Genesis 25:30 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 30 E̱sau dan zei tot Ja̱kob: „Laat mij alstublieft vlug wat opslokken van dat rode — dat rode* daar, want ik ben moe!” Daarom werd hem de naam E̱dom* gegeven.+ Genesis 32:3 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 3 Toen zond Ja̱kob boden+ voor zich uit naar zijn broer E̱sau, naar het land Se̱ïr,+ het veld van E̱dom,+ Maleachi 1:3 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 3 en E̱sau+ heb ik gehaat; en ten slotte maakte ik zijn bergen tot een verlaten woestenij+ en zijn erfdeel voor de jakhalzen van [de] wildernis.”+
30 E̱sau dan zei tot Ja̱kob: „Laat mij alstublieft vlug wat opslokken van dat rode — dat rode* daar, want ik ben moe!” Daarom werd hem de naam E̱dom* gegeven.+
3 Toen zond Ja̱kob boden+ voor zich uit naar zijn broer E̱sau, naar het land Se̱ïr,+ het veld van E̱dom,+
3 en E̱sau+ heb ik gehaat; en ten slotte maakte ik zijn bergen tot een verlaten woestenij+ en zijn erfdeel voor de jakhalzen van [de] wildernis.”+