donderdag 27 januari
Iedereen heeft zijn eigen vracht te dragen. — Gal. 6:5.
Het is de verantwoordelijkheid van de man, ook als zijn vrouw beter opgeleid is, om de leiding te nemen in de gezinsaanbidding en andere theocratische activiteiten (Ef. 6:4). Hoewel een vrouw onderworpen moet zijn aan haar man, is ze er nog wel zelf verantwoordelijk voor haar geloof sterk te houden. Daarom moet ze tijd vrijmaken voor persoonlijke studie en meditatie. Dat zal haar helpen om Jehovah te blijven liefhebben en respecteren en om gelukkig te zijn terwijl ze onderworpen is aan haar man. Vrouwen die uit liefde voor Jehovah onderworpen blijven aan hun man zullen gelukkiger en tevredener zijn dan vrouwen die de gezagsregeling van Jehovah afwijzen. Ze geven zowel jonge mannen als jonge vrouwen een goed voorbeeld. En ze dragen bij aan een prettige sfeer in het gezin en in de gemeente (Tit. 2:3-5). In deze tijd zijn het voor een groot deel vrouwen die Jehovah loyaal aanbidden (Ps. 68:11). w21.02 13 ¶21-23
vrijdag 28 januari
Nader tot God, dan zal hij tot jou naderen. — Jak. 4:8.
Paulus gaf een uitstekend voorbeeld van moed en volharding. Soms voelde hij zich zwak. Maar hij kon volharden omdat hij erop vertrouwde dat Jehovah hem de kracht zou geven die hij nodig had (2 Kor. 12:8-10; Fil. 4:13). Ook jij kunt die kracht en moed krijgen als je nederig erkent dat je Jehovah’s hulp nodig hebt (Jak. 4:10). Je kunt er zeker van zijn dat de beproevingen die je meemaakt geen straf van Jehovah zijn. Jakobus zegt: ‘Laat niemand die een beproeving meemaakt zeggen: “Ik word door God op de proef gesteld.” Want God kan niet met slechte dingen worden beproefd, en zelf beproeft hij ook niemand daarmee’ (Jak. 1:13). Als je daarvan overtuigd bent, brengt dat je dichter bij je liefdevolle hemelse Vader. Jehovah ‘verandert niet’ (Jak. 1:17). Hij heeft de eerste christenen gesteund tijdens hun beproevingen en hij zal ook elk van ons helpen. Vraag Jehovah dringend je te helpen wijsheid, geloof en moed te krijgen. Hij zal je gebeden verhoren. w21.02 31 ¶19-21
zaterdag 29 januari
IJzer scherpt ijzer. Zo scherpt een man zijn vriend. — Spr. 27:17.
Je kunt een nieuweling die naar de vergaderingen komt aanmoedigen door belangstelling te tonen (Fil. 2:4). Geef hem complimenten voor veranderingen die hij heeft aangebracht, maar word niet te persoonlijk. Vraag hem naar de studie, zijn familie en zijn werk. Met zulke gesprekken kun je een band ontwikkelen. Door vriendschap te sluiten help je hem naar de doop toe te groeien. Als een leerling vorderingen blijft maken, help hem dan zich thuis te voelen in de gemeente. Dat kun je bereiken door gastvrij te zijn (Hebr. 13:2). Als een leerling verkondiger wordt, kun je hem ook uitnodigen om samen in de dienst te gaan. Diego, een verkondiger uit Brazilië, zegt: ‘Veel broeders vroegen me mee te gaan in de dienst. Dat was de beste manier om ze goed te leren kennen. Ik leerde veel en m’n band met Jehovah en Jezus werd hechter.’ w21.03 12 ¶15-16