Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g88 8/6 blz. 22-25
  • „De voornaamste slachtoffers van religieuze vervolging”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „De voornaamste slachtoffers van religieuze vervolging”
  • Ontwaakt! 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „De voornaamste slachtoffers”
  • Een ingrijpende herziening
  • Waarom de minderheid beschermen?
  • Christelijke „onruststokers”
  • Vervolging brengt Getuigen niet tot zwijgen
  • Deel 19: Christelijke neutralisten in Amerika tijdens de 2de Wereldoorlog
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • „Het verdedigen en wettelijk bevestigen van het goede nieuws”
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Morele waarden die respect verdienen
    Jehovah’s Getuigen en het onderwijs
  • Hooggerechtshof van de Filippijnen erkent vrijheid van aanbidding
    Ontwaakt! 1994
Meer weergeven
Ontwaakt! 1988
g88 8/6 blz. 22-25

„De voornaamste slachtoffers van religieuze vervolging”

DOOR de hele geschiedenis heen heeft er religieuze vervolging bestaan. Dat Kaïn Abel vermoordde, was te wijten aan religieuze meningsverschillen. Het feit dat God Abels slachtoffer goedkeurde maar het zijne niet goedgunstig bezag, stond Kaïn niet aan. Hij werd kwaad en vermoordde zijn broer ten slotte. — Genesis 4:3-8.

Jezus Christus voorzei dat zijn volgelingen vervolgd zouden worden, vooral in de tijd van het einde. Hij waarschuwde: „Dan zullen ze je gevangennemen en mishandelen of doden en omdat je trouw blijft aan mijn naam zullen alle volken je haten.” — Matthéüs 24:9, Het Nieuwe Testament in de taal van onze tijd.

In de loop der millennia hebben de grote godsdiensten elkaar vervolgd als ze hun monopoliepositie over het volk bedreigd zagen. Katholieken, protestanten, hindoes, moslims, joden en anderen zijn elkaar bloeddorstig te lijf gegaan. In naam van de orthodoxie, de onfeilbare waarheid en het zieleheil heeft men vervolging gerechtvaardigd. De joden zijn zowel om hun ras als om hun religie vervolgd. In deze twintigste eeuw heeft het atheïstische communisme zich in sommige landen tegen de godsdienst gekeerd als „de opium van het volk”.

Niettemin is er in deze zelfde eeuw één groep die van alle kanten vervolging te verduren heeft gekregen — van zowel religieuze als politieke zijde. Welke groep is dat, en wat zijn de beweegredenen geweest?

„De voornaamste slachtoffers”

In zijn recente boek The Court and the Constitution (1987) schrijft Archibald Cox, de speciale openbare aanklager in de Watergatezaak: „De voornaamste slachtoffers van religieuze vervolging in de Verenigde Staten in de twintigste eeuw waren de getuigen van Jehovah.” Wat was daartoe de aanleiding? Hij vervolgt: „In de jaren ’30, toen hun bekeringswerk groeide en hun aantallen snel toenamen, begonnen zij de aandacht te trekken en verdrukking uit te lokken. Aangedreven door goddelijke openbaringen uit de bijbel stonden zij op straathoeken en colporteerden van huis tot huis, waarbij zij de traktaten van de Watchtower Bible and Tract Society aanboden en predikten dat het goddeloze driemanschap van georganiseerde kerken, handel en staat de werktuigen van Satan zijn.”

Toen de naties verwikkeld raakten in de Tweede Wereldoorlog, werden de Getuigen slachtoffers en martelaren van de alom heersende geest van nationalisme die door de strijdende regeringen werd aangewakkerd. In sommige landen werd op de scholen de vlaggegroet verplicht gesteld. De militaire dienstplicht werd ingevoerd. Hoewel Jehovah’s Getuigen er voorstander van zijn aan caesar te betalen wat van caesar is — en niet veel groeperingen zullen zo gewetensvol hun belasting betalen en zich zo strikt aan de wetten van het land houden — betalen zij ook aan God wat hij naar hun mening verlangt, namelijk aanbidding en opperste loyaliteit. Zij hebben eerbied voor de hoogstaande beginselen die de vlag van een natie vaak vertegenwoordigt, maar voor hen is de vlaggegroet verdeeldheid zaaiende beeldenaanbidding. Door dat standpunt geraakten zij in de jaren ’30 en ’40 in de Verenigde Staten in moeilijkheden.

Honderden kinderen werden van school gestuurd omdat zij weigerden de vlag te groeten. Zoals professor Mason verklaarde in zijn boek Harlan Fiske Stone: Pillar of the Law: „Hun weigering betekende niet dat zij onpatriottisch waren of dat zij niet van hun land hielden. Het betekende eenvoudig dat volgens hun interpretatie van de Schrift, de vlaggegroet in strijd was met het bijbelse verbod zich voor een gesneden beeld neer te buigen.”

