10 ’Want dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van I̱sraël zal aangaan’, zegt Jehovah.* ’Ik wil mijn wetten in hun verstand leggen, en in hun hart+ zal ik ze schrijven. En ik wil hun God worden,+ en zíȷ́ zullen mijn volk worden.+
3 Want ik heb mij zeer* verheugd toen er broeders kwamen* en zij getuigenis aflegden van de waarheid waaraan gij vasthoudt, zoals gij voortgaat in de waarheid te wandelen.+