6 Toen zei Jehovah tegen Satan: ‘Goed, hij is in je hand!* Maar zijn leven* mag je niet nemen!’ 7 Daarna ging Satan bij* Jehovah weg en hij sloeg Job van zijn voetzool tot zijn kruin met pijnlijke zweren.+
11 We prijzen degenen die hebben volhard gelukkig.*+ Jullie hebben van de volharding van Job gehoord+ en hebben gezien hoe Jehovah* het heeft laten aflopen,+ dat Jehovah* heel meelevend* en barmhartig is.+