28 en hij zei tegen ze: ‘Jullie weten heel goed dat het een Jood verboden is met iemand van een ander volk om te gaan of hem te bezoeken.+ Maar God heeft me laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.+
2 Toen Petrus in Jeruzalem kwam, hadden de voorstanders van de besnijdenis+ kritiek op hem.*3 Ze zeiden: ‘Jij bent in het huis van onbesneden mannen geweest en hebt met ze gegeten.’