Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w78 1/11 blz. 6-9
  • Wij kunnen dankbaar zijn voor Gods geduldige strenge onderricht

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wij kunnen dankbaar zijn voor Gods geduldige strenge onderricht
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • EEN ILLUSTRATIE VAN GEDULD EN STRENG ONDERRICHT
  • OPRECHTE PERSONEN KUNNEN VOORDEEL TREKKEN VAN DE WIJZE WAAROP GOD MET DE MENSHEID HANDELT
  • Hoe lang zal Gods geduld voortduren?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • Het oefenen van geduld
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Afgod, afgoderij
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Hoe ver is de voorbereiding gevorderd?
    Het leven heeft wel degelijk een doel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
w78 1/11 blz. 6-9

Wij kunnen dankbaar zijn voor Gods geduldige strenge onderricht

WIJ horen mensen wel eens zeggen dat God onredelijk en onbillijk is of niet snel genoeg optreedt. Sommigen zeggen dat zij wel in God zouden willen geloven, maar niet kunnen begrijpen waarom God nu niet handelend optreedt om een eind te maken aan misdaad, onrechtvaardigheid en onderdrukking.

Mensen zien echter gemakkelijk over het hoofd dat louter het aanwenden van superieure macht, waartoe God volgens hen in staat is, gewoonlijk niet de beste manier is om aan een slechte situatie een halt toe te roepen. De oplossing van het probleem kan tijd, geduld en redenering vergen.

Een vader zou bijvoorbeeld zijn zoon voor iedere ongehoorzaamheid streng kunnen straffen, of hij zou de zoon volledig kunnen verstoten. Maar zou de zoon zich daardoor verbeteren en het probleem uit de weg zijn geruimd? Zou dit de zoon helpen of de reputatie van de vader hoog houden? Zou het bevorderlijk zijn voor het welzijn van het gezin? Door louter macht en autoriteit aan te wenden, zou men de situatie veeleer kunnen verslechteren, zowel met betrekking tot de zoon als ten aanzien van anderen die de situatie waarnemen. Dit komt doordat mensen niet als machines of dieren zijn, die men louter op grond van superieure macht bevelen kan geven en kan beheersen.

Zo is het ook gesteld met de wijze waarop God met de mensheid handelt, die hij ’naar zijn beeld en gelijkenis’ heeft gemaakt (Gen. 1:26, 27). De mensheid weerspiegelt dat beeld, zij het op onvolmaakte wijze, nog steeds, hetgeen onder meer inhoudt dat de mens redenering, liefde, gerechtigheid en barmhartigheid aanwendt. Mensen moeten kunnen beredeneren en begrijpen waarom dingen op een bepaalde wijze worden gedaan. Hun hart moet bereikt worden. Dan zullen zij, indien zij niet zelfzuchtig en onredelijk zijn, trachten zich naar datgene wat juist is, te schikken. — Ps. 32:9; Rom. 2:4.

Een ouder ziet misschien dat er slechts één manier is waarop hij zijn kind van iets kan doordringen. Misschien houdt dit onder meer in het kind herhaaldelijk te waarschuwen. Misschien meent de ouder dat hij het kind de gevolgen of consequenties van zijn dwaasheid moet laten ondergaan. Sommige ouders hebben de fout gemaakt hun kind al te zeer te beschermen door het te behoeden voor de gevolgen van elke narigheid waarin het door eigen schuld terecht is geraakt. Anderen gebruiken misschien dreigementen of lichamelijke straf en nog begrijpt het kind niet waar het om gaat. Als laatste strafmiddel zal de ouder het kind misschien iets onthouden waar het verzot op is. — Spr. 23:13, 14.

Insgelijks oefent ook God met het oog op het welzijn van de mens geduld en gebruikt hij redenering en streng onderricht, want Hij weet dat de mensheid ervan overtuigd moet worden dat Zijn handelwijze juist is en dat Zijn heerschappij de enige wenselijke heerschappij voor de aarde is. Daarom heeft hij de mensen toegestaan hun eigen onafhankelijke weg te gaan. Tot op deze tijd hebben zij elke denkbare regeringsvorm geprobeerd — monarchieën, oligarchieën, socialistische en communistische staten, republieken, democratieën, militaire dictaturen en junta’s, en hiërarchieën (waarin een priesterschap heerschappij uitoefent) — ja, elke regeringsvorm die mensen kunnen bedenken.

Wereldse regeringen zijn thans onstabieler dan ooit tevoren en men zegt dat de maatschappij zoals wij die kennen, geen stand kan houden Mensen kunnen niet alle problemen oplossen en deze problemen nemen met elke nieuwe poging om ze op te lossen, alleen maar toe. Wanneer God het huidige samenstel van de wereld derhalve vernietigt, zullen de mensen begrijpen dat hun pogingen tot zelfbestuur alle op een mislukking zijn uitgelopen. Degenen die hun standpunt innemen ten gunste van Gods rechtstreekse heerschappij vanuit de hemel, zullen zo gedesillusioneerd zijn door de diverse soorten van menselijke heerschappij en er zo van overtuigd zijn dat geen enkele ervan succes zal hebben, dat zij nooit meer onder enige vorm of enig overblijfsel van door mensen in het leven geroepen regeringen of enig facet ervan willen staan. — Fil. 2:9-11; Jes. 45:23, 24.

EEN ILLUSTRATIE VAN GEDULD EN STRENG ONDERRICHT

Door de geschiedenis van Gods handelingen met de natie van het oude Israël wordt ons een voorbeeld verschaft waardoor dit punt van Gods wijze van streng onderricht wordt toegelicht. Toen die natie het Beloofde Land binnentrok, waarschuwde God hen als een goede vader voor het gevaar dat zij tot afgoderij verlokt zouden kunnen worden door de goden te gaan aanbidden van de natiën die in en rondom het land woonden. Hij zei bij monde van Mozes: „Gij moogt hun goden niet dienen, want dat zal een strik voor u zijn.” — Deut. 7:16.

Er zijn meer dan 30 andere rechtstreekse waarschuwingen die God Israël destijds gaf met betrekking tot de valse goden van de natiën, waartoe ook afgoden van hout, steen en metaal behoorden, die een rechtstreekse belediging van Gods heerschappij waren.

Israël sloeg deze herhaalde waarschuwingen echter in de wind — zij hebben de volledige betekenis en draagwijdte ervan nooit werkelijk begrepen. Hoewel deze mensen bleven zeggen dat zij Jehovah aanbaden en zijn volk waren, raakten zij verstrikt doordat zij twee meesters trachtten te volgen. De Israëlieten werden misleid doordat zij dachten dat zij Jehovah als God konden aanbidden en terzelfder tijd een beroep konden doen op en zelfs offers konden brengen aan de plaatselijke god Baäl ten einde goede oogsten en andere voordelen te ontvangen. — Jer. 7:9; 44:15-23.

Dertig waarschuwingen hadden voldoende moeten zijn, vooral nadat de Israëlieten er nog maar kort tevoren getuige van waren geweest hoe Jehovah hen uit Egypte had bevrijd. Maar werd God ongeduldig en verbitterd op hen en gaf hij hen als een onmogelijk geval op? Neen, als een verstandige ouder onderrichtte hij hen streng door hen van tijd tot tijd de gevolgen van hun dwaasheid te laten ondergaan, door toe te laten dat zij door andere natiën werden onderdrukt en door hen te redden wanneer zij tot hem om hulp riepen. Dit duurde zo’n 850 jaar lang voort.

Maar zelfs dit strenge onderricht mocht niet baten om de Israëlieten ertoe te brengen de zonde van afgoderij, waardoor zij smaad brachten op de God die zij beweerden te vertegenwoordigen, de rug toe te keren. Nochtans was God niet uit het veld geslagen. Ten slotte deed hij, hoewel ongaarne, iets waartoe hij zich genoodzaakt zag om hen te overtuigen (Klaagl. 3:33). Hij liet de Babyloniërs in het land komen en hun hoofdstad Jeruzalem en, wat nog erger was, de daar gevestigde tempel van God verwoesten. — 2 Kron. 36:15, 16.

Voor de joden was dit de ergste straf die zij ooit hadden kunnen ondergaan. Zij kregen de schok van hun leven. Zij hadden gedacht dat zij afgodenaanbidding konden beoefenen en terzelfder tijd hun tempel en hun stad Jeruzalem zouden kunnen behouden. Zij waren verzot op hun heilige stad en hun tempel en verkeerden zelfvoldaan in de mening dat Jeruzalem voor altijd zou blijven bestaan en dat zij nooit en masse weggevoerd zouden worden uit hun land, zodat het woest en verlaten zou komen te liggen. Maar zie, datgene wat volgens hen onmogelijk was, gebeurde’. — Klaagl. 2:1, 2; 4:12.

Welnu, sommigen van de joden kwamen hierdoor tot het besef dat afgoderij een grove zonde is. Ten slotte leerden zij de les die God hen op een mildere manier had trachten te onderwijzen. Zij waren voor altijd van deze aanbidding van afgoden genezen. Nadat een gehoorzaam overblijfsel van de joden in 537 v.G.T. in Jeruzalem was hersteld, begingen zij wel andere zonden, maar nooit meer gaven zij hun steun aan afgoderij. — Klaagl. 3:31, 32.

Hoe doeltreffend Gods strenge onderricht wel was, blijkt uit een voorval dat zich zo’n 560 jaar later voordeed en door de joodse geschiedschrijver Josephus wordt verhaald:a

„[Pilatus] liet des nachts de omsluierde beelden des keizers, welke de Romeinen Signa (teekenen) noemen, binnen Jeruzalem brengen. Dit verwekte, zoodra de dag was aangebroken, eene groote beweging onder de Joden. De naastbij wonenden werden op het gezicht hiervan uiterst ontsteld . . . en de verbittering der stadbewoners deed ook nog talrijke scharen van landlieden naar de stad stroomen. Men trok haastig naar Cesaréa . . . zij [wierpen] zich ter aarde en bleven vijf dagen en even zooveel nachten onbeweeglijk op den grond liggen.”

Deze gebeurtenis vormde het bewijs dat God terecht jarenlang redelijk en geduldig ten aanzien van Israël was geweest, dat hij hierin verstandig had gehandeld en dit het nuttigste voor het desbetreffende volk was. Toen de Messías verscheen, bestond de stad Jeruzalem, alsook haar herbouwde tempel, dus. De Messías kon derhalve voorgesteld worden aan een natie die niet allerlei goden, maar slechts de Allerhoogste God aanbad. Derhalve kon de Messías geïdentificeerd worden als Degene die door hun ene God, Jehovah, was gezonden. Zij konden zijn onmiskenbare identiteit aan de hand van hun ene heilige boek, de Hebreeuwse Geschriften, bewijzen. — Joh. 5:39.

OPRECHTE PERSONEN KUNNEN VOORDEEL TREKKEN VAN DE WIJZE WAAROP GOD MET DE MENSHEID HANDELT

De wijze waarop God met de mensen der wereld handelt, getuigt insgelijks van zijn enorme geduld en wijsheid door ons allen als zijn met verstand begiftigde schepping te erkennen. Hij heeft niet hardvochtig gehandeld. Hij heeft het mensengeslacht tot op deze dag bewaard. En het schijnbare uitstel kan niet aan traagheid van zijn zijde toegeschreven worden. — 2 Petr. 3:9.

Wanneer God het huidige onderdrukkende samenstel vernietigt en zijn Koninkrijksheerschappij in handen van Jezus Christus over de aarde opricht, zullen de mensen kunnen zien hoe die voortreffelijke heerschappij vanuit de hemel zich laat vergelijken met wat zij hebben ondervonden toen „de ene mens over de andere mens heeft geheerst tot diens nadeel” (Pred. 8:9). Wat een contrast! Zij zullen bemerken dat die regering onomkoopbaar en onvergankelijk is. Bovendien zullen zij zien hoe de mensen door middel van Christus’ priesterlijke bestuur van hun ziekten genezen zullen worden, hetgeen tijdens Christus’ verblijf op aarde reeds op kleine schaal door hem was gedemonstreerd (Luk. 4:31-36; 5:12-15; Matth. 9:27-34). Personen die eerlijk zijn en in hun hart liefde voor rechtvaardigheid hebben, zullen dat koninkrijk van ganser harte ondersteunen (Jes. 26:9). Vervolgens zullen zij God terecht prijzen voor zijn geduld dat hij zondige mensen niet aan hun lot heeft overgelaten. — Ps. 117:1, 2.

[Voetnoten]

a De joodse oorlog, door Flavius Josephus, volgens de bewerking van Dr. W. A. Terwogt, Boek II, hfdst. IX, blz. 592.

[Illustratie op blz. 8]

Door Jehovah’s oordeel over het afgodische Jeruzalem werden de joden streng onderricht zodat zij voor altijd de afgodenaanbidding de rug toekeerden

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen