15 En zie, ik ben met u en ik wil u behoeden, overal waar gij gaat, en ik wil u naar deze grond terugbrengen,+ want ik zal u niet verlaten totdat ik metterdaad heb gedaan wat ik tot u gesproken heb.”+
12 Hierop zei hij: „Omdat ik zal bewijzen met u te zijn,+ en dit is voor u het teken dat ik het ben die u gezonden heb:+ Nadat gij het volk uit Egy̱pte hebt geleid, zult gijlieden de [ware] God dienen* op deze berg.”+
5 Niemand zal zich voor u krachtig staande kunnen houden, al de dagen van uw leven.+ Juist zoals ik bewezen heb met Mo̱zes te zijn, zo zal ik bewijzen met u te zijn.+ Ik zal u niet in de steek laten, noch u geheel en al verlaten.+