13 Tot u zal zelfs de heerlijkheid van de Li̱banon komen, de jeneverboom, de es en de cipres tegelijk,+ om de plaats van mijn heiligdom luister bij te zetten;+ en de plaats van mijn voeten zal ik heerlijk maken.+
12 Want dit heeft Jehovah gezegd: „Ziet, ik doe haar vrede toestromen net als een rivier+ en de heerlijkheid der natiën net als een overstromende stortbeek,+ en GIJ zult stellig zuigen.+ Op de zijde zult GIJ gedragen worden en op de knieën zult GIJ getroeteld worden.+
6 maar Christus [was getrouw] als Zoon+ over Diens huis. Diens huis zijn wij,+ indien wij onze vrijmoedigheid van spreken en ons roemen over de hoop tot het einde toe stevig* vasthouden.+