24 Wie heeft Ja̱kob tot louter plundering overgegeven, en I̱sraël aan de berovers? Is het niet Jehovah, Degene tegen wie wij gezondigd hebben, en wiens wegen zij niet wilden bewandelen en naar wiens wet zij niet luisterden?+
3 O Jehovah, zijn die ogen van u niet op getrouwheid [gericht]?+ Gij hebt hen geslagen,+ maar zij werden niet ziek.+ Gij hebt hen uitgeroeid.+ Zij hebben geweigerd streng onderricht aan te nemen.+ Zij hebben hun aangezicht harder gemaakt dan een steile rots.+ Zij hebben geweigerd terug te keren.+