13 Heft een vreugdekreet aan, GIJ hemelen,+ en wees blij, gij aarde.+ Dat de bergen vrolijk worden met vreugdegeroep.+ Want Jehovah heeft zijn volk getroost,+ en zijn ellendigen betoont hij medelijden.*+
11 En wat de natie betreft die haar hals onder het juk van de koning van Ba̱bylon zal brengen en hem werkelijk zal dienen, die wil ik ook rustig op haar grond laten blijven’, is de uitspraak van Jehovah, ’en ze zal die stellig bebouwen en daarop wonen.’”’”+