5 Dit heeft Jehovah gezegd: „Wat voor onrecht hebben UW vaderen in mij gevonden,+ zodat zij zich ver van mij verwijderd hebben+ en zij de ijdele afgod achterna bleven lopen+ en zelf tot ijdelheid werden?+
2 Hoort, o GIJ bergen, het rechtsgeding van Jehovah, ook GIJ duurzame voorwerpen, GIJ grondvesten der aarde;+ want Jehovah heeft een rechtsgeding met zijn volk, en met I̱sraël zal hij argumenteren:+