16 Want zowel aan de wijze als aan de dwaas is er geen blijvende herinnering.+ In de dagen die komen wordt iedereen vergeten. En hoe sterft de wijze? Samen met de dwaas.+
5 Want de levenden weten* dat ze zullen sterven,+ maar de doden weten helemaal niets+ en ze hebben ook geen beloning* meer, omdat elke herinnering aan hen verloren gaat.+