13 Vervolgens zei Hij tegen Abram: ‘Je moet weten dat je nakomelingen* vreemdelingen zullen worden in een land dat niet van hen is, en dat ze daar slaven zullen worden en 400 jaar lang slecht behandeld zullen worden.+
7 Jehovah voegde eraan toe: ‘Ik heb gezien hoe moeilijk mijn volk het in Egypte heeft, en ik heb hun hulpgeroep vanwege hun onderdrukkers gehoord. Ik weet heel goed wat voor lijden ze ondergaan.+
15 Onze voorouders zijn naar Egypte gegaan.+ We hebben jarenlang*+ in Egypte gewoond, en de Egyptenaren hebben ons en onze voorouders slecht behandeld.+