-
Het eerste wee — sprinkhanenDe Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
-
-
13. Hoe zien de sprinkhanen eruit?
13 Wat zien die sprinkhanen er merkwaardig uit! Johannes beschrijft ze: „En de figuren van de sprinkhanen geleken op ten strijde toegeruste paarden; en op hun koppen was iets wat leek op kronen, aan goud gelijk, en hun gezichten waren als mensengezichten, maar zij hadden haar als vrouwenhaar. En hun tanden waren als die van leeuwen, en zij hadden borstharnassen als ijzeren borstharnassen. En het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens van vele paarden die ten strijde snellen.” — Openbaring 9:7-9.
-
-
Het eerste wee — sprinkhanenDe Openbaring — Haar grootse climax is nabij!
-
-
15. Wat wordt in verband met de sprinkhanen aangeduid door (a) hun ijzeren borstharnassen? (b) hun mensengezichten? (c) hun vrouwenhaar? (d) hun tanden als die van leeuwen? (e) het feit dat zij veel rumoer maken?
15 In het visioen hebben de sprinkhanen ijzeren borstharnassen, een symbool van onverbrekelijke rechtvaardigheid (Efeziërs 6:14-18). Zij hebben ook mensengezichten, hetgeen wijst op de hoedanigheid liefde, aangezien de mens geschapen werd naar het beeld van God, die liefde is (Genesis 1:26; 1 Johannes 4:16). Hun haar is lang als vrouwenhaar, een goede afbeelding van onderworpenheid aan hun Koning, de engel van de afgrond. En hun tanden lijken op leeuwetanden. Een leeuw gebruikt zijn tanden om vlees te verscheuren. Vanaf 1919 is de Johannesklasse wederom in staat geweest vast geestelijk voedsel tot zich te nemen, in het bijzonder de waarheden betreffende Gods koninkrijk, dat geregeerd wordt door „de Leeuw die uit de stam Juda is”, Jezus Christus. Zoals de leeuw moed symboliseert, zo heeft het grote moed gevergd deze onverbloemde boodschap te verteren, in publikaties te laten verschijnen en over de gehele aarde te verbreiden. Deze figuurlijke sprinkhanen hebben veel rumoer gemaakt, als „het gedruis van wagens van vele paarden die ten strijde snellen”. Naar het voorbeeld van de eerste-eeuwse christenen zijn zij niet van plan zich stil te houden. — 1 Korinthiërs 11:7-15; Openbaring 5:5.
-