2 En het moet geschieden in het laatst der dagen+ [dat] de berg van het huis+ van Jehovah stevig bevestigd zal worden boven de top der bergen,+ en hij zal stellig verheven worden boven de heuvels;+ en daarheen moeten alle natiën stromen.+
5 In die tijd zult gij zien* en stellig stralen,+ en uw hart zal werkelijk sidderen en zich verruimen, want tot u zal de rijkdom der zee zich wenden; zelfs het vermogen der natiën zal tot u komen.+
11 En uw poorten zullen werkelijk steeds opengehouden worden;*+ ze zullen zelfs noch bij dag noch bij nacht gesloten worden, om tot u het vermogen der natiën te brengen,+ en hun koningen zullen de leiding nemen.+
9 Na deze dingen zag ik, en zie! een grote schare,+ die niemand tellen kon, uit alle natiën*+ en stammen en volken+ en talen,+ staande voor de troon+ en voor het Lam, gehuld in lange witte gewaden,+ en er waren palmtakken+ in hun handen.