30 Daarna richtten de zonen van Dan voor zichzelf het gesneden beeld+ op; en Jo̱nathan,*+ de zoon van Ge̱rsom,+ Mo̱zes’* zoon, hij en zijn zonen werden priesters voor de stam der Danieten tot de dag dat het land* in ballingschap werd gevoerd.+
16 en zij bleven al de geboden+ van Jehovah, hun God, verlaten en maakten zich voorts gegoten beelden,+ twee kalveren,+ en zij gingen een heilige paal maken+ en zich voor heel het heerleger van de hemel neerbuigen+ en Ba̱äl dienen;+
7 Verder plaatste hij het gesneden beeld+ van de heilige paal dat hij gemaakt had, in het huis+ waarvan Jehovah tot Da̱vid en tot zijn zoon Sa̱lomo gezegd had: „In dit huis en te Jeru̱zalem, dat ik uit alle stammen van I̱sraël heb uitgekozen, zal ik tot onbepaalde tijd mijn naam vestigen.+