-
Zie naar Jehovah op voor inzichtDe Wachttoren 1989 | 15 maart
-
-
volgens Gods Woord slecht is, en zij trokken zich terug van Jehovah’s organisatie. Wat bedroevend!
21 De omstandigheden van zo iemand worden in Psalm 36:1-3 beschreven, waar wij lezen: „De uitspraak van overtreding is voor de goddeloze in het binnenste van zijn hart.” Dat wil zeggen, zijn eigen zelfzuchtige gedachten en verlangens brengen hem ertoe een overtreding te begaan. „Geen angst voor God staat hem voor ogen”, zo vervolgt de psalmist. „Want hij heeft te glad jegens zichzelf gehandeld in zijn eigen ogen om zijn dwaling te ontdekken ten einde die te haten. De woorden van zijn mond zijn schadelijkheid en bedrog.” En wat heeft dat voor hem tot gevolg? Hij ’houdt op inzicht te hebben om het goede te doen’. In werkelijkheid overtuigt hij zichzelf ervan dat het juist is wat hij doet en hij probeert anderen ertoe te verleiden hem te volgen. Hoe uitermate belangrijk is het dan ook dat wij niet alleen inzicht hebben, maar het ook behoeden door waardering te hebben voor het middel waarvan Jehovah zich bedient om ons in staat te stellen het te verwerven!
-
-
Het inzicht dat Jehovah heeft gegevenDe Wachttoren 1989 | 15 maart
-
-
Het inzicht dat Jehovah heeft gegeven
„Wat hen betreft die inzicht hebben onder het volk, zij zullen verstand verlenen aan de velen.” — DANIËL 11:33.
1, 2. (a) Waarom gedroegen de Israëlieten zich weerspannig, hoewel zij Gods liefderijke goedheid hadden ervaren? (b) Wat zou nuttig voor ons zijn? (Jeremia 51:10)
DE ISRAËLIETEN uit de oudheid wisten dat Jehovah de enige ware God was. Er was hun verteld over zijn bemoeienissen met hun voorvaders en zij hadden persoonlijk zijn liefderijke goedheid ervaren. Maar bij meer dan één gelegenheid gaven hun handelingen van een groot gebrek aan inzicht blijk. Zij „gedroegen zich weerspannig” jegens Jehovah en zijn vertegenwoordigers. Waarom? Omdat zij ’niet dachten’ aan wat hij voor hen had gedaan (Psalm 106:7, 13). Niet dat zij deze dingen niet wisten maar zij dachten er niet met waardering over na. Dientengevolge gaven zij er blijk van ’mensen te zijn die schadelijke dingen begeerden’. — 1 Korinthiërs 10:6.
2 Dat Jehovah zijn getuigen in deze tijd als een afgescheiden volk apart heeft gezet, is in belangrijke mate toe te schrijven aan het inzicht dat hij door middel van zijn zichtbare organisatie heeft verschaft. Onze eigen waardering voor de manier waarop Jehovah zijn volk leidt, kan versterkt worden door enkele van de voorbeelden van zulk een inzicht de revue te laten passeren. Een van deze voorbeelden heeft te maken met het wezen van ons geloof — de identiteit van God zelf.
-