-
1 Kronieken 3:10-19Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
-
-
10 De zoon van Salomo was Reha̱beam.+ Zijn zoon was Abi̱a.+ Zijn zoon was A̱sa.+ Zijn zoon was Josafat.+ 11 Zijn zoon was Joram.+ Zijn zoon was Aha̱zia.+ Zijn zoon was Joas.+ 12 Zijn zoon was Ama̱zia.+ Zijn zoon was Aza̱rja.+ Zijn zoon was Jo̱tham.+ 13 Zijn zoon was Achaz.+ Zijn zoon was Hizki̱a.+ Zijn zoon was Manasse.+ 14 Zijn zoon was A̱mon.+ Zijn zoon was Josi̱a.+ 15 De zonen van Josi̱a waren Joha̱nan, de eerstgeboren zoon, Jo̱jakim,+ de tweede, Zedeki̱a,+ de derde, en Sa̱llum, de vierde. 16 De zonen van Jo̱jakim waren zijn zoon Jecho̱nja+ en zijn zoon Zedeki̱a. 17 De zonen van de gevangen Jecho̱nja waren Sea̱lthiël, 18 Malchi̱ram, Peda̱ja, Sena̱ssar, Jeka̱mja, Ho̱sama en Neda̱bja. 19 De zonen van Peda̱ja waren Zerubba̱bel+ en Si̱meï. De zonen van Zerubba̱bel waren Mesu̱llam en Hana̱nja (hun zus was Selo̱mith).
-