10 en aan weer anderen het doen van krachtige werken,+ of het profeteren, of het herkennen van geïnspireerde uitspraken,+ of verschillende talen+ of het vertalen ervan.+
5 Ik zou wel willen dat jullie allemaal in talen spraken,+ maar ik heb liever dat jullie profeteren.+ Wie profeteert, is meer dan wie in talen spreekt, tenzij hij het ook vertaalt, zodat de gemeente wordt opgebouwd.