11 Wanneer je leven ten einde loopt en je naar je voorvaders gaat, zal ik je laten opvolgen door je nageslacht,* een van je zonen.+ Ik zal hem het koningschap stevig in handen geven.+
32 Hij zal groot zijn+ en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd.+ Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven.+33 Hij zal voor eeuwig als Koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn Koninkrijk zal geen eind komen.’+