De zaak kwam voor het Amerikaanse Hooggerechtshof en in 1940 werd het beroep dat de Getuigen hadden aangetekend met een stemmenverhouding van 8 tegen 1 afgewezen. De enige die een afwijkende mening huldigde, was de moedige rechter Harlan Fiske Stone. Professor Mason zette uiteen hoe sommigen reageerden: „John Haynes Holmes, voorzitter van de Amerikaanse Bond voor Burgerlijke Vrijheden, zei dat Stones opinie ’als een van de grote afwijkende meningen in de Amerikaanse geschiedenis zou gelden’. Het commentaar in de pers was zeer gunstig. In 171 vooraanstaande kranten werd de uitspraak prompt veroordeeld; slechts een handjevol hechtte er zijn goedkeuring aan.” Maar wat gebeurde er vervolgens?

Professor Cox vervolgt zijn verslag als volgt: „De vervolging van de Getuigen nam toe. In sommige streken, met name in Texas, werden Getuigen wegens hun weigering de vlag te groeten, aangevallen door het gepeupel, en soms werden zij in hechtenis gehouden als ’nazi-agenten’.” In Maine werd een Koninkrijkszaal in brand gestoken. In een stad in Illinois kwam de hele bevolking „op de been om zo’n zestig Getuigen aan te vallen”. En wat deden de autoriteiten? „Over het algemeen keek de politie werkeloos toe of deed actief mee.” Professor Mason merkt daarover op: „Het Ministerie van Justitie kon deze golf van geweld rechtstreeks terugvoeren op de uitspraak van het Hof in de eerste vlaggegroetzaak. Zo werd het Hof zelf een wapen in de strijd om de menselijke geest.”

Een ingrijpende herziening

Ondanks deze afschuwelijke vervolging weigerden de kinderen van Getuigen, net als de drie getrouwe Hebreeën, een nationaal symbool te groeten, in dit geval de vlag (Daniël hfdst. 3). De juridische afdeling van het Wachttorengenootschap bleef de rechtbanken in hoger beroep met vlaggegroetzaken bestoken. Ja, „Jehovah’s Getuigen bleven hun eisen zo verwoed indienen dat [rechter] Stone het idee opperde dat hun ’een schenking gedaan zou moeten worden met het oog op de bijdrage die zij leveren tot het oplossen van de wettelijke problemen der burgerlijke vrijheden’”. — Harlan Fiske Stone: Pillar of the Law, blz. 598.

Toen deed, op 14 juni 1943 (Vlaggedag), het Amerikaanse Hooggerechtshof iets ongebruikelijks. Het herzag zijn vonnis in een andere vlaggegroetzaak (West Virginia State Board of Education v. Barnette) en stelde de Getuigen in het gelijk. Diezelfde dag verklaarden de rechters in een andere zaak in verband met Jehovah’s Getuigen: „Van toepassing gebracht op de eisers [Getuigen] straft ze [de verordening] hen, hoewel van het door hen verkondigde niet wordt beweerd of bewezen dat dit met een boosaardig of duister doel is gedaan, om tot subversieve acties tegen de natie of staat aan te moedigen of op te hitsen. . . . Onze uitspraken luiden dat er wegens deze verkondiging geen strafvervolging ingesteld kan worden.”

Rechter Jackson, die namens het Hof sprak, gaf een mening ten beste waaruit een wijsheid als die van Gamaliël sprak: „Als er één vaste ster is aan ons constitutionele firmament, is dat wel het feit dat geen functionaris, hoog of laag, kan voorschrijven wat als orthodox zal gelden in de politiek, het nationalisme, de religie of andere kwesties waarover van mening kan worden verschild, of burgers kan dwingen door woord of daad hun geloof daarin te belijden.” Deze beslissing is „een van de ingrijpendste herzieningen in de geschiedenis van het Hof” genoemd. — Vergelijk Handelingen 5:34, 38, 39.

Waarom was het alleen maar redelijk dat de Getuigen er niet wettelijk toe verplicht werden de vlag te vereren? Professor Cox legt uit: „De overtreding tegenover de kinderen Gobitis en Barnette [Getuigen] was van staatswege uitgeoefende dwang tot het verkondigen van een politieke orthodoxie waarin zij niet geloofden.” De Getuigen hadden zich slechts aan het bijbelse beginsel gehouden: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen.” — Handelingen 5:29.

Waarom de minderheid beschermen?

In zijn analyse van deze zaken werpt Cox een veelbetekenende vraag op: „Waarom zouden wij ons zorgen maken over de geestelijke vrijheid van die kleine minderheid die weigert de vlag te groeten? Of over het beschermen van de mogelijkheden van onruststokers als de evangelische Jehovah’s Getuigen?” Hij antwoordt: „Een deel van het antwoord ligt in de vooronderstelling van de persoonlijke waardigheid waarop onze samenleving berust, een waardigheid die zowel orthodoxen als non-conformisten bezitten. Een deel ligt in het besef dat als de staat Jehovah’s Getuigen het zwijgen mag opleggen . . ., wijzelf de volgenden kunnen zijn.”

Ja, het onderdrukken van de vrijheid van aanbidding voor een impopulaire minderheid kan de aanzet zijn tot het onderdrukken van andere vrijheden voor alle burgers. Maar professor Cox noemt nog een interessante factor:

„En een deel ligt in het besef dat de een of andere vreemde, bizarre minderheid wel eens op de waarheid zou kunnen stoten — een waarheid die door de onderdrukking langer op zich zou laten wachten of voor altijd verloren zou gaan.” En tot de waarheden die een doelwit van onderdrukking waren, behoort die welke Jehovah’s Getuigen prediken, namelijk dat de enige hoop voor vrede en redding van de mensheid Gods Koninkrijksregering in handen van Christus Jezus is. — Daniël 2:44; Matthéüs 6:9, 10.

Christelijke „onruststokers”

Als Cox de Getuigen als „onruststokers” betitelt, is het goed in gedachte te houden hoe de vroege christelijke discipelen door hun tegenstanders werden beschreven: „Deze mensen hebben de hele wereld in beroering gebracht! Nu zijn ze hier . . . Ze handelen allen in strijd met de wetten van de keizer door te beweren dat er een andere koning is: Jezus” (Handelingen 17:6, 7, Groot Nieuws Bijbel). Een soortgelijke situatie als waarin Jehovah’s Getuigen in veel landen hebben verkeerd! En hoe komt dat? Door dezelfde redenen als waarom de vroege christenen leden — hun trouw aan Christus Jezus, hun Koning, en aan zijn koninkrijk.

De succesvolle prediking van de Getuigen brengt de orthodoxe geestelijkheid ertoe hulp te zoeken bij de wereldlijke autoriteiten. Dit komt overeen met wat er na Paulus’ succesvolle bediening gebeurde. Het verslag vertelt ons: „Maar de Joden waren afgunstig en organiseerden met hulp van een stel raddraaiers een volksoploop. Ze zetten de stad in rep en roer . . . Ze [sleurden] Jason zelf en enkele broeders voor het stadsbestuur.” — Handelingen 17:5, 6, GNB.

Jehovah’s Getuigen zijn in veel landen ten onrechte vervolgd, in oorlogstijd en in vredestijd. Bij veel gelegenheden zijn de aanstichters van die vervolging de religieuze leiders geweest, die van hun connecties met de heersende elite gebruik hebben gemaakt om de activiteiten van de Getuigen een halt toe te roepen. Een treffend voorbeeld daarvan was de vervolging van Jehovah’s Getuigen in het katholieke Spanje in de periode van 1950 tot 1970. Mannen, vrouwen en kinderen werden opgejaagd, beboet en in de gevangenis gezet, alleen omdat zij in de beslotenheid van hun eigen huis de bijbel bestudeerden. Honderden jonge mannen zaten elk meer dan tien jaar in militaire gevangenissen omdat zij hun christelijke neutraliteit bewaarden.a

De zaak van Jehovah’s Getuigen in Spanje is zo opmerkelijk dat een vooraanstaand advocaat, Señor Martín Retortillo, schreef: „Wanneer men tien jaar jurisprudentie bestudeert en de sancties bekijkt die in verband met de openbare orde van overheidswege zijn toegepast op religieus gedrag, is er één feit dat beslist de aandacht trekt, namelijk dat in nagenoeg alle onderhavige gevallen degenen die [erbij betrokken waren] leden van slechts één religieuze groepering zijn . . . ’Jehovah’s Getuigen’.”

Vervolging brengt Getuigen niet tot zwijgen

Sedert 1970 hebben Jehovah’s Getuigen in Spanje wettelijke erkenning genoten en in plaats van de 10.000 die toen actief waren, zijn er nu ongeveer 70.000, verbonden met zo’n duizend gemeenten! Een zelfde groei heeft zich in de Verenigde Staten voorgedaan. In de periode waarover professor Cox spreekt (de jaren ’30 tot ’40), waren er slechts een 40.000 tot 60.000 Getuigen in de Verenigde Staten en in totaal zo’n 115.000 over de gehele wereld. Thans zijn er meer dan 770.000 Getuigen in de Verenigde Staten en wereldwijd 3.400.000 in 55.000 gemeenten. De vervolging heeft de vooruitgang van hun wereldomvattende onderwijzingswerk niet tot staan kunnen brengen.

Als de Getuigen met vervolging te kampen hebben, kunnen zij slechts één antwoord geven: „Oordeelt zelf of het in Gods ogen rechtvaardig is meer naar u te luisteren dan naar God. Maar wat ons betreft, wij kunnen niet ophouden te spreken over de dingen die wij gezien en gehoord hebben.” — Handelingen 4:19, 20.

[Voetnoten]

a Zie voor een gedetailleerd verslag over deze vervolging in Spanje het Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1979, blz. 164-246.

[Illustratie op blz. 23]

Rechtbanken bepaalden dat de weigering een vlag te groeten niet oneerbiedig is

[Illustratie op blz. 24]

Alleen rechter Stone stond aan de kant van Jehovah’s Getuigen bij de beslissing van het Hooggerechtshof in 1940

[Verantwoording]

Office of the Curator, The Supreme Court of the United States

[Illustratie op blz. 25]

Met meerderheid van stemmen beslisten deze rechters ten gunste van de Getuigen in de vlaggegroetkwestie

[Verantwoording]

Office of the Curator, The Supreme Court of the United States

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen