keizer — de opperste sjintô-god. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er zo’n 1.500.000 Japanse soldaten gesneuveld; vrijwel zonder uitzondering bezagen zij overgave als oneervol. Maar toen Japan de nederlaag leed, was keizer Hirohito gedwongen afstand te doen van zijn aanspraak op goddelijkheid. Dit resulteerde in een opmerkelijk zakken van de „wateren” die het sjintô-segment van Babylon de Grote ondersteunden — helaas nadat het sjintoïsme het vergieten van emmers bloed op het oorlogstoneel in de Grote Oceaan had gesanctioneerd. Deze verzwakking van de invloed van het sjintoïsme heeft de laatste jaren ook voor meer dan 200.000 Japanners, van wie verreweg de meesten voorheen sjintoïsten en boeddhisten waren, de weg geopend om opgedragen en gedoopte dienaren van de Soevereine Heer Jehovah te worden.
-
-
Het oordeel over de beruchte hoerDe Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
-
-
a De 19de-eeuwse rooms-katholieke kardinaal John Henry Newman wees op de niet-christelijke oorsprong van veel leerstellingen, ceremoniën en gebruiken in de afvallige christenheid, toen hij in zijn Essay on the Development of Christian Doctrine schreef: „Het gebruik van tempels, die aan speciale heiligen zijn opgedragen . . .; wierook, lampen en kaarsen; gelofteoffers bij herstel van een ziekte; wijwater; plaatsen voor asiel; heiligedagen en tijden; het gebruik van kalenders, processies, het zegenen van akkers; priestergewaden, de tonsuur, de trouwring, het keren naar het Oosten, beelden op een later tijdstip, misschien de kerkelijke zang, en het Kyrie eleison [het lied „Heer, ontferm u”] zijn alle van heidense oorsprong en zijn geheiligd door hun opneming in de Kerk.”
In plaats van zulke afgoderij te heiligen, maant „Jehovah, de Almachtige”, christenen aan: „Gaat . . . uit hun midden vandaan en scheidt u af . . . en raakt het onreine niet langer aan.” — 2 Korinthiërs 6:14-18.
-
-
Het oordeel over de beruchte hoerDe Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
-
-
[Kader op blz. 237]
Churchill stelt „hoererij” aan de kaak
In zijn boek The Gathering Storm (1948) vermeldt Winston Churchill dat Hitler Franz von Papen als Duits gezant aan Wenen toewees om „vooraanstaande persoonlijkheden in de Oostenrijkse politiek te ondermijnen of in te palmen”. Churchill citeert de Amerikaanse gezant in Wenen, die over Von Papen gezegd zou hebben: „Op de meest brutale en cynische wijze . . . ging Von Papen ertoe over mij te vertellen dat . . . hij van plan was zijn reputatie van goed katholiek te gebruiken om invloed te krijgen op Oostenrijkers zoals kardinaal Innitzer.”
Nadat Oostenrijk had gecapituleerd en Hitlers stormtroepen in paradepas Wenen waren binnengemarcheerd, beval de katholieke kardinaal Innitzer alle Oostenrijkse kerken de hakenkruisvlag uit te hangen, hun klokken te luiden en voor Adolf Hitler te bidden ter ere van zijn verjaardag.
[Kader op blz. 238]
’OORLOGSGEBED’ VOOR REICH
Onder deze kop verscheen in de eerste editie van The New York Times van 7 december 1941 het volgende artikel:
„Katholieke bisschoppen te Fulda vragen om zegen en overwinning . . . De Conferentie van Duitse katholieke bisschoppen, bijeen in Fulda, deed de aanbeveling een speciaal ’oorlogsgebed’ in te voeren dat aan het begin en einde van alle godsdienstoefeningen opgezegd moet worden. In het gebed wordt de Voorzienigheid gesmeekt de Duitse legers te zegenen met de overwinning, en het leven en de gezondheid van alle soldaten te beschermen. De bisschoppen gaven de katholieke geestelijken verder instructies om ten minste eenmaal per maand in een speciale zondagsdienst de Duitse soldaten ’te land, ter zee en in de lucht’ te gedenken.”
Het artikel werd uit latere edities van de krant geschrapt. De 7de december 1941 was de dag waarop Japan, de bondgenoot van nazi-Duitsland, de Amerikaanse vloot te Pearl Harbor aanviel.
[Kader op blz. 244]
„Lasterlijke namen”
Toen het wilde beest met de twee horens na de Eerste Wereldoorlog de Volkenbond propageerde, trachtten zijn vele religieuze minnaressen onmiddellijk aan dit initiatief een religieuze sanctie te verlenen. Als gevolg hiervan werd de nieuwe vredesorganisatie „vol . . . van lasterlijke namen”.
-