6 Toen zag de vrouw dat de boom heerlijke vruchten had en een lust voor het oog was* — de boom zag er echt prachtig uit. Ze plukte dus een vrucht van de boom en ging ervan eten.+ Daarna gaf ze er ook van aan haar man toen die bij haar was, en ook hij ging ervan eten.+
16 Want alles wat in de wereld is — vleselijke verlangens,+ dingen waar de ogen naar verlangen+ en het pronken met je middelen van bestaan* — komt niet uit de Vader voort, maar uit de wereld.