3 Ga naar een land dat overvloeit van melk en honing.+ Maar ik zal niet met jullie meetrekken, want jullie zijn een koppig* volk+ en ik zou jullie onderweg kunnen uitroeien.’+
5 Jehovah zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Jullie zijn een koppig volk.+ In één ogenblik zou ik door jullie midden kunnen gaan en jullie kunnen uitroeien.+ Ik zal erover nadenken wat ik met jullie ga doen. Draag ondertussen geen sieraden.”’