18 En de berg Si̱naï stond geheel in rook,+ wegens het feit dat Jehovah in vuur daarop neerdaalde;+ en de rook ervan bleef opstijgen als de rook van een kalkoven,+ en de gehele berg beefde zeer.+
23 Nu geschiedde het dat zodra GIJ de stem midden uit de duisternis hadt gehoord, terwijl de berg brandde van vuur,+GIJ voorts op mij zijt toegetreden, alle hoofden van UW stammen en UW oudere mannen.*