8Op die dag gaf koning Ahasve̱ros het huis van Ha̱man,+ de vijand van de Joden,+ aan koningin Esther. En Mo̱rdechai verscheen voor de koning, want Esther had onthuld in welke relatie hij tot haar stond.+
8Op die dag gaf koning Ahasve̱ros* aan E̱sther, de koningin, het huis van Ha̱man,+ degene die blijk gaf van vijandschap tegenover de joden;+ en Mo̱rdechai zelf kwam voor het aangezicht van de koning, want E̱sther had verteld wat hij van haar was.+