20 Jehovah, uw God, dient gij te vrezen.+ Hem behoort gij te dienen,+ en hem dient gij aan te hangen,+ en bij zijn naam dient gij beëdigde verklaringen af te leggen.+
14 Nu dan, vreest Jehovah+ en dient hem op een onberispelijke wijze en in waarheid,+ en verwijdert de goden die UW voorvaders aan de overzijde van de Rivier en in Egy̱pte hebben gediend,+ en dient Jehovah